Banner

PJ Harvey

White Chalk

Philippe Nuyts - 03 oktober 2007

"Dear Darkness, won’t you cover me again", zingt PJ Harvey enkele prachtige minuten ver op deze plaat. En zo geschiedt: Harvey heeft een even aardedonkere als bloedmooie pianoplaat gemaakt, die een witte krijtstreep trekt onder alles wat ze hiervoor gedaan heeft.

Nu klinkt elke plaat van Harvey steevast als een afrekening met de vorige, maar dit moet de meest drastische koerswijziging zijn in haar volledige oeuvre. En dat is een goede zaak. Uh Huh Her was weer eens een sterke brok venijn, maar de afgelopen jaren grepen we er een pak minder naar terug dan naar haar overige werk. En eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat we de aankondiging van deze White Chalk dan ook op niet meer dan een emotieloos "kijk eens aan" onthaalden.

Tot bleek dat Harvey de afgelopen drie jaar de piano heeft proberen te beheersen en terug een beroep doet op Flood en John Parish, twee voor haar steeds stevig overeind staande strohalmen waar ze zich aan kan vastklampen bij het verkennen van nieuwe wegen. Het trio stond eerder al borg voor Is This Desire? en vooral voor To Bring You My Love.

Waar White Chalk qua sfeer en grimmigheid veruit het meest aanleunt bij de eerstgenoemde plaat (de titel verwijst trouwens naar de witte krijtrotsen van Dorset, haar geboorte- en huidige woonplaats die op de hoes van Is This Desire? ook geëerd wordt), kan het contrast met de andere niet groter zijn. Haar stem alleen al: op To Bring You My Love klinkt ze zingend en grommend diep en zwaar, op White Chalk zingt ze zo hoog en ijl als nooit tevoren, soms op het onherkenbare af. Waar ze eertijds de mannen niet alleen verbaal KO sloeg, om vervolgens met pijnlijk lange hakken en in catsuit triomfantelijk over hen heen te lopen, klinkt ze nu smekend, verwond en soms gewoon wegkwijnend.

Zoals in het allermooiste nummer, "The Piano", dat gedragen wordt door een hels mooie melodie, terwijl ze in een wanhopig duet met zichzelf "Nobody’s listening, Oh God I miss you" ijlt. Het slotnummer, "The Mountain", is dan weer een verbale rondleiding in een emotionele ruïne: "For in my own heart every tree is broken/The first tree will not blossom/The second will not grow/And the third is almost fallen/Since you betrayed me so." "Before departure" leest dan weer als een wrange, onbehaaglijke afscheidsbrief voor haar allerlaatste reis.

Zulke mijmeringen worden gefluisterd en gejammerd in een donkere, spookachtige, zelfs ietwat gotische sfeer, die uiterst sober wordt opgewekt. Zoals gezegd staat de piano van Harvey centraal, en met weinig middelen en noten is de impact van deze in wanhopige tristesse gedrenkte plaat totaal. In het prachtige titelnummer bijvoorbeeld, waarin banjo en akoestische gitaar zachtjes de weg plaveien voor bedeesde drums en een prachtig pianomotiefje, die de song in hoofd en hart vasthaken. Op het even razend mooie "Silence" gaan die piano, drums en zijzelf al wilder tekeer, al is de sfeer er wederom een van ingehouden en op voorhand al verslagen woede.

Voorts even opmerken dat dit alles niets gemeen heeft met het zweverige "meta-exhibitionisme", of hoe moet je het anders noemen, van Tori Amos, waar Harvey in de jaren negentig vaak mee in een adem werd vernoemd. Harvey houdt de voeten op de grond en geraakt zo niet in het vaarwater van Amos, die ondertussen tegen minstens één ijsschots te veel aangevaren is. Een lot dat Harvey niet beschoren zal zijn, omdat ze op haar volgende plaat ongetwijfeld weer van koers zal veranderen. Dat vinden we nu al jammer.

"As soon as I’m left alone/The devil wanders into my soul" zijn de eerste woorden die Harvey zingt op White Chalk. De uitdrijving van die duivel kan tellen. Het is een beklemmend intens, confronterend album dat slechts een dik half uur duurt. Net lang genoeg. Want het effect ervan beschrijft ze zelf al in het verkillend mooie "Dear Darkness": "The words are tightening around my throat". Wurggreep van een plaat.

E-mailadres Afdrukken