Banner

Marc Ribot

Asmodeus

Book Of Angels Volume 7

Guy Peters - 01 augustus 2007

Het grootste nadeel van melomanie is de dikke huid die je eraan overhoudt. Hoe meer muziek je hoort, hoe kleiner de kans dat iets je nog van je stoel weet te blazen. Maar als het dan toch gebeurt, dan willen we onze heilige principes wel even opzijzetten. Alles om u zover te krijgen dat u dit beest in huis haalt.

Als Ribot iets opstart of zich ergens mee moeit, dan is het op z’n minst interessant. Of het nu gaat om zijn Latin-clubje met Los Cubanos Postizos, freejazzband Spiritual Unity, zijn bijdragen aan diverse John Zorn-projecten of ’s mans legendarische invullingen op Tom Waits’ beste albums, Ribot slaagt er telkens weer in zijn stempel op het geheel te drukken. Het mag dan ook geen verrassing heten dat de gitarist door Zorn werd aangezocht om een resem composities uit het tweede Masada Songbook uit te voeren. Waren vorige volumes met o.m. het Masada String Trio, pianist Uri Caine en The Cracow Klezmer Band nog enigszins ingehouden, dan worden de poorten van de waanzin nu volledig opengegooid. Samen met bassist Trevor Dunn (met Ribot lid van Electric Masada) en drummer Grant Calvin Weston verlegt Ribot de grenzen van waartoe een klassiek power trio in staat is.

Een tijd geleden wisten Ribot & Ceramic Dog de Gentse Vooruit nog in lichterlaaie te zetten met enkele songs. Dit album doet dat van start tot finish: deze tien songs leggen de lat immers een pak hoger dan we in lange tijd gehoord hebben. Zelden hoorden we een stel veteranen met zoveel gecontroleerde woestheid tekeergaan. Ribot klonk nooit zo gestoord en intens, en het hele album is dan ook een eerbetoon aan de edele kunst van het gitaarlawaai, een trip waarbij niet enkel gitaarjazz en Zorns exotica worden aangedaan, maar en passant ook op visite wordt gegaan bij de jazzrock van Ornette Colemans Prime Time, Miles Davis’ A Tribute To Jack Johnson en de withete stortvloed waar Sonny Sharrock (solo en bij Last Exit) een patent op had. McLaughlin, Hendrix, Fripp en Cline worden vrijwel achteloos in een pot gekwakt en het resultaat doet de haren te berge rijzen.

"Kalmiya" is niets minder dan een kopstoot die de plaat aftrapt met de metertjes in het rood. Ribot jengelt en schroeit erop los terwijl de ritmesectie de indruk geeft enkel z’n eigen onduidelijke logica te volgen. Alles valt echter in de plooi: de schijnbare chaos was slechts een aanloop naar een tot in de details uitgewerkte compositie die door het trio te lijf wordt gegaan met een verbijsterende virtuositeit. Als Ribot soleert — vaak met geluiden, stijlen en effecten die niet van deze wereld lijken — dan betekent dat niet dat Dunn en Weston braafjes toekijken van op de zijlijn: net als bij Masada is elke song een ononderbroken wisselwerking waarbij muzikanten elkaar voortdurend opjutten, aanmoedigen en van antwoord voorzien. De dynamiek die in deze uitvoeringen schuilt, zorgt ervoor dat de concentratie geen seconde verslapt.

Weston, die als tiener debuteerde bij Ornette Coleman en later de gitaaruitspattingen van James Blood Ulmer voorzag van een gespierde fond, lijkt constant alomtegenwoordig te zijn, met rollende grooves, hyperkinetische starts & stops en dodelijk geplaatste accenten. Dunn vloeit mee, beukt er loodzwaar op los en weet de meester constant op te jutten en aan te zetten tot zelfoverstijging. Asmodeus is dan ook niets minder dan een hoogtepunt in de carrière van Ribot, in de Masada-catalogus en de gitaargebaseerde jazz. Of het nu gaat om mindfucks als "Kezef" en "Cabriel", of tegen hardrock aanleunende bluesy betonblokken als "Mufgar" en het mini-epos "Zakun", je kan je als luisteraar gewoonweg niet van de indruk ontdoen dat hier geschiedenis wordt geschreven.

Hoogtepunten? Een stuk of tien, maar op dit ogenblik hebben we het vooral voor de furieuze opener, het uitgesponnen "Yezriel", dat zo op Hendrix’ Band Of Gypsys had gekunnen, en de dubbele kaakslag van "Dagiel" en "Sensenya" die de plaat afsluit. Volk dat Ribot enkel kent van zijn zonnige Cubaanse uitstapjes en platen als Rain Dogs, benadert het album best met enige omzichtigheid, maar zij die tegen een stootje kunnen, hoeven zich geen zorgen te maken: ondanks het gefreak en de hectische aanpak valt er in de doorgaans korte songs geen noot te veel te bespeuren. Om het verkooppraatje te beëindigen: Asmodeus is niets minder dan een opwindend meesterwerk van een van de grootste muzikanten van deze tijd.

E-mailadres Afdrukken