Banner

Big Thief

UFOF

9.0
Evert Peirens - 24 mei 2019

Voor wie er zich maar bleef afvragen waar die tweede letter F in Big Thiefs derde album UFOF voor stond: ’t is F voor “friend”. Adrianne Lenker en haar groep maken intiem kennis met het onbekende, en dat levert een beangstigend mooie plaat op.

alt

Een close encounter of the third kind, dus? De gebeurtenissen in opener “Contact” lijken enerzijds te interpreteren als een buitenaardse ontvoering, maar nummer twee “UFOF” zegt anderzijds dat “…there is no alien / Just a system of truth and lies”. Twee songs ver en we zitten met een knoert van een mysterie, en Big Thief weet dan al goed genoeg dat dat mysterie een knoert zal blijven. Wat volgt na het openingsduo is een vergeefse verkenning van een duisternis die zowel uit de verste uithoek van het heelal als uit de diepste krochten van de menselijke geest zou kunnen komen.

“Contact” toont met dat ijzingwekkend gekrijs van Lenker aan het eind van de song – ’t is meteen een heel onthutsend geluid naar Big Thief-maatstaven –dat er een loden existentiële angst voor het onbekende bestaat. Als de veiligheidspin uit een handgranaat zorgen die schreeuwen er voor dat we nooit echt helemaal op ons gemak zijn bij het beluisteren van UFOF, ook al blijkt de mystieke aanwezigheid van vriendelijke aard. Tussen Big Thiefs dromerige romantiek en abjecte horror zit er een flinterdun membraan, en Lenker, aan de zachte kant, krast vaak dreigend met scherpe vingernagels over dat membraan. Fragiel is het, en toch zo sterk.

Toch is niet alles zo onbekend. “From” en “Terminal Paradise” zijn oude bekenden die eerder al in soloverpakking op Lenkers Abysskiss van vorig jaar verschenen, en “Orange” draait al enkele jaren mee in het liverepertoire van Big Thief. Dat deze songs ook op UFOF pakken en zo dus letterlijk tijd en ruimte weten te overschrijden, is helemaal de verdienste van Lenkers natuurtalent als songwriter. De vaak bewust vage, hooguit suggestieve teksten haken op de creatiefste manieren toch in elkaar. Een voorbeeld: “She makes me scream / She is both dreamer and dream” (“Contact”) ent zich naadloos op “Couldn’t tell for sure where the screaming sound was coming from” (“From”). Soms, zoals op “Betsy”, heeft Lenker, die hier haar laagst mogelijke stem hanteert, enige moeite om haar verbeelding aan onze realiteit te linken.

Uiteraard komt alle terechte lof voor UFOF niet alleen Lenker toe. De hele plaat lang valt op hoe hecht de muziek van Big Thief als band, als creatief resultaat van één organisme klinkt. Ook als Buck Meek (gitaar), Matt Oleartchik (bas) en James Krivchenia (drum) niet meespelen, zoals op de mooie folkballad “Orange”, horen we een groep. Op die manier vormen zij daar net de onbekende aanwezigheid die Lenkers protagoniste aanspoort tot zo’n emotionele vertolking, met een zacht wankelende stem. Op “Century” komt Meek pas op bij het tweede refrein – “We have the same power” – subtiel meezingen, als een intieme aanwezigheid die eerder gewoon niet opgemerkt was.

Door het opzet zijn geen toppers die een zelfstandig leven zouden mogen leiden – alles blijft verbonden, en is niet los te koppelen. Dat is geen zwakte, maar net een sterkte. Eigenlijk overstijgt UFOF het concept van een album als een collectie songs, en brengt het dat naar een andere werkelijkheid, als in een droom: zacht duister, moeilijk te definiëren, ongrijpbaar. Kortom, een knoert van een mysterie, en een parel van een plaat.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Big Thief