Banner

American Football

American Football (LP3)

7.5
Maarten Langhendries - 15 april 2019

Hoe ouder je wordt, hoe korter de zomers lijken te worden. Als puber lijkt er geen einde aan te komen. Tijd genoeg om triest, blij, en dan weer triest te zijn. Tijd genoeg voor lange avonden. Tijd genoeg om eindeloos in het gras naar muziek te luisteren, ook. De eeuwigheid duurt één nacht, daarna is er weer iets of iemand nieuw. Maar zelfs in de wereld van American Football, waar alles never meant is, kunnen die jaren niet eeuwig blijven bestaan.

alt

Drie jaar geleden doorbrak cultgroep American Football na een slordige zeventien jaar de stilte. In 1999 had de band één titelloze plaat uitgebracht, ergens op het kruispunt tussen emo, mathrock en indierock, en daarop een knoert van een fanbase uitgebouwd terwijl de leden andere horizonten opzochten. Bijna twee decennia later staat dat debuut er nog even hard als het iconische huis dat de cover sierde. “Never Meant” werd zelfs een meme (dan weet je dat ook de internetgeneratie je nog kent). Maar toen was daar in 2016 toch plots die tweede, gemakshalve opnieuw American Football getitelde, plaat. Een plaat die vooral deed alsof de tijd had stilgestaan, en daardoor geen echt slechte songs telde, maar ook niets méér wist op te roepen. Behalve het gevoel van bijna-veertigers die zich even opnieuw zeventien probeerden te voelen. Gelukkig besefte American Football zelf blijkbaar ook dat dat een doodlopend steegje was, en met hun derde plaat zetten ze een onverwachte maar knappe stap voorwaarts die op geen enkel moment artificieel aanvoelt.

American Football injecteert de acht nummers van American Football LP3 namelijk met een stevige portie dromerige shoegaze en weidse vergezichten, en weet daarmee zijn geluid subtiel maar wezenlijk te verrijken. Opener “Silhouettes” zet daarbij meteen de toon. Hier geen nerveuze gitaarpartijen, wel een koor van belletjes en daarna een breed uitwaaierende gitaar die de sfeer van een nevelige ochtend oproept - zie ook de hoes. Mooi ook hoe de groep op exact de juiste momenten terugkeert naar de arpeggio’s waarmee de song opent. Mike Kinsella zingt met de ogen gericht op de einder, zijn stem klinkt als een uitgeveegd schilderij, zijn gedachten gaan naar dingen die er ooit waren maar nu niet meer. Jonge mensen worden oud, blutsen en builen blijken minder dramatisch dan ze ooit leken, maar hier en daar wordt er wel een naïeve droom definitief doorprikt. Het besef ook dat “sorry” soms niet meer genoeg is om iets wat kapot is te lijmen. In “Every Wave to Ever Rise” neemt Elizabeth Powell van Land of Talk die rol van Kinsella over. Jammer genoeg weet de song minder te beklijven en klinkt die net iets te generisch. De très Slowdive outro is dan weer wel de mooiste van de hele plaat.

Nog meer echo’s van Slowdive zijn er te vinden in “Heir Apparent”, al denken wij niet dat de Britten snel een beroep zullen doen op een dwarsfluit. Maar het levert wel een sterke song op die mooi de puberende sfeer van pakweg “A Summer Ends” - in het prachtig versnellende refrein bijvoorbeeld - weet te verenigen met de veertigersleeftijd die de band nu bereikt heeft. Met zijn melancholische snik excuseert Kinsella zich nu echter voor het ouder worden, in plaats van weggeplukte zomers te bezingen. Geen wonder ook dat American Football een telefoontje naar Rachel Goswell gepleegd heeft om “I Can’t Feel You” van een tweede stem te voorzien. Jammer dat het niet meteen de meest memorabele song van de plaat oplevert. Verrassend genoeg is de samenwerking die het beste werkt net de song die in principe alles tegen zich heeft. “Uncomfortably Numb” heeft een vreselijke titel en een vreselijk uitgangspunt (gastzang van Hayley Williams van godbetert Paramore), maar hier op plaat pakt het verbazingwekkend goed uit. De band weet overtuigend een sfeer van mature bezinning neer te zetten, over in alcohol verloren gegane goede bedoelingen en beloftes, over je vader vergeven voor de fouten die je zelf ook maakt. Zelfs de stem van Williams past in de beschouwende sfeer van het nummer.

Ook de laatste twee songs zijn om in te kaderen, en tonen heel goed de kracht van dit herboren American Football. “Mine to Miss” bezit een urgentie die het nummer voortstuwt en de gitaar toch weer even heen en weer laat springen zonder echt in mathrock te verglijden. “Life Support” is dan weer slepend zonder saai te worden, daarvoor sprankelt de song net te veel. Het is het afscheid nemen van vluchtige zomerliefdes en het definitief omarmen van diegene naast je in de zetel, en alle groeipijnen die daarmee gepaard gaan. Zo weet de band haar kenmerkende geluid subtiel uit te breiden. Nergens voelt deze evolutie echter aan als een soort krampachtige poging tot vernieuwing, wel als een soort logisch gevolg van het ouder worden. Het leven - evenals de wereld, heeft niet twintig jaar stilgestaan, en dat lijkt de groep nu pas volledig te omarmen. Nu is nooit meer toen. American Football toont met zijn derde plaat pas echt dat er een tweede leven in de band zit.

E-mailadres Afdrukken