Banner

Lomepal

Jeannine

9.0
Laurent Mertens - 10 december 2018

In 1993 rapte Kool Shen, een van de grondleggers van de Franse rap, “Je ne dis pas que le rap n’est pas large /Mais attention à ne pas dépasser la marge”. Enkele scholen en 25 jaar later zijn die marges stevig verbreed, of toch zeker opgeschoven. Het genre is behoorlijk veranderd en aan de rand ervan vindt u deze nieuwe van Lomepal, vernoemd naar wijlen zijn grootmoeder, Jeannine.

Waarom die verwijzing? Omdat zijn grootmoeder gek was en dit album een ode aan de gekken en een opgestoken middelvinger naar de norm is. “Dans ma tête c’est le chaos, venez visiter pour voir/Ma grand-mère était folle et elle m’a transmit son pouvoir” rapt Lomepal op openingsnummer “Ne me ramène pas”.

Naast een ode aan de waanzin is Jeannine ook een muzikaal zelfportret van Antoine Valentinelli, de man achter Lomepal. Het album biedt nummers die op zichzelf staan, maar waarvan het geheel groter is dan de som der delen. Lomepal serveert vignettes die telkens een glimp van zijn psyche laten zien. Het is aan de luisteraar om zelf de gaten in te vullen. Neem bijvoorbeeld een (verre van exhaustieve) collectie zinnen als “Prends cette putaine d’vie comme un jeu, j’suis encore un môme/Pas de leader, pas de maître” uit “Mômes”, “J’idéalise trop les rockstars, parfois j’ai peur d’vouloir rejoindre le club des 27” uit “Plus de larmes”, “Ce matin j’pars faire le tour du monde avec une fille folle qui fait tous ses choix en mode random” uit “Beau la folie” en “Ca devient dangereux quand t’as plus de pouvoir que de tentations” uit “Ma Cousin”, en stilaan vormt zich het beeld van een manisch-impulsieve artiest voor wie er na het succes van zijn eerste album Flip vorig jaar geen grenzen meer bestaan. Met alle gevolgen van dien.

Dezelfde oefening kan gemakkelijk gemaakt worden voor het andere uiteinde van het emotionele spectrum. Dat er een bipolair kantje aan de man zit, is wel duidelijk. De link tussen beide extremen vinden we in passages als “Un pied dans les flammes, un autre dans la glace/Séduit par les extrêmes, j’ai trouvé ma place” uit “1000°C” feat. Roméo Elvis. Lomepal is een dromer die in een roes vertoeft waaruit hij niet snel wil ontwaken: “1000 degrés dans la soirée, personne peut me stopper/Ferme les stores, on va retarder demain”. Sterker nog: weer met beide voetjes op aarde komen is simpelweg geen optie. Waarom zou hij ook, het is daar veel te saai: “C’est beau la folie, putain, j’ai enfin plus peur de m’ennuyer”

Terwijl het album de genregrenzen nog wat verder verlegt, zijn er ook nummers als “Le vrai moi”, dat neigt naar singer-songwriter met enkel een simpele basgitaar, wat akkoorden op een Rhodes als begeleiding en Lomepal die half rapt, half zingt. Nog interessanter is “Trop beau”, opgebouwd rond simpele pianoakkoorden die tijdens het refrein bijgetreden worden door strijkers om zich in combinatie met de zanglijn uiteindelijk te ontpoppen tot echt Frans chanson. Een excursie die hem alleen voorgedaan werd door Oxmo Puccino, maar die man is dan ook al sinds 2007 bezig met het uitstippelen van een uniek pad binnen het genre. Ook een nummer dat vernoemd wordt naar de frontman van Foo Fighters, “Dave Grohl”, is voor zover we weten een primeur in Franstalig rapland (in het nummer zingt Lomepal “J’ai le coeur qui bat comme Dave Grohl”) Het eindigt met wat klinkt als een flard van een demo waarin Lomepal het nummer uitvoert op akoestische gitaar. Het lijken details, maar in werkelijkheid zijn het allemaal indicaties dat codes en regels Lomepal gestolen kunnen worden en dat de man muzikaal veel verder durft te kijken dan de concurrentie (check alleen al de hoes van Flip). Nog een getuige daarvan: de instrumentale afsluiter “Dans le livret”, die klinkt als een interlude op een Depeche Mode-album met een sprankeltje Slowdive erbovenop.

Geniaal idee ook om een featuring te doen met Philippe Katerine (niet te verwarren met de Belgische jazzmuzikant Philip Catherine), een eigenzinnige artiest die al jaren behoorlijk geschifte nummers maakt. “Cinq doigts” is een hommage aan de vriendschap en een positieve noot om - de outro buiten beschouwing gelaten - op te eindigen.

Er rest helaas te weinig plaats om het uitgebreid over de productie te hebben, maar het volstaat om te zeggen dat daar bitter weinig op aan te merken valt. Een extra pluim voor de bridges en uitgebreide chorussen. Die laatste worden geregeld opgevuld met subtiele stemlagen die hun doel niet missen: kippenvel tevoorschijn toveren. Her en der verspreid doorheen het album zijn ook enkele samples geplaatst van opnames van Lomepals moeder die vertelt over zijn grootmoeder. Het haalt de luisteraar niet uit de flow, maar trekt hem juist nog sterker in de door de muziek geschetste wereld. Quote van het jaar: “Simplement parce-que je l’acceptais, j’étais donc comme elle. Quelqu’un qui accepte la folie de quelqu’un est nécessairement fou. C’est étrange dans cette société, hein?”

Kort samengevat: dit album kan alleen maar in superlatieven beschreven worden en werpt nu al een schaduw op komende releases in het genre. “C’est beau la folie.” Wij kunnen dit enkel beamen.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Lomepal