Banner

D.O.A.

Fight Back

Guy Peters - 20 augustus 2018

Rock-’n-roll ligt aan het infuus, lees je hier en daar. Het kan wel zijn dat de klassieke gitaar/bas/drums-bezetting intussen z’n aantrekkingskracht verloren heeft bij een publiek dat voortdurend om de oren geslagen wordt met hypes die al belegen zijn na een week of drie, maar duik even onder het oppervlak en je ontdekt dat er nog volop boeiende dingen gebeuren. Nu en dan steekt er ook nog een ouwe rot met een boodschap de kop op. Dat de punks-met-een-missie nog bestaan, bewijst de onvermoeibare Joe Keithley met zijn D.O.A.

Keithley en de zijnen schreven punkgeschiedenis met hun eerste releases, uitgebracht op het moment dat de tabula rasa van de punk hier en daar overging in de snellere en meer agressieve hardcore en nog even gevrijwaard was van het tough guy-sfeertje dat het genre enkele jaren later zou overmannen. Samen met Black Flag, Bad Brains en Dead Kennedys zette D.O.A. de Noord-Amerikaanse hardcore op de kaart en zorgde samen met Dayglo Abortions, Subhumans en (wat later) Nomeansno voor een heuse Canadese kwaliteitsgolf. De band waar de meeste parallellen mee te vinden zijn, is echter ongetwijfeld M.D.C. (Millions Of Dead Cops, nog steeds de beste bandnaam ooit, naast Cannibal Corpse en The Butthole Surfers).

Die groep startte in dezelfde periode, wordt ook vooral geroemd om z’n vroege werk (dat is misschien redelijk universeel voor punkbands), was even sociaal geëngageerd, lag ook een tijd op z’n gat in de jaren negentig en werd eveneens geleid door een begeesterde frontman die een autobiografie schreef (Keithley in 2003 met I, Shithead en Dave Dictor met MDC: Memoir From A Damaged Civilization in 2016). Beide verhalen zijn opgetekend in een franjeloze no-nonsensestijl. Punk was en is een verhaal van doorzetten, niet van glamour of plamuur; van concertreeksen voor weinig geld, van eindeloze ritten in stinkende camionetten. Maar vooral ook van de verlossing in bommetjes van 2-3 minuten. “Talk – Action = 0”, luidde het.

Anno 2018 zijn zowel D.O.A. als M.D.C. weinig vernieuwend of ophefmakend. Ze doen gewoon waar ze goed in zijn - ouderwets raggen - en dat levert in het geval van D.O.A. een (iets) sterkere plaat op. M.D.C.’s Mein Trumpf was een goedbedoeld, maar wat klungelig reveil, terwijl Fight Back uitpakt met betere songs en productie, en een ouderwets potente vurigheid. Goed, zo’n “Time To Fight Back” neigt té veel naar jolige street punk voor hooligans en “We Won’t Drink This” en “The Last Beer” zijn ook al op maat van een Dansmariekes/Dropkick Murphys-publiek, maar het zijn - net als die wat té geaffecteerde versie van “Wanted Man” (Johnny Cash) - kleine smetten op een plaat die ermee door kan.

“You Need An Ass Kickin’ Right Now” zegt het allemaal. Dit is het tijdperk van het Oranje Gevaar en je kan maar beter in actie schieten. Keithleys stem is wat grover geworden sinds de dagen van Something’s Gotta Change en Harcore ‘81, en hij blaft en gromreutelt soms eerder dan dat hij zingt, maar de melodieën en het gitaarspel zijn vintage D.O.A. De ritmesectie - Mike Hodsall (bas) en Paddy Duddy (drums) - houdt het boeltje simpelweg mee gaande met een stijl die nog altijd te situeren valt tussen het kwiekste van The Clash en het aanstekelijkste van de eerste hardcoregolf. “Killer Cops”, meteen nog een M.D.C.-echo, is vooraan direct een knaller en samen met “The Cops Are Comin’” (net als “State Control” duidelijk schatplichtig aan bandklassieker “Fucked Up Ronnie”) goed voor een briesende aanval op te veel blauw op straat.

Keithley gaat driftig tekeer tegen staat en politiek en staat regelmatig in vechthouding met de rug tegen de muur, vastbesloten om z’n huid duur te verkopen. Dat vertaalt zich in songs met veelzeggende titels als “You Can’t Stop Me” (eigenlijk een nummer over de Canadese nationale sport, ijshockey), “Set You Straight” en “I’m Desperate”, dat samen met “State Control” (tevens een verwant van oudje “The Prisoner”) de band op z’n vurigst laat horen. Kortom: Fight Back is een plaat met veel verontwaardiging en kwaadheid (wat anders?), maar ook met een verrassend terneergeslagen afsluiter. In “The World’s Been Upside Down” zit een muzikale melancholie die herinnert aan The Wipers, maar ook een pessimisme dat neigt naar defaitisme: “The truth seems to have disappeared / Compassion and love are hard to find / The fascists are back / Have we gone blind.” Een moment van zwakte. Maar ook: “It’s always darkest before the dawn". En dan vind je de repeat-knop.

Fight Back is geen klassieker, niet voor het genre en niet voor de band. Was het een nieuwe groep, dan zou het hier vermoedelijk niet passeren. Het is een nostalgische vlees-en-patattenpunkplaat die laat horen dat het hart van Keithley & co. nog altijd op de juiste plaats zit, en dat verweer de enige mogelijke optie is. Indien nodig zelfs tot aan het infuus. En dat is altijd welkom in tijden waarin holle navelstaarderij hoogtij viert, ook al is het dan ouwelullenmuziek.

E-mailadres Afdrukken
Tags: D.O.A.