Banner

Eric Thielemans

Bata Baba Loka

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 14 augustus 2018

Elf jaar na solodebuut A Snare Is A Bell is slagwerker Eric Thielemans toe aan zijn vijfde solorelease. Die onderstreept nogmaals zijn unieke positie in ons muzieklandschap; eentje die weinig uitstaans heeft met de waan van de dag en vooral getuigt van een onverminderde drang om de aard van de performance en de rol van de muzikant onder de loep te nemen.

Daarmee staat Thielemans natuurlijk niet alleen. Er zijn nog artiesten in deze contreien die bewaken dat hun persoonlijke missie gewaarborgd blijft, in omgevingen die stimulerend oftewel vijandig reageren op die donquichoteske toestanden. Maar er zijn er weinig die er zo van doordrongen zijn en er zich zo comfortabel in voelen. Hij kan het nog, ten dienste spelen van een ander of iets doen waar hij niet de aanstichter van is, maar hij is bovenal een onafhankelijke geest die zich associatief, al wandelend, door een muzikaal universum begeeft, op zoek naar wat hij zelf een onderdompeling noemt, voor zichzelf maar ook voor de luisteraar.

Die laatste wordt ook nu niet getrakteerd op een doorsnede van Thielemans’ kunnen, want Bata Baba Loka (de titel brengt de werelden van muziek en meditatie bij elkaar) zet niet ’s mans technische bagage of stilistische waaier in de kijker en schuift evenmin een welomlijnd pakketje naar voren. De acht stukken, in de zomer van 2017 opgenomen in Florida, voelen eerder aan als spontane excursies, acht tochten door een muzikale en mentale ruimte, gegidst door intuïtie en triggers van het moment. Het is dan ook geen plaat van grooves of aangehouden patronen waar vervolgens transparant op gevarieerd wordt.

“Sit, be still, and listen / because you’re drunk / and we’re at the edge of the roof” van de dertiende-eeuwse dichter Rumi is de leuze, en vanaf opener “Sit” beland je in soms struikelende, ongewone ritmes die maximale alertheid afdwingen. Geen klassieke solostrapatsen, maar wel spel met een drive en veel kleur, met roffels als tussenwerpsels in een vloeiend verkeer. Thielemans volgt de muze, maar het klinkt spontaan (meer nog dan op Sprang (2014), ontvouwt zich als een gesprek, laat ruimte, suggereert eerder dan dat het bevestigt. Thielemans geeft geen antwoorden, maar roept vragen op die voor iedereen anders zullen zijn. Misschien over de zone waar muziek en ritme in elkaar overgaan, of wat nog ritme is, en wat textuur.

Even lijkt het alsof de oneven tracks de meer traditionele excursies zijn waarvoor de drumkit aangegrepen wordt, met een iets zachtaardigere koers in “And Listen” en “Because You’re Drunk” (zijn het hier handen of rods in plaats van stokken?), terwijl in dat eerste ook klanken opduiken die uit een pianobuik lijken te komen. Daarnaast heeft “Be Still” meer van een gamelanritueel dan een drumperformance en zijn de snare-roffels van “Moon Dance”, waar ergens ook een Moog-bijdrage van Shahzad Ismaily (Ceramic Dog, Secret Chiefs 3) in zit, meer toegespitst op een welomlijnd idee.

Meest ongebruikelijk zijn misschien “And We Are”, dat zich ontpopt tot een onvoorspelbare plensbui van druppelende percussie, en afsluiter “A Match Made In Heaven”, waarin Thielemans soleert op de befaamde “Cogitate”-loop van wetenschapper John C. Lilly, die er aan het begin van de jaren zeventig een aantal opvallende hersenprocessen mee aantoonde. Laat eenzelfde woord eindeloos herhalen en je luisteraars gaan er gaandeweg andere dingen in herkennen. Gaat het dan om gebrek aan concentratie of is het een creatieve wraak van de geest? Hier is het alleszins Thielemans die het laatste woord heeft, samen met huishoudobjecten.

Dat alles maakt van Bata Baba Loka geen doorsneeplaat voor een breed publiek, misschien zelfs niet op maat van drumliefhebbers die niet liever doen dan solo’s ontleden. Het is wél een deugddoende les in vrijheid, aanrakingen en lijfelijkheid. Het is Thielemans die ongedwongen speelt, associeert en creëert, en de luisteraar stimuleert om te volgen. Aan hem of haar de keuze om mee in het water te springen.

E-mailadres Afdrukken