Banner

Rolling Blackouts Coastal Fever

Hope Downs

8.5
Evert Peirens - 11 juli 2018

De naam is een mondvol, maar doe toch een moeite om de naam Rolling Blackouts Coastal Fever van buiten te leren. Het Australische gitaarpopkwintet – of tough pop, soft punk, volgens de promotekst – levert met Hope Downs een knap langspeeldebuut dat meer dan een zomer kan meegaan.

Vrienden mogen trouwens al langer Rolling Blackouts C.F. zeggen, dat bekt iets vlotter. Het vijftal uit Melbourne timmert al sinds 2013 aan zijn weg naar de juiste oren, en wist onderweg bescheiden golfjes te maken met EP’s Talk Tight (2015) en French Press (2017). Nu komt de band met zijn langspeeldebuut Hope Downs dus solliciteren naar een ruimer publiek. Dat doen de Australiërs gelukkig niet op een opdringerige manier, of door hun muzikale verleden te verloochenen. Op Hope Downs bouwen ze gewoon gestaag verder aan de vertrouwde formule: sprankelende, meerstemmige poprock met drie jengelende gitaren (twee elektrische en een akoestische) en achterin een afgemeten ritmesectie.

Herinneringen aan acts die in de jaren tachtig hoogtij vierden zijn nooit veraf op Hope Downs. Denk dan maar aan mede-Australiërs The Go-Betweens, bijvoorbeeld, of bijna aan een The Smiths dat pakken lekkerder in z’n vel zit, zelfs. Dat maakt Rolling Blackouts C.F. daarom helemaal geen flets doorslagje van die eerdere grootheden, want Hope Downs is wel degelijk hedendaags. Het klopt dat het geluid erg eighties aanvoelt, maar dat geluid is geen bewuste stijlkeuze – hooguit een organisch gevolg van een productie die gimmicks schuwt, en de gitaren en stem laat spreken, ook al zijn die niet perfect.

Hope Downs is wel enigszins gebonden aan zijn aardrijkskundige omgeving. Rolling Blackouts C.F. weet hier meer dan voorheen de weidsheid van het subcontinent en de melancholie van de mens die daarmee moet omgaan met de juiste subtiliteit te vatten. “Bellarine”, naar het schiereiland ten westen van Melbourne, is een goed voorbeeld. “The fish are biting every line but mine / Feels like rum is taking all my time”: menselijke vertwijfeling troef in een mooi spel tussen een afstand in tijd en ruimte. “Cappucino City”, met zijn stuwende snaredrumbeat en zomerse gitaarspel en zang is daarvan dan weer de binnenstedelijke tegenhanger.

De beste songs zitten vooraan: opener “An Air Conditioned Man” steekt meteen het vuur aan de lont met een wilde gitaarriff die tot dansbewegingen aanspoort, maar het is met de tweede, “Talking Straight”, dat Rolling Blackouts C.F. écht brokken maakt. Wat een heerlijke song toch. En dan die solo! Wat blij dat dit inmiddels toch al opgepikt is door onze radiostations. Dat het vijftal dat niveau niet meer haalt, is helemaal geen schande in een album waar alle songs op zich al een deftig niveau halen. Zo heeft het verraderlijke “Exclusive Grave” zoveel meer om het lijf dan het na een enkele luisterbeurt zou prijsgeven. “How Long?” is dan weer net te traag om te blijven plakken. Zo is de plaat nog het best te pruimen als er vaart achter zit, zoals op afsluiter “The Hammer”.

Momenteel is het winter down under, maar dankzij deze eerste langspeler van Rolling Blackouts C.F. is onze zomer hier alvast iets zonniger. Australië mag dan uit het WK liggen, muzikaal blijft het land fris vertegenwoordigd, want Hope Downs maakt van de band een nieuwe vaste waarde.

Rolling Blackouts C.F. overwintert momenteel in Europa: zaterdag 15 augustus staan ze op Pukkelpop.

E-mailadres Afdrukken