Banner

Amen Dunes

Freedom

8.5
Lennert Hoedaert - 30 maart 2018

Op zijn vijfde plaat klinkt Amen Dunes toegankelijker dan ooit, zonder daarbij aan eigenheid in te boeten.

De vier vorige platen van Amen Dunes, het creatieve alter ego van Damon McMahon werden steeds thuisgebracht in een obscuur hoekje waar lo fi, neofolk en Syd Barrett-achtige psych elkaar gezelschap houden. Al was voorganger Love ook al een ferme stap voorwaarts. Het is niet zomaar een psych-folkplaat, maar een bezwerende en meeslepende luistertrip, mede dankzij bijdragen van muzikanten van Godspeed You! Black Emperor.

Naast zijn vaste drummer Parker Kindred (Jeff Buckley, Antony & The Johnsons), liet McMahon zich ditmaal bijstaan door onder andere Gus Seyffert (Beck) en Yeah Yeah Yeahs’ Nick Zinner. In een interview met SPIN gaf hij aan dat mainstreammuziek een belangrijke invloed had op het schrijven van Freedom; van de pop van Michael Jackson over de vroege Oasis tot de betere elektronische muziek van Aphex Twin en Massive Attack. Niet dat hij met deze plaat de hitlijsten zal bereiken, McMahon wil misschien wel een iets breder publiek aanspreken.

Drie jaar heeft McMahon gewerkt aan Freedom. Aan het begin van het opnameproces kreeg zijn moeder het vreselijke nieuws dat ze terminaal was. Maar ook andere donkere kanten van zijn leven — zoals een moeilijke relatie met vader — schreef hij van zich af met verrassend toegankelijke nummers, die allemaal een organische samenhang, meanderende flow en heerlijke groove vertonen. “Believe” is op dat vlak een hoogtepunt én een van beste nummers die McMahon ooit schreef.

“Blue Rose” en “Calling Paul The Suffering” zijn zelfs extatische dansbare songs met een eightiestoets. Maar de muziek ademt nog altijd de eerlijkheid, intensiteit en persoonlijkheid van Amen Dunes’ vorige platen uit. Let maar eens op het bloedmooie “Blue Rose”. Daarin rekent hij af met zijn vader, wat een intens nummer oplevert. Ook in “Skipping School” reikt zijn stem weer naar de hemel.

“Calling Paul The Suffering” zweeft vooral op bijna swingende keyboards. Met “Miki Dora”, een song over de gevallen surfheld, neigt Amen Dunes meer naar de loomheid van Stone Roses en The Verve. Iets minder feestelijk maar daarom niet minder meeslepend is de donkere slowburner “Satudarah”. Het lijkt wel een slaaplied na een moeilijke dag of een ochtendlied na een moeilijke nacht. Elke gitaartokkel draagt gewichtigheid mee.

Enkel op het einde laat Amen Dunes wat steken vallen. “Freedom” lijkt te veel op een kopie van Kurt Vile en The War On Drugs en mist dus een beetje identiteit. Ook bij “L.A.” gaat onze aandacht iets te snel verslappen.

Let op: ondanks de poppy invloeden is dit geen happy happy joy joy-plaat. De muziek op Freedom is McMahons antwoord op de duisternis waarmee hij geconfronteerd werd. Elk nummer is een speurtocht naar zijn identiteit, een oefening in het loslaten of een observatie van zijn leven. Met “Blue Rose” en “Believe” heeft hij nu al de meest verslavende nummers van het jaar op zijn naam staan. Hopelijk zal een groter publiek die songs, en bij uitbreiding de pracht van de volledige plaat, ontdekken.

E-mailadres Afdrukken