Banner

Manuel Mota

I II

Guy Peters - 11 januari 2018

De Portugese, in Antwerpen gevestigde gitarist Manuel Mota is een van die artiesten die intussen al meer dan twee decennia actief is -- zowel solo als met verwante geesten uit binnen- en buitenland -- maar voor velen, inclusief genrefreaks, een nobele onbekende blijft. Dat ’s mans persoonlijke geluidswereld daar voor iets tussen zit, is een zekerheid. Net als het feit dat wie bepaalde verwachtingen opzijzet, hier wel iets moois kan ontdekken.

Mota werd als jonge autodidact vooral aangesproken door de vrije muziek van Derek Bailey, een voorbeeld dat hem naar eigen zeggen mee vormde tot de artiest die hij nu is. Aanvankelijk viel hij vooral op aan de zijde van andere Portugezen als Sei Miguel, David Maranha en Ernesto Rodrigues, maar hij verbreedde zijn territorium snel. Zowel in de breedte van het veld, door ook samen te werken met volk uit andere disciplines, als geografisch. Recenter viel hij ook op in Rodrigo Amado’s Wire Quartet (een band die gebouwd werd rond Mota’s gitaar), en speelt hij vooral vaak met bassist Margarida Garcia of Giovanni Di Domenico, nog zo’n Zuid-Europeaan die in deze contreien nieuwe sparringpartners vond.

Mota is zo’n artiest wiens werk verspreid is over veelal gelimiteerde releases, die verdeeld zijn over verschillende formaten en labels. Intussen bracht hij zo’n twee dozijn albums uit op z’n eigen Headlights-label, waar nu ook dit dubbelalbum verschijnt. Het zijn eigenlijk twee soloalbums, opgenomen in 2017. Het eerste in Ericeira, het Portugese surfparadijs, het tweede in Antwerpen en Ericeira. Twee keer zeven instrumentale stukken, die aanvankelijk vooral opvallen door wat ze niet zijn of doen. Dit zijn geen traditionele songs, noch zorgvuldig samengestelde soundcapes die druipen van de effecten. De veertien stukken voelen volledig geïmproviseerd aan, wat ze vermoedelijk ook zijn, maar bedekken een smallere zone dan heel wat andere soloreleases uit het vrije veld.

Mota bespeelt de elektrische gitaar met z’n vingers en hanteert daarbij een minimum aan effecten. Het baadt allemaal in een zachte reverb, waarbij je de klanken kan horen uitdoven in de omgeving. De werelden van folk, jazz, drone en avant-garde zijn allemaal binnen handbereik, maar volstaan eigenlijk niet om Mota’s excursies een label te geven. Misschien kan je ze beter omschrijven als pogingen om de ruimte te vullen met samenhangende notencombinaties. Het is niet echt een weerbarstige sound, maar de abstractie wordt nooit helemaal afgeschud en herkenningspunten zijn er niet. De noten zweven in de lucht, nemen hun tijd om te resoneren, vinden een fraaie balans tussen een warme intimistische sound en een lichte afstandelijkheid die nu een dan een wat spookachtige sfeer creëert.

Mota gaat daarin niet zover als, pakweg, Loren Connors, die effecten inzet voor een unheimliche spookblues. Zijn sound is warmer, waardoor de titelloze stukken eerder aanvoelen als minimalistische schaduwetudes, die niet zozeer verschillen van elkaar, als dat ze deel uitmaken van een homogeen klankbeeld. Het is gedempte, fluisterende muziek die wentelend voor het licht gehouden wordt, aarzelend uitgevoerd. Soms vallen er lange(re) stiltes, alsof de gitarist eerst z’n gedachten wil ordenen voor hij ze deelt. Of misschien eerst wil observeren hoelang zo’n klank kan resoneren voor hij afsterft. De vijf stukken die in Antwerpen opgenomen werden, klinken soms net iets minder afgerond, minder zacht, maar niet in die mate dat je kan spreken van twee schijfjes die zich van elkaar onderscheiden.

De twee delen hadden vermoedelijk net op één schijfje gepast, maar het is waarschijnlijk goed dat ze zo uitgegeven werden. Deze release moet het immers niet hebben van grote verrassingen of stijlbreuken, maar van een coherente verkenning van een specifieke stijl en sound, die in kleinere dosissen misschien beter werkt. I II is ongetwijfeld niet voor iedereen, en al zeker niet voor ongeduldige geesten, maar wie er oor naar heeft, hoort hier een artiest z’n tijd nemen om vrij en associatief mijmerend tot op het bot te gaan. Dat is misschien niet bepaald opwindend (ook geen bekommernis), maar wel een verademing tussen het met veel decibels aan de man gebrachte gedoe waarmee je elders om de oren geslagen wordt.

Beluisteren kan via Bandcamp. Het album, beschikbaar in een oplage van 200 stuks, is verkrijgbaar via de Headlights-website.

E-mailadres Afdrukken