Banner

Témé Tan

Témé Tan

6.0
Matthieu Van Steenkiste - 22 december 2017

Da's nu al twee jaar dat we Tanguy Haesevoets in de gaten houden, en even lang dansen we op dezelfde liedjes. Laat dat nu vooral het probleem met het debuut van Témé Tan zijn: wat goed is, kenden we al en wat volgde, vult die schoenen niet. Ergens zit de Manu Chao van ce plat pays verscholen, maar hij mag nu wel eens uit het struikgewas komen.

Nu eens met band, dan weer zonder. We zagen Témé Tan de laatste twee zomers regelmatig optreden en hoe dat eraan toeging, wilde al eens wisselen. Wat bleef: de nummers. Elke keer weer was het "Ça Va Pas La Tête?" of "Améthys" dat tot meedeinen of -zingen aanzette; heerlijke riedels die breed glimlachend twijfelden tussen exotisme en platte beat, maar de gemoedelijkheid van een kruidige toeter hebben. Zomerstuff, quoi, en zo heeft het altijd het best gewerkt: op één of ander zomerfestival, zo ergens kort na de middag.

Die nummers staan op zijn debuut - iets anders was een grof onrecht geweest. Ook "Matiti", die andere gemankeerde zomerhit, is aanwezig. Stuk voor stuk zijn het songs die drijven op loopjes, ritmes en kekke effectjes. De cocktail bevat gelijke delen zouk, rumba, rap, house en r&b; ademt de wereld die Haesevoets heeft bezocht, het Congo waar de helft van zijn wortels nog ergens in de grond steken.

Met die crowdpleasers in de rugzak krijgt Témé Tan elk publiek wel mee, de rest van dit titelloze album voelt meer uit de losse pols. Nu eens werkt dat, dan weer wringt het of voel je dat gebrek aan inspanning. Aan de goeie kant: de onderkoelde houseriedels van "Coups De Griffe" en "Ouvrir La Cage", die al eens aan de Stromae van Cheese doen denken. Centraal op het album voelt het als een fremdkörper tussen alle exotisme, maar wijst het ook de weg vooruit.

Het is het einde van een eerste helft die niet alleen met die klappers opent -- hebben we al gezegd dat "Ça Va Pas La Tête?" na drie beluisteringen met geen stokken uit het hoofd te krijgen is? -- maar ook het tot "J'en ai marre"-meebrullen aanzettende "Menteur". En toen is Haesevoets achterover gaan leunen: het werk is gedaan, de rest kan wel via telefoon.

Niet dus. Témé Tan sleept zich amechtig naar het einde met stapvoets aanpruttelende nummers als "Le Ciel" of "Olivia". "Sè Zwa Zo" heeft een slechte titel, een goeie baslijn en verder niet veel meer. Het is niet genoeg. "Tatou Kité" probeert ons opnieuw uit de coma te halen, maar het is too little too late; het kalf is verdronken.

Témé Tan voelt dan ook als een uit proportie geblazen EP. Je vreest voor ideeënarmoede, maar hoopt van niet. Ach, misschien moet Haesevoets opnieuw wat gaan klooien met zijn formule. Nog eens een band erbij nemen, of met een doedelzak-fluittist in zee gaan, we zeggen maar iets. We lopen nog wel eens langs als ie zo op een festivalletje staat.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Témé Tan