Banner

Kele Okereke

Fatherland

8.0
Matthieu Van Steenkiste - 06 oktober 2017

Een man wordt vader, een man herontdekt zijn gitaar. Twee losstaande feiten die de nieuwe soloplaat van Kele, nu ook officieel een Okereke, hebben beïnvloed. Op het volstrekt beatloze Fatherland graaft de Bloc Party-frontman zich autobio tot het een beetje pijn doet.

Een brokkenparcours, dat is wat Kele Okereke er de laatste acht jaar van gemaakt heeft. Sinds Intimacy de laatste echt goeie Bloc Party was, ging het alle richtingen uit. Terwijl hij op zijn eentje met platte dubstepbeats ging stoeien, keerde de groep op het flauwe Four terug naar zijn rockroots, om uiteindelijk definitief te imploderen. Een nieuwe bezetting bakte er begin 2016 op Hymns ook niet veel van. Tijd om de bedreadlockte op te geven? Niet zo snel, daar. Kele is een bokser. Net wanneer je denkt dat hij nu echt wel tegen het canvas ligt, krabbelt hij weer recht en verrast hij met een potige linkse die we niet zagen komen. Fatherland is drie kwartier eerlijke huisvlijt die, het hart op de tong, bulkt van de melodieën.

Vader geworden dus, maar dat oorspronkelijke idee om een plaat vol wiegeliedjes op te nemen, is gelukkig losgelaten. "Savannah" is er nog eentje die de gelijknamige boorling binnen twintig jaar nog kan koesteren, verder is dit vooral de plaat waarop papa stilletjes zijn vorige leven overschouwt. Met een zweem van spijt -- te veel stommiteiten gedaan, toch jammer dat het voorbij is; die tweespalt -- wordt teruggeblikt op de Wilde Jaren Van Vroeger, excuses opgediept waar nodig.

In het intrieste "Portrait", bijvoorbeeld. Een nummer waarin het nooit helemaal duidelijk wordt waar Okereke zich nu zo schuldig over voelt, maar de treurnis die door de bekentenis "So I play a trick on you / Could that be my one sickest move" snijdt, doet pijn. De teleurstelling in het verwijt de andere richting uit "Is that what they teach you in St.-Martin's College?” is nog steeds voelbaar. De afgemeten maar langoureuze zanglijn en de mooie maar spaarzame orkestratie -- strijkers, maar niet té -- maken het een van de strafste songs die hij ooit schreef.

Elders worden vooral afgelopen relaties nog eens onder de loep genomen, en daar valt wel een en ander over te zeggen. In single "You Keep On Whispering His Name" wordt met droefheid geconstateerd dat de verwijdering is ingezet, afsluiter "Royal Reign" is meer van hetzelfde. "Now your laughing at one of his jokes, the way you used to laugh at mine / And he wants you and you want him. Its just a matter of time", kreunt Okereke. Het gloedvolle gospelbad waarin het nummer baadt, is hoogstens een pleister op een houten been.

Twee zeldzame keren gunt Okereke zijn onderwerpen ook een weerwoord. In "Versions Of Us" mag Corrine Bailey Rae voor tegengas zorgen, "Grounds For Resentment" is op zich al opmerkelijk omdat het met Olly Alexander zowaar een van de eerste openlijke homoduetten in de mainstreamgeschiedenis moet. Het hamerende variétépianootje en de warme saxsolo verraden ondertussen een nieuwe muzikale fascinatie die ook terugkomt in musichallpastiche "Capers". "No I'm not in love and I dont claim to be / But you are you free on sunday?" croont Okereke, het speelse melodietje is een zeldzaam uptempo moment. Even pret voor de hele familie, met een refrein dat gladjes de wandelstok onder de arm steekt.

Genoeg gelachen verder. Er is ook nog de kwestie van die Nigeriaanse roots die even moet worden aangesneden, en gek genoeg gebeurt dat in de minst pakkende nummers. Zowel "Road To Ibadan" als "Yemaya" zijn iets te bedachtzame folksongs, belangrijk voor het familie-album, maar muzikaal weinig opzienbarend. Maakt niet. Dit moest even, en dat mocht. Als alle andere opties ooit helemaal falen blijft immers de vaststelling dat Okereke sowieso altijd opnieuw de simpele song and dance man van deze plaat kan worden. Misschien is het zelfs zijn beste optie. Prachtige plaat.

E-mailadres Afdrukken