Banner

Haim

Days Are Gone

7.0
Philippe Nuyts - 29 september 2013

Jarenlang hebben ze ernaar toegewerkt en sinds ze in het reclameblad van de BBC stonden, heeft de platenfirma er maandenlang naar opgebouwd: het debuut van de zusjes Hype, die zwalken tussen branie en bravoure, tussen perfectie en nonchalance. Days Are Gone is niet verrassend het middelpunt van die windroos.

Het is meer dan ooit een trend: met de regelmaat van maandstonden worden er in aanloop naar een debuut singles gereleaset, die achteraf de beste songs blijken te zijn. Want terwijl de buzz groeit, wordt de deadline voor de band heimelijk wat naar voren geschoven - zie ook AlunaGeorge, CHVRCHES, Disclosure. Met Haim is het niet anders: in april werd nog een Europese tournee geschrapt omdat het album afgewerkt moest worden voor een gunstige release in het najaar. De Haim-zusjes hadden al jaren gejamd, geschreven, gespeeld, maar plots moest het wel heel snel gaan. Niet dat het de zussen zoveel deerde: hun ongeduld stond op barsten als vruchtwater. Bassiste en grote muil Este riep in het rond dat ze het album het liefst van al meteen op het net lekte.

Maar daardoor is ook Days Are Gone een optelsom van werkelijk uitstekende songs die voldoende hebben kunnen rijpen in eikenhouten vaten van de tijd (heerlijke afdronk), en ander materiaal dat vooral op het podium nog zal moeten groeien. “The Wire” werd tientallen keren ingespeeld in de studio, het is dan ook niet toevallig een van de hoogtepunten. Op dit debuut grossiert Haim weliswaar in wat hen boven het maaiveld deed uitsteken: een mix van de Fleetwood Mac van de jaren zeventig, hitparadepop uit de jaren tachtig (Belinda Carslisle, Lisa Stansfield) en de R ’n B van de jaren negentig (TLC, En Vogue), door Californisch zonlicht overgoten. En met een aanstekelijk, maar op plaat minder onbezonnen en ongeleid enthousiasme.

Want dat valt vooral op aan Days Are Gone: op plaat wordt Haim helemaal een fulltime popband, bezadigder en meer beredeneerd dan op een podium waar de zusjes als drie losgeslagen rockende Muppets tekeer gaan. De scherpe rockkantjes worden op plaat afgeveild met synthpartijen en reverb. In de beste songs wordt die punch (live soms een eufemisme voor chaos) niet gemist: “Falling”, “Forever”, “Don’t Save Me” drijven op een door Este aangevoerde groove, die een matras vormt voor percussie, speelse zanglijnen en ondergeschoven synths van zus Alana. Dat alles wordt strak in het gareel gehouden door gitariste en op plaat nadrukkelijke creatieve spil Danielle. Impeccable.

Nog lekker: “If I Could Change Your Mind” dat ongegeneerd poptrio Wilson Phillips anno 1990 op de schouders tikt; “Days Are Gone” – waaraan Jessie Ware meeschreef - dat alle ingrediënten van Haim groepeert voor de slechte verstaander; en het rotmelodieuze slotnummer “Running If You Call My Name” dat doet vermoeden dat de zusjes ook niet neerkijken op pakweg de eerste soloplaten van Phil Collins. Dat het allemaal niet weekt in kitsch, is mede te danken aan producers Ariel Rechtshaid (Vampire Weekend) en James Ford (Florence and the Machine, Arctic Monkeys).

Maar dat niveau wordt dus niet de hele plaat gehaald. Halverwege knikkebolt Days Are Gone een paar keer: “Honey & I” en “Go Slow” gaan al langer mee en vulden de setlist op de recentste tours, maar dat is hun voornaamste verdienste: opvullen. Hier ontbreken de hooks en cathiness die Haim anders te koop heeft lopen, maar die er dus niet zonder slag of stoot komen. Trekt wel aan uw mouw: “My Song 5”, dat het vuilste uit En Vogue naar boven haalt met een grove bas, wispelturige gitaar en een groove met de tong uit de mond. Maar meer stijloefening dan song, gezien de zussen halverwege ook niet zo goed meer weten wat ermee aan te vangen. Nog een half jaar in de studio en die ranzigere kant had, beter uitgewerkt, de plaat goed gedaan. Ook het zwaar op percussie steunende “Let Me Go” begint veelbelovend, maar eindigt stuurloos. Live eindigt dit in een rondje losgeslagen trommelen, in de studio had deze song nog wat tijd kunnen gebruiken.

En tijd heeft Haim nog met hopen – 27, 24 en 21 als de zusjes zijn. Als alles in elkaar klikt, is dit een van de meest beloftevolle recente popbands – vorm indien nodig uw second opinion gerust door hun uitstekende covers van Sheryl Crows “Strong Enough” en Miley Cirus’ “Wrecking Ball” eens te checken. Een van de opvallendste ook, al ligt dat niet alleen aan het frisse geluid, maar ook aan een onbevangenheid die het haalt van een drang naar perfectie. En eerlijk, het valt te hopen dat de zusjes die onbevangenheid niet verliezen, zolang het hun ruime groeimarge niet in de weg staat.

E-mailadres Afdrukken