Banner

WorldService Project

Fire In A Pet Shop

7.5
Guy Peters - 14 juli 2013

Je moet er soms een beetje naar zoeken (liefhebbers blijven vaak liever hangen bij gezapige nonkels voor wie belegen maatwerk al lang geen bezwaar meer is), maar ook binnen en nèt buiten de jazz vind je nu en dan jonge Turken die het volle pond geven, met graagte en brede grijns genremuren slopen en elke kans die zich voordoet aangrijpen om nieuwe avonturen te beginnen, gelijkgezinden te vinden en de boel op z’n kop te zetten. Een mooie voorbeeld daarvan is de onvermoeibare Britse band WorldService Project die zopas zijn tweede, perfect getitelde plaat uitbracht.

alt

Met de combinatie van sax, trombone, toetsen, bas en drums heb je te maken met een ideale line-up voor een potje klassiek, maar de troepen van Dave Morecroft maken sinds hun oprichting al voluptueuze zapmuziek tussen jazz en de uiterste regionen van de rock-‘n-roll. Daarvoor blijven ze niet onder de kerktoren hangen, want Morecroft & co. waren een paar jaar geleden bij de grondleggers van het Match & Fuse-concept, waarmee gelijkgezinde bands uit verschillende landen elkaar op sleeptouw namen. Onlangs speelden ze ook op de tweede editie van het jaarlijkse Match & Fuse Festival in Oslo, waar snel duidelijk werd dat ze passen binnen een bredere Europese beweging van jonge, avontuurlijke bands.

Maar bovenop de eclectische stijl en aanpak, die voor een stuk z’n voedingsbodem heeft in Zappaiaanse gekte, is er toch ook iets typisch Brits aan deze knapen. Het is dat wat absurde gevoel voor humor (voelbaar van het soms jolige podiumgedrag tot de songtitels), een soort anarchisme en Monty Python-achtig absurdisme dat afstamt van voorgangers als Loose Tubes en Billy Jenkins; artiesten die het niet zo nauw namen met de jazzregels en ook al leentjebuur gingen spelen bij wereldmuziek, blues, country, etc. Bij WorldService Project is dat dan eerder de groove van de funk en het harde gepomp van de extreme rock, maar nu en dan zit er ook een discoritme of flard elegante swing in.

Het boeiende daarbij is dat het concept ‘song’ zowat op z’n kop wordt gezet, want door het voortdurende geflip tussen stijlen en passages gaat het om veelkoppige beesten die voor de ene met haken en ogen aan elkaar hangen, maar voor de andere juist een uitdaging zijn en eigenlijk bestaan uit imponerend knip- en plakwerk, waardoor de onaflatende energie en ultrakorte pauzes tussen de songs soms de indruk geven dat Fire In A Pet Shop als één onderbroken compositie gaat aanvoelen. Intensief, massief en potentieel wat zwaar op de maag, maar het is moeilijk om niet onder de indruk te zijn van zo’n overgave.

Morecroft, die al even een bekende naam is in het Londense improvisatiecircuit, heeft dan ook een mooie bende rond zich verzameld met Raphael Clarkson (trombone), Tim Ower (sax), Conor Chaplin (elektrische bas) en Neil Blandford (drums); muzikanten met de bagage om de kronkelige composities van de leider in goede banen te leiden, maar net zo goed in staat om al improviserend eens loos te gaan. Opener “De-frienders” (Facebook is alomtegenwoordig) laat dat meteen horen met schizofrene genrehopping, spanning tussen strakheid en dreigende chaos, invloeden uit metal en funk. De song is een kluwen van ideeën en geluiden, de excentrieke aanpak van onze eigen X-Legged Sally aangevuld met de bleep-blop van Pacman.

Dat parcours wordt daarna aangehouden met de tricky timing, de ontregelingen en de dierengeluiden van de titeltrack. Hier en daar kan je stilstaan bij de individuele krachtpatserijen en knappe combinaties (zeker als sax en trombone duellerend aan het smodderen slaan), maar het is vooral het collectieve samenspel dat zal bijblijven, of hoe de taptoeroffels van “Barmy Army” worden overmand door staccato blazers en kliederende toetsen om bij een hard swingende fuif te belanden. Elk gaatje wordt volgepropt en dat geeft weinig ademruimte, maar het is een soort maximalisme dat enorm aanstekelijk is, zowel werkt op de been- als de nekspieren en moeiteloos de gapende dieptes tussen de genres overbrugt.

“Change The F**king Record” laat, ondanks de titel, horen dat er soms ook wat meer subtiliteit aan te pas komt, maar ook dat de band nooit lang kan stilstaan bij momenten van ingetogenheid en elegantie. De vijf razen door de jazz en rock met kennis van zaken, maar nemen niks, zichzelf nog het minst van al, te serieus. Die onophoudelijke energie en stilistische gekte kan voor minder geoefende luisteraars vast wat zwaar op de maag gaan liggen, want ook al is het geen extreme muziek, Fire In A Pet Shop eist wel voortdurend de concentratie op, als een van de coke stijf staande stand-up comedian die geen seconde stilte tolereert. Daardoor zou het misschien geen slecht idee geweest zijn om een rechtlijniger stuk als “Cunha” niet te bewaren tot het laatst, maar die pure impact is natuurlijk ook een cruciale troef van de band.

Kortom: Fire In A Pet Shop is een excentrieke, bruisende plaat vol levenslust en lef zoals je er in de wereld van de jazz en daarbuiten nooit genoeg kan hebben. Het is dan ook geen verrassing dat de band binnenkort kan beginnen aan een uitgebreide tour door de Verenigde Staten. Dit is immers muziek die live al net zo spannend en grappig is. Rest enkel nog de vraag wie ze eens naar hier gaat halen.

E-mailadres Afdrukken