Banner

Christopher Owens

Lysandre

7.5
Jantine Knevels - 11 januari 2013

Dit is geen Girls plaat. Girls is gedaan. Er is echter geen fan die hoeft te wanhopen, want Christopher Owens liet de wereld maar een korte herfst wachten op zijn eerste soloalbum Lysandre.

Met Girls wou Christopher Owens duidelijk deel uitmaken van de sound van romantische oldies. En hij slaagde daar ook uitstekend in. Leg "Oh Boy" maar eens naast "Tears on my Pillow" van Little Anthony & The Imperials. Het lijkt wel een geniaal geknipte en opengetrokken cover of tribute, maar dan eentje die een geheel nieuw nummer vormt. En hun "Magic" is wat er zou gebeuren als Elvis een laid back rock-'n-roll versie van "Magic" van Pilot zou maken. We weten dat deze nummers uit de hoed van Christopher Owens kwamen, en we weten dus dat hij een brede smaak heeft en als een vis kan zwemmen doorheen de popgeschiedenis.

Owens toont in Lysandre dat zijn ambitie verder reikt dan een nummer dat op eigen benen kan staan. Zo vertelt zijn soloalbum ons niet alleen over een stukgelopen liefde, maar geeft het ons ook wat inzicht in hoe ingenieus zijn brein kan werken. Het bijzonderste aan Lysandre is immers dat het een afgerond werkje is met een interne code. Zo dienen de titels van de songs bijvoorbeeld tot meer dan het benoemen van die song. Het zijn (chrono)logische hoofdstukken voor zowel een reisverhaal als een liefdesverhaal.

Alles begint met een introductie van het hoofdpersonage: een soundtrackthema. "Lysandres Theme", genoemd naar het meisje dat hij tijdens de eerste toer met Girls leerde kennen. Net als Grenouille in Het Parfum ving Owens het wezen van zijn toenmalige oogappel en met zijn muzikale zintuigen goot hij dat in een soundtrackthema. Blijkbaar klonk de gebottelde essentie als een dwarsfluit.

Lysandreis ook vormelijk opgebouwd als een boekje. "Riviera Rock", nummer zes in het midden van de plaat en ook letterlijk het hoogtepunt in het verhaal, kon niet meer zorgeloos overkomen met een reggea/surf ritme met veel wind en lucht, een heel relaxte saxofoon en vrolijke percussie. Maar de betovering en blijkbaar ook de relatie, worden erg abrupt verbroken. Want de kloof met de volgende track "Love is in the Ear of the Listener" waarin Owens zijn onzekerheid als songschrijver onverbloemd op tafel gooit, kan niet groter zijn. Weg zijn ineens de zuiderse, begeleidende instrumenten. Owens is weer alleen met zijn woorden en met zijn gitaar. En hij houdt niets van zijn onzekerheden achter.

Deze onverbloemde eerlijkheid stoort voor het merendeel van de plaat niet, omdat de liedjes toch swingen en de tekst vloeit. Maar bij "Everywhere You Knew" en het eerder vermelde "Love is in the Ear of the Listener" ontsnapt Owens niet aan een fronsende wenkbrauw. Aan de andere kant doen de spaarzame begeleiding (akoestische gitaar) en de blote kwetsbaarheid in de teksten er wel aan denken hoe ontzettend leeg een mens zich kan voelen als het net uit is.

Iedereen die (na introductie van het thema) een album begint met een voorzichtige en aarzelende song waarin hij een verleidelijke dwarsfluit laat kennismaken met een stoere, maar slepende elektrische rockgitaar die op toer gaat, en daar de titel "Here We Go" op plakt, krijgt puntjes voor een droog gevoel voor humor. De tegenstelling tussen Owens woordenbrij en die stukjes waarin hij vooral de instrumenten laat spreken is mooi. Zoals zijn eenzame escapades in "New York City" in een dolle rock-'n-roll trip worden nagespeeld door een losgeslagen saxofoon die uiteindelijk weemoedig "Lysandres Theme" verzucht; duidelijk een stad waar Owens niet al te leuke dingen meemaakte.

Aanwijzingen over het verloop van het verhaal springen open en bloot in het oog bij het overlopen van de tracklist, maar zitten ook verstopt. Op het wederom upbeate "Lysandre" maakt Owens na een korte beschrijving van haar koppige karakter toch bijzonder speels duidelijk dat hij nog op een kans wacht: "I would love to kiss you in the moonlight.(...) I'm not gonna beg, so baby come around to me.(...)". Aangezien dat nummer wordt opgevolgd door een tweede soundtrackthema dat "Closing Theme" heet, maar in bijna niets verschilt van "Lysandres Theme" (buiten een besliste piano- en drumbegeleiding en dat het in mineur eindigt) weten we dat haar beslissing vaststond.

Owens vertelt zijn verhaal als een toerende rockartiest, maar ook als een middeleeuwse bard. Die tegenstelling en vergelijking werkt heel goed. Hij trok dit concept tot in de puntjes door. Het resultaat valt zo natuurlijk in de plooi dat zijn keuzes veilig lijken, maar dat zijn ze helemaal niet. Ze zijn ongehoord. En gedurfd. Door het veelvuldig gebruik van een thema had dit album net zo goed heel erg saai kunnen klinken. Maar dat is helemaal niet het geval.

De link met de middeleeuwen die er in is geslopen, gaat trouwens verder dan toeren en dan de verhalende teksten: de hoofse fluitklanken, de gitaar die aangeslagen wordt als een harp, sommige nummers zouden van karakter stiekem hofdansen kunnen zijn. De songs die plaatsvinden in New York zijn dan weer ruigere rocksongs of erg swingende rock-'n-roll uit de tijd dat mensen elkaar nog rondzwierden.

Dat concept maakt van Lysandre een interessant album. Een kortfilm/verhaal over een korte relatie, met een soundtrackthema van de geliefden. Met titels als hoofdstukken en een epiloog. Met liedjes die tussen rockster en troubadour invallen. Met een hoesfoto die laat zien hoe slecht hij er aan toe is, terwijl je dat op de plaat helemaal niet hoort. Omdat de nummers zo eerlijk zijn, kan dit wel eens de ultieme troost tijdens een break up zijn.

Christopher Owens speelt op 6 maart 2013 in Botanique in Brussel.

E-mailadres Afdrukken