Banner

Lana Del Rey

Paradise

7.5
Philippe Nuyts - 29 november 2012

Wat exact een jaar geleden voorspeld werd, is ook uitgekomen: Lana Del Rey was de meest besproken artieste van 2012. En aan het einde pakt ze nog uit met een verrassing die haar jaar in een heel ander daglicht stelt ook.

De verwachte brandstapel werd eind vorig jaar al aangestoken, en vatte helemaal vuur met haar onontkoombaar ontgoochelende debuut Born To Die en enkele schabouwelijke live-optredens. Het in twijfel getrokken imago zakte zoals verwacht in als een cake die te vlug uit de oven wordt gehaald. Want dat was ze. Maar dan, op Werchter, volgde de kentering. Alle getrokken messen in het publiek werden stuk voor stuk geruisloos opgeborgen. Ze kon verdomme echt wel zingen. En echt ontroeren. Gekker moest het niet worden. En net op het moment dat ze al haar stukgeslagen authenticiteit, met het hoofd omhoog, weer bij elkaar had geraapt, leek ze de muziek voor bekeken te houden. Ze had alles verteld. En nu maakt Paradise, een EP die haar halve debuut in de schaduw zet, duidelijk dat dat helemaal niet het geval is. Tel mij de popmeisjes die zo weten boeien.

Met de acht nummers op Paradise maakt Del Rey trouwens eindelijk overtuigend duidelijk dat ze niet zomaar een “popmeisje” is, maar een diva uit een wereld van glazuren glitter, en glamour met een rouwrand. In haar Hollywood hebben palmbomen de nacht niet nodig om zwart te kleuren. Op Paradise klinkt ze alsof je haar ’s avonds laat in The Roadhouse van Twin Peaks op het podium kunt zien staan, en er door haar geile lijzigheid al eens een cafégevecht doet ontstaan. Terwijl zij onverstoorbaar doorzingt. Benieuwd hoe haar versie van Julee Cruises “The Nightingale” zou klinken.

Het plaatje van Del Rey en haar debuut klopt nu tenminste. De soms te banale huppelpop van Born To Die is ver te zoeken, de sfeer op Paradise klopt. Er werd nog te veel gezocht een jaartje geleden, te veel verkend, een veelzijdigheid betracht misschien die nog niet zo nodig is bij Del Rey. Ook de afschuwelijke hoes van Born To Die was onverklaarbaar voor iemand die zo met imago koketteerde en er nog voor aangepakt werd ook. Het waren samen met haar slechte optreden schoonheidsfoutjes van, voor, door iemand die er allemaal niet bijster klaar voor was. Paradise is het resultaat van een jaar groei en ervaring. En zie nu.

Del Rey gebruikt haar stem een pak veelzijdiger en zingt een pak beter, louter ten dienste van de song. De hoge noten in “Bel Air” zijn een Red Bull voor het nummer, ze beheerst haar diepe stem een pak beter in haar cover van “Blue Velvet”. Het prachtige “Ride” maakte verbazingwekkend ongedwongen duidelijk dat “Video Games” en “Born To Die” (mooier hebben we pop sindsdien nog steeds niet geweten) geen toevalstreffers waren. Dat is nog het meest geruststellende van deze acht songs: “America”, “Body Electric” en “Bel Air” jagen die bloedstollend mooie singles niet achterna, maar staan op zichzelf en kunnen er zonder blozen naast staan. Met alle songschrijvers die dat zwetend hebben geprobeerd het afgelopen jaar, kan het Sportpaleis een week of twee gevuld worden.

Is Paradise foutloos? Geenszins. Vooral tekstueel kletteren er een aantal steken naar beneden. De meest besproken openingszin van het jaar , “My pussy tastes like Pepsi Cola”, is gebralde humor van op de Eroticabeurs (Lana kan beter), de zin “Springsteen is the king, don’t you think/I was like Hell yeah, that guy can sing” deed ons koortsig naar het tekstboekje grijpen of we dat echt wel goed verstaan hadden. En de fucks die in de single “Born To Die” nog werden gecensureerd, worden ruimschoots gecompenseerd in “Gods And Monsters”, maar dragen geen ene fuck (hé, kijk mama!) bij. Nee, dan liever de Del Rey die met een pruillip “Diamonds are my bestest friend” quotet.

2008 bracht Adele, 2009 Florence + The Machine, 2012 Lana Del Rey. En al de rest uit de popmeisjesgilde is, hoe aardig ook, gegil, gezucht en getokkel in de marge. De verdienste van dit Paradise is dat Del Rey samen met haar halve debuut ook om muzikale inhoud bij dat triumfeminaat blijkt te horen, en niet alleen door dorpscafépraat (wat zijn sociale media en interfora meer dan dat). Of hoe het voorspelbare in iets onverwachts uitmondde. Faut le faire. Meer van dit, graag, te beginnen live in Vorst mei volgend jaar. En maar goed ook: het vooruitzicht op een jaar zonder Del Rey voelde al een beetje onwennig aan. Maar er is nog altijd H&M in dat geval.

De EP is apart te koop op iTunes.

E-mailadres Afdrukken