Banner

Om

Advaitic Songs

7.5
Bart Van Put - 13 september 2012

Advaiwat Songs? Wat wil dat nu in godsnaam weer zeggen? Een telefoontje aan Ingeborg leerde ons dat ‘advaita’ staat voor non-dualiteit, wat betrekking heeft op het ‘absolute zijn’, waarin de tweedeling tussen de realiteit zoals ze is en hoe ze door het individu wordt gepercipieerd, wordt opgeheven om zo een staat van eenheid met de échte werkelijkheid te bereiken. Bon, dat wordt weer trippen.

Ons favoriete stoner/droneduo Om heeft de laatste jaren woelige watertjes doorzwommen. Toen in 2008, een jaar na het uitkomen van meesterwerk Pilgrimage drummer Chris Hakius zijn drumstel definitief aan de wilgen hing, gooide zanger/bassist Al Cisneros het roer volledig om. Met het inlijven van Grails-drummer Emil Amos rees het vermoeden dat de stonerdagen van Om weleens geteld konden zijn. Een vermoeden dat bevestigd werd met de release van “God Is Good”, dat koos voor meer ingetogen, atmosferische passages, maar duidelijk maakte dat de goede richting nog niet gevonden was.

Nu is er dus Advaitic Songs , waarop Cisneros en Amos het ingeslagen pad verder ontdekken. Het album opent met “Addis”, dat verrassend uitpakt met vrouwelijke vocalen en een rijk instrumentarium (tabla, cello, gitaar, piano), maar waar nergens een bas of drum te bespeuren valt. Ook het hele Indo-proggy sfeertje waarin “Addis” baadt, valt op en doet ons beseffen dat het spreekwoordelijke point of no return bereikt is voor Om. Dat doet trouwens niks af aan de kwaliteit van het nummer, dat heerlijk dromerig en exotisch voortmeandert en je het gevoel geeft dat je met beide voeten door de Ganges waadt.

In “State Of Non-Return” wordt ironisch genoeg nog wel teruggegaan naar de stonerroots van Om: hier worden nog eens stevig de drum- en baspedalen ingetrapt en wordt ruimte gemaakt voor een lekkere groove die dit nummer voortstuwt. Toegegeven, even meedogenloos als vroeger zal het nooit meer worden. Om in de flow van het hele album te blijven, koos de band ervoor om de registers niet helemaal open te trekken zoals op Pilgrimage (luister maar eens naar de bas in "Unitive Knowledge of the Godhead", maar span eerst stevig je buikspieren op), maar eerder voor een gecomprimeerde aanpak, maar daarom niet minder vol geluid. En hoewel het ritme de primaire oerdrive van Hakius mist, is het drumwerk van Amos effectief en gevarieerd genoeg om het nummer de vaart te geven die het nodig heeft. Naar het einde toe maakt de heftigheid weer plaats voor berusting en weemoed, vertolkt door piano, cello en viool.

De ingetogen coda van “State Of Non-Return” wordt verdergezet op de rest van het album. Op de plaat worden “Gethsemane”, “Sinai” en “Haqq al-Yaqin” niet als triptiek aangegeven, maar qua feel zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. De link zit hem vooral in de opbouw: elk nummer heeft als basis een afwisseling tussen naakte drums, ingevuld met dunne baslijnen, ambient en een occasionele tambura of tabla als ondersteuning van het vrij monotone gezang van Cisneros, en mooie strijkersarrangementen die als een soort refrein fungeren. Die afwisseling tussen twee soorten sequenties kan in eerste instantie nogal langdradig lijken, maar houdt de plaat in een constante flow.

Wat vooral interessant is, is wat er tussen deze rode draad gebeurt, en vooral de heel knappe in- en outro’s die het geheel naar een hoger niveau tillen. “Gethsemane” eindigt met een fantastische baslijn, waarmee Cisneros nog maar eens bewijst dat hij een meester is op zijn instrument. De mateloos intrigerende intro van “Sinai” doet denken aan een stokoud vergeten geluidsfragment van een biddende oriëntaalse sekte. Maar het zijn toch de laatste vijf minuten van de plaat die schitteren van magistrale klasse, wanneer het zogenaamde ‘refrein’ wordt aangevuld met dwarsfluit, om dan compleet te ontaarden in een waanzinnig knap akoestisch gitaarslotstuk, dat wordt vergezeld van strijkers en ander instrumentarium, en Advaitic Songs naar een introspectieve, zalvende catharsis brengt

Op dit album heeft Om zijn stonerroots zo goed als volledig achter zich gelaten, dat is iets waarmee we zullen moeten leren leven. Maar op deze Advaitic Songs wordt het nieuw ingeslagen pad onverschrokken verder bewandeld. Niet zonder fout, hoor. Al Cisneros is nog steeds geen groot zanger, maar declameert zijn teksten als een boeddhistische monnik: monotoon en niet altijd met evenveel gevoel voor metrum. Cisneros’ teksten zijn ook weer behoorlijk potsierlijk (wat komt die fakir daar toch doen?), maar als je de hele plaat beluistert, blijven vooral toch de bloedmooie arrangementen en de knappe sfeerschepping hangen. Het hele album baadt in een waas van concentratie en meditatie en kan uitpakken met een aantal muzikale prijsbeesten. Het maakt van Advaitic Songs een zéér knappe plaat, die het wat verloren vertrouwen na “God Is Good” volledig herstelt, en Cisneros en Amos het vertrouwen geeft om het muzikale universum dat ze ontdekten verder te blijven exploreren.

E-mailadres Afdrukken