Banner

Baroness

Yellow & Green

7.5
Lennert Hoedaert - 17 juli 2012

Baroness had op voorhand gewaarschuwd: met Yellow & Green zouden ze zichzelf en hun fans uitdagen. Zelf zijn ze allicht zeker van hun stuk, maar hun achterban overtuigen, wordt geen makkelijke klus.

Onder het motto "we mogen niet langer als sludge bestempeld worden" hebben Baroness, Mastodon en Kylesa zich de laatste jaren losgerukt uit het vreselijk genaamde hokje waar muziekrecensenten hen maar al te graag in stopten. Bij elke band zou het nummer nadrukkelijk "op de eerste plaats" komen, "daarna de performance". Een misleidende gedachte, want de opzwepende mix van hardcore punk, stoner metal en southern rock, die vroeger hun loodzware moerasmetal maakte -- en zo klinkt een band als Black Tusk vandaag nog steeds -- leverde toch dijken van nummers op?

Als het dat niet was, lag het misschien aan het gewicht van de nummers. Dat Mastodon (met epische heavy metal), Kylesa (met lichtjes gestoorde pyschedelische metal) en Torche (met opbeurende poprock in een stonerjasje) zich in de studio meer ademruimte gunden, was duidelijk te horen aan hun minder massieve (maar daarom niet evidentere) sound. Mainstreamsucces was dus zeker geen doel op zich, denkt de naïeveling in ons. En, inderdaad: Mastodon heeft met The Hunter heel wat fans aangetrokken, maar zag waarschijnlijk veel die-hards afhaken. Kylesa en Torche blijven op hun beurt gewillig in het undergroundcircuit plakken.

Over naar Baroness. De band rond kunstenaar John Baizley, die voor Yellow & Green wederom een prachtige hoes schilderde, moest en zou net als zijn collega's zichzelf heruitvinden en daarbovenop zijn magistrale voorgangers (Red Album) en Blue Record) overklassen. Zijn wapen? Met Blue Record had het viertal al een hint gegeven: meer in de breedte gaan, met prog, southern, classic en pop rock. Laten we daarom, om de hooggespannen verwachtingen verder de hoogte in te stuwen, beginnen met enkele opvallende referenties. Het lijkt wel of er in Yellow & Green stukjes Queens Of The Stone Age ("March To The Sea"), Muse ("Sea Lungs"), Isis ("Eula), Thin Lizzy ("Green Theme"), Pink Floyd ("Foolsong") en Foo Fighters ("The Line Between") verscholen zitten.

U zit nu wellicht al op het puntje van uw stoel: heeft Baroness daarmee, zoals aangekondigd, échte nummers voor minder stoere binken geschreven? Het antwoord is volmondig ja. De dubbelplaat (!) staat voor progressieve art-metal in de strikte zin van het woord: de songschrijverij is er dus weer spectaculair op vooruit gegaan. Van kwade riffmetal is absoluut geen sprake meer. Wie de eerste singles reeds oppikte, hoeft niet meer bij het handje genomen te worden, maar "Take My Bones Away", "March To The Sea" en "Eula" beloofden veel, heel veel.

"Take My Bones Away" is het kanonschot waarmee de plaat feestelijk voor open wordt verklaard. Zeker niet het beste van Baroness -- ook geen Nickelback-rip-off zoals op YouTube werd uitgekraamd ---, maar het nummer heeft wel een refrein dat maar niet uit het hoofd te weren is. Het intense "March To The Sea" is het volgende in het rijtje: een beest van een song voortgestuwd door een dynamische baslijn van Baizley (die na het opstappen van Summer Welch de basgitaar ter hand nam), een gloeiende gitaarmelodie en de mokerslagen van Allen Blickle. Net als in "Sea Lungs" en "The Line Between" is dit heerlijk anthemische speedrock met typische Baroness-passages. Een lekkernij voor de oren.

Baroness trekt pas alle registers open in het epische "Eula". De band gaat resoluut voor een sfeervolle, melodieuze én verscheurende sound. "Eula" is het beste voorbeeld van Baroness 2.0, ook omdat Baizley net als in de prachtige bombastische opener van Green ("Green Theme") en het weergaloze "Psalms Alive" met zijn cleane stem -- zijn bulderschreeuw laat hij volledig achterwege -- hoge toppen scheert. Om nog maar te zwijgen van zijn gitaardans met Peter Adams, die meer vibrato's dan ooit uit zijn gitaar tovert.

Er is ook een maar. Zo'n dubbelplaat is een prachtig concept. Het getuigt van lef om in mp3-tijden, waarin albums soms al een hele karwei zijn, ermee op te proppen te komen. Maar dan moet je ook de muzikale lijn retestrak te houden, en daar wringt bij momenten het schoentje. Yellow is als een dik moeras waarin je, uitgezonderd de ballade "Back Where I Belong" en het pastorale "Twinkler" (dat trouwens doet denken aan "Sleep That Steels The Eye"), vrijwillig in wegzinkt. In Green kan je dan weer wegdromen bij de zeemzoete (hard)rock, maar vind je ook momenten waarop de honing niet plakt ("Mtns." en "Collapse"). En toegegeven: het op Torche gelijkende "Board Up The House" komt ietwat zagerig over door een langdradig refrein, de muzikale virtuositeit ten spijt.

Niet getreurd, er zijn genoeg nummers waardoor we power van weleer niet langer missen, bijvoorbeeld in het sentimentele "Foolsong" en de prachtige intermezzo "Stretchmaker". Net als "Eula" illustrerend voor de herboren Baroness: melodisch, introspectief, sfeervol en bij momenten erg poppy. Daarom zal Yellow & Green, net als de recentste platen van Opeth en Mastodon, een zijn om te aanbidden of zo ver mogelijk te verstoppen. Voor de nu al misnoegde fan: wees maar zeker dat er op het podium vier ruwe bolsters zullen staan om Yellow & Green er alsnog in te rammen.

Baroness staat op vrijdag 17 augustus op Pukkelpop.

E-mailadres Afdrukken
 
Baroness

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST