Banner

John Zorn

Mount Analogue + The Gnostic Preludes

Guy Peters - 23 mei 2012

Goed nieuws voor de fans van Hildegard van Bingen, Hadewijch en Theresia van Avila: John Zorns mystieke queeste is nog steeds volop aan het bloeien en blijft een dominante draad in zijn recente discografie. Zorgde het op een paar van de voorbije albums soms voor eerder oppervlakkig mooie muziek die de diepgang en intensiteit van zijn beste werk miste, dan wordt er nu weer gepiekt met Mount Analogue en The Gnostic Preludes, die elk op hun eigen manier een mooi hoofdstuk toevoegen aan ‘s mans kolossale discografie.

Mount Analogue verwijst naar werk van de Grieks-Armeense spirituele leider, schrijver en componist Gurdjieff, eerder al een centrale figuur op In Search Of The Miraculous, maar ook naar de geschriften van de dichter René Daumal over diens werk. Dat Zorn het in zijn uitvoerige liner notes voortdurend heeft over zoekers en zieners, mythische en mystieke tochten, allegorieën, esoterie en het verschil tussen denken, weten en begrijpen, maakt het allemaal erg diffuus, maar de muzikale uitwerking weet perfect substantie te geven aan al die moeilijk doordringbare theorieën.

Deze keer deed de componist, die weken schreef en bijvijlde (dat terwijl hij sommige van zijn Filmworks-volumes naar eigen zeggen afwerkte in minder dan een dag) aan een totaalcompositie van eenenzestig muzikale momenten, een beroep op het Banquet Of The Spirits kwartet, onder leiding van percussionist Cyro Baptista en verder nog met Tim Keiper (percussie), Shanir Ezra Blumenkranz (bass, oud, gimbri), die er ook al bij was op In Search Of The Miraculous, en Brian Marsella (piano/orgel). Oudgediende Kenny Wollesen (vibrafoon) vervolledigt de line-up. Het stuk was oorspronkelijk opgevat als een compositie die uitgevoerd zou worden met zijn bekende ‘file cards’, maar uiteindelijk zou het hele werk uitgeschreven worden in traditionele notatie.

Het resultaat is een excentrieke, soms verwarrende en raadselachtige, dan weer exotisch groovende of omfloerst verleidende muziek waarbij kamer- en filmmuziek een vrijage aangaan met elementen uit folk en ritualistische muziek. Opvallend is de indringende lijfelijkheid die de muziek uitstraalt. Wilden recente albums soms wat afgelikt en steriel klinken, dan zorgen de nieuwe instrumenten als de oud en gimbri ervoor dat de muziek een aardser cachet krijgt, terwijl Marsella’s orgelwerk zowel aan souljazz als sacrale muziek lijkt te refereren. Naar goede gewoonte is de percussie van Baptista en Keiper weer erg kleurrijk, soms opzwepend en gedreven en dan weer secuur en detaillistisch. De resonerende vibrafoon van Wollesen zorgt voor het dromerige aspect.

Er doen zich enkele abrupte wendingen voor, waarbij de galmende vocalen van het ensemble het geheel een Rosemary’s Baby-sfeertje geven, maar elders is dit doorgaans muziek die er goed in gaat, ondanks de veelheid aan invloeden en de talrijke omschakelingen. Mount Analogue is misschien niet de meest gewaagde van Zorns platen, maar het is wel een van de beste uit zijn recente output, eentje die bevlogen en virtuoos klinkt, vol verrassingen zit en toch ook met een zinderende intensiteit die vaak ontbrak in het recentere werk.

Op The Gnostic Preludes, het echte vierde deel in Zorns reeks mystieke albums, is de focus heel wat nauwer, maar de resultaten zijn wederom van een bedwelmend niveau. Opvallend is vooral ook dat de componist er nog eens in geslaagd is om gitarist Bill Frisell in de studio te krijgen. Ooit was die een vaste waarde (en lid van o.m. Naked City), maar de voorbije jaren ging dat zitje doorgaans naar Marc Ribot. Nochtans laat Frisell horen ook nog altijd een gedroomde partner te zijn voor Zorn. Zelfs als hij zijn kenmerkende effecten achterwege laat, blijft zijn stijl meteen herkenbaar: lyrisch, vaak met een country twang erin, en net iets minder hoekig dan die van Ribot. In combinatie met de harp van Carol Emanuel en de vibrafoon en het klokkenwerk van Kenny Wollesen (yep, hij weer), leidt het tot acht stukken bloedmooie muziek.

De liner notes kondigen al aan dat Zorn vooral inspiratie ging opdoen bij oude muziek, Debussy en de minimalistische componisten. Die link is nergens expliciet, maar wordt vooral duidelijk door het uitgepuurde gebruik van een minimum aan sferen. Dit is muziek die rond haar as blijft wentelen, teert op slechts een handvol aan ideeën en strikt binnen de uitgetekende grenzen van haar eigen universum wandelt. Dat brengt enerzijds beperkingen met zich mee -- het klankenpalet is nu eenmaal wat gelimiteerd met zo’n opvallende bezetting --, maar anderzijds zorgt het ook voor een immens coherente beluistering die je vanaf “Prelude 1: The Middle Pillar” verleidt en je aandacht weet vast te houden tot het prachtige, afsluitende miniatuurtje “Prelude 8: The Invisibles”.

De compacte melodieën en galmende klokken zorgen soms voor een sfeer die aansluit bij het werk van Morricone, maar meer nog natuurlijk bij Zorns eigen soundtracks en het mooiste van The Dreamers. Die ondertitel Music of splendor staat daar dus terecht. Samen met het eclectischer Mount Analogue bewijst het bovendien dat Zorns moderne voorliefde voor het esthetischer werk ook uiting kan krijgen in albums die op geen enkel moment hun charme verliezen. Een kleine piek in ’s mans oeuvre.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST