Banner

Fence

The Woolf

Jurgen Dignef - 10 oktober 2005

"Fence ist rad! Fence is briljant!" Het zijn de beroemde woorden waarmee Gert Van Nieuwenhoven zijn recensie over The Return Of Geronimo destijds samenvatte. Wie daar na het minder goed onthaalde Angels On Your Body toch nog even aan durfde te twijfelen, mag nu tot inkeer komen. Hier is immers The Woolf, de Fence-plaat die u noch wij zagen aankomen.

Wat er met Fence na Angels On Your Body is gebeurd? Blijkbaar heel veel, want op de punten waar de voorganger al eens tekort schoot, schittert The Woolf gewoon. Herinnert u zich de warrige volgorde van de songs op Angels On Your Body, en denkt u nog wel eens lachend terug aan hoe Niels doorheen "Relax" "Staat ’t er al op?" riep? Het zijn schoonheidsfoutjes die u zo stilaan mag beginnen te koesteren, want op de nieuwe plaat is het onnodig ernaar te zoeken.

Niet dat die foutjes Angels On Your Body volledig om zeep hielpen. Wie al eens de moeite deed iets verder dan de minder verfijnde productie te kijken, kwam even gemakkelijk tot de ontdekking van prachtige songs. Zo zijn er groepen genoeg die ervan dromen een stevige indierocker à la "Nebraska (The New Virgin)" te maken, terwijl songs als "Good Education" en de b-side "Suzie, The Lone Crusader" zelfs gerust op een plaat van The Beatles hadden kunnen staan. Het is geen toeval dat het uiteindelijk songs als deze zouden zijn die het pad naar The Woolf zouden effenen.

De profetische single "Hear Them Goodbyes" liet het grote publiek tijdens de zomer al een eerste keer van Fences nieuwe sound proeven, door het op nog geen week tijd tot de tweede plaats in de Arribalijst te schoppen. De grootste verrassing zou echter van The Woolf zelf komen, dat naast enkele rake gelijkenissen met The Beatles ook opvallend veel overeenkomsten met Brian Wilson en de Beach Boys vertoont.

Hoe Fence dat voor elkaar kreeg? Gewoon door zichzelf te blijven. De groep goochelt al zeer lang met meerstemmigheid, maar die karaktertrek komt op het perfect gemixte The Woolf pas écht goed uit de verf. Daarbij geldt "Sammy Boy", dat voor de plaat tot een instrumentaal nummer zonder dominante stem, maar met veel wisselende koortjes werd omgedoopt, als het absolute hoogtepunt.

Dat deze meerstemmigheid door vele kleine geluidjes wordt aangevuld, tilt de plaat naar een nog hoger niveau. Van de blazers die van "Plankton – Rulers Of The Hood" een soort ’Yellow Submarine meets Lucy In The Sky With Diamonds’ maken, tot Wim Poezens doedelzak die van "Ladies Man" een memorabele finale maakt: op The Woolf staat geen noot teveel en elk puzzelstukje valt wel op de juiste plaats.

We zouden Fence de vergelijkingen met de Beach Boys en The Beatles echter niet gunnen als de groep met flauwe lyrics over liefjes en andere puberale onzin zou afkomen. Maar ook daar zijn de mannen van Fence nu eens échte cracks in: er is in heel België niet één groep die erin slaagt zo’n vederlichte, goed gehumeurde teksten te schrijven. Zeg nu zelf: welke Belgische band is er zó cool om een liedje over de rebelse zoon van Jozef te schrijven? En waar op deze planeet is er nog een band die op het fantastische idee komt de onderzeese fauna en flora te bezingen?

Nog enkele vragen waar we mee zitten: wat is er met dat Gentse eunuchenbandje gebeurd, waarvan we de naam al lang vergeten zijn, maar dat het vier jaar geleden wél nodig vond om Fence in een Humo-interview tot op de grond af te breken? En werd september 2005 niet verondersteld een dEUS-maand te worden? Helaas. Wij kiezen voor The Woolf, dat de geschiedenis ingaat als het zonnigste plaatje dat het tropische Limburg ooit heeft voortgebracht.

E-mailadres Afdrukken