Banner

Xiu Xiu

La Forêt

Koen Diddens - 15 augustus 2005

U hebt een fantastisch lief, een bevredigende job en het leven lacht u toe. Luister dan vooral niet naar Xiu Xiu, want de kans is groot dat u binnen de week in het zwart getooid, met het hoofd diep tussen de schouders door de lokale dorpskern slentert. Xiu Xiu’s Jamie Stewart maakt namelijk muziek zwarter dan roet. Na ettelijke beluisteringen van het nieuwe La Forêt, moeten we echter toegeven: niemand doet het beter.

Xiu Xiu maakt allesbehalve makkelijk verteerbare muziek en zal dat nooit doen. Vorige plaat Fabulous Muscles, en dan vooral het prachtige nummer "I Luv the Valley, Oh!", was zonder twijfel echter de meest toegankelijke tot nu toe. Maar Stewart zou zijn eigenwijze zelf niet zijn, mocht hij met La Forêt niet opnieuw de obscuriteit induiken. De plaat is op een paar uitschieters na opvallend intimistisch, met meestal slechts een akoestische gitaar en enkele xylofonen ter begeleiding. Fan zijn van Swans en Joy Division helpt om La Forêt te doorgronden, net als de nodige portie aandacht en geduld.

De groepsnaam is afkomstig van de gelijknamige film van Joan Chen, een van de meest depressieve films ooit, en zo kan je de muziek van deze groep best omschrijven. Om dat wat extra in de verf te zetten begint La Forêt met "Clover", een nummer waarvan de bladeren spontaan van de bomen vallen. "It’s unmanageable to just keep on living" fluistert, mijmert, ja zelfs reutelt Stewart tegen een achtergrond van een tokkelende gitaar en een pingelende xylofoon. Bevreemdend, maar tegelijk ook ontzettend boeiend. "Muppet Face" is andere koek en het hardste nummer op La Forêt: klokkenspel luidt een stomend electronummer in dat ontaardt in een ongehoorde wirwar van industriële geluiden. "Pox", een van de betere nummers op de plaat, doet ons denken aan de mede-zwartjassen van Joy Division en the Smiths en drijft op een voor Xiu Xiu erg conservatieve gitaarlijn. Ook opvallend: "Bog People", waarop Stewarts zang ons zowaar aan Conor Oberst doet denken.

Met "Saturn" waagt Stewart zich aan een protestsong met wie anders dan George W. Bush als monster van dienst. "I will shoot this arrow right up your anus and you’ll taste what we taste/I will stab it right through the bottom of your mouth", zingt hij, maar jammer genoeg heeft het nummer te weinig bagage om ons te overtuigen. "Rose Of Sharon" drijft net als vele Xiu Xiu-nummers op Jamie Stewarts zelfbeklag, maar in tegenstelling tot bij andere nummers doet het gebrek aan een originele omkadering ons snel naar het volgende nummer zappen. Daar wacht "Ale", dat start met een verrassend opgewekte klarinetmelodie. De hoop op een sprankje vreugde wordt snel tenietgedaan door het openingsrefrein. "Shut up shut up/I wanna hear that pin pricking/shut up shut up/I wanna hear that nail scrape", zingt de getormenteerde protagonist.

Naar Xiu Xiu luisteren is altijd al een zware opgave geweest, en dat zal met La Forêt niet veranderen. Na een paar intensieve luisterbeurten beginnen we de depressieve wereld van Jamie Stewart te begrijpen, en zowaar zelfs te koesteren. Toch bewaren we La Forêt voor korte, druilerige en donkere dagen. Want ook al valt hij voorlopig tegen, de zomer is in het land, en dan zal Stewarts depressieve zang bij metgezellen niets dan vernietigende blikken oogsten.

E-mailadres Afdrukken