Banner

M.I.A.

Arular

Jurgen Boel - 28 april 2005

Ooit waren we meedogenloze huurlingen, al noemden we onszelf vrijheidsstrijders. Ons lichaam en onze ziel gaven we aan de hoogste bieder. Op de tonen van "Goodnight Saigon" en "We Didn’t Start The fire" aanschouwden we helse taferelen waarbij machinegeweer na machinegeweer leeggepompt werd op onbekende vijanden. In naam van het geld en het avontuur hakten we onversaagd in op de vijand, het commando blindelings volgend. Het koude, blinkende plastic mes klemden we tussen de melktanden.

Opgegroeid in het landelijke H.: een typische Vlaamse gemeente met kerk, dorpsschool en een plaatselijk bestuur; met daarenboven twee liefhebbende ouders en een rits (over)grootouders kan onze jeugd bezwaarlijk spannend dan wel beangstigend genoemd worden. Het is eerlijk gezegd een wonder dat wij niet van verveling gestorven zijn. Mag het u verbazen dat we in de beste jongenstraditie dan maar zelf onze oorlogjes onder elkaar uitvochten, onbewust van de kwade buitenwereld? En is het gek dat we nog steeds als kleine jongetjes dromen over vrijheidsstrijders en terroristen telkens als we er over lezen?

Maar de waarheid is minder prozaïsch en daar weet Maya Arulpragasam alles van. Als dochter van een Tamil-sympathisant in Sri Lanka heeft ze niet de romantiek beleefd die wij in onze kinderjaren aan de vrijheidsstrijd verbonden. Geboren in Hounslow, Londen en nog geen jaar oud terug mee verkast naar land van origine, groeide de kleine Maya op in een wereld van Tamil-sympathisanten en repressieve regeringen. Terug in het oude Albion volgde de niet meer zo kleine Maya een kunstopleiding alvorens zich onder invloed van Elastica en Peaches op de muziek te storten. Onder nom de plum M.I.A. (Missing In Action) verschijnt Arular ("A ruler", tevens een verwijzing naar haar vader): een eigenwijze mix van dancehall, grime, eighties-electro en old skool hip hop in de allerbeste British Urban Music traditie.

U mag zich dus alvast verwachten aan electrobeats die vakkundig door de sampler gesleurd werden door blanke hiphopproducers on too much ganja. Maar ook aan verloren gelopen trompetjes, speelgoedkeyboardklanken, pompende, spacy baslijnen, hele soundsystems en natuurlijk het indrukkenwekkende patois van Maya, die Cockney, Jamaïcaans, Srilankaans Engels en god weet welke talen nog tot een bijwijlen onverstaanbaar ratjetoe mengt. M.I.A. mag dan wel haar eigen lingo loslaten op verstoorde songs, maar met het tekstboekje bij de hand konden wij alvast voldoende ontcijferen om te begrijpen dat activisme en persoonlijke liefdesbesognes de rode draad vormen in dit album. Want Maya mag dan wel politiek bewust zijn, jongetjes blijven interessant, ook al hebben ze dan geen plasticmes tussen de tanden geklemd.

Ten tijde van Wiley vroeger we ons nog af of Grime in een doodlopend Brits straatje zou eindigen dan wel een injectie geven zou aan een hele nieuwe muziekstroming die haar wortels in de hiphop heeft. Tot op heden wist enkel Dizzee Rascal vanuit de Britse clubs door te breken naar het vasteland maar deze Arular van M.I.A. heeft alles in zich om ook de oversteek te maken naar het oude continent. Het eerste vrouwelijke gezicht van de NeW BUM ofte New Wave of British Urban Music is opgestaan en ze heeft veel meer dan alleen een knappe snoet.

E-mailadres Afdrukken