Banner

Morrissey

You Are The Quarry

Philip Fonteyn - 17 mei 2004

Op de hoes: een immer stijlvolle Morrissey. Netjes in het pak, losjes een Tommy Gun in de rechterhand. Tijdens een zevenjarige oorlog laat je natuurlijk al eens een verbrande brug achter en scharrel je wel wat vijanden op. De pen mag dan wel mightier than the sword zijn, gangsterhulpstukken zijn wel degelijk in uitzonderlijke omstandigheden toegelaten.

De verwachtingen voor het zevende solo-album van Manchester’s most charming man waren dan ook zo hooggespannen dat elektriciteitsmaatschappijen uit voorzorg een extra rekeningnummer hadden geopend. Met een Thompson gun for hire, een mand vol lonkende doelwitten (Evil legal eagles als wetsdienaars en rechters, Amerika en zijn president) en eindelijk een nieuwe uitstekende plaat onder de arm stapt Morrissey met forse tred weer vanuit de Californische zon recht in de priemende schijnwerpers. Aan de reactie van de kwijlende media valt trouwens af te leiden dat hij erg gemist werd. Het is dan ook met de knuisten in de neus en de gladiolen in de rits dat Morrissey de titel van beste en meest invloedrijke songschrijver op de revers mag spelden.

Voormalig compagnon de route Johnny Marr wordt nog steeds gemist, maar het gitarentriumviraat van Boz Boorer, Alain Whyte en Gary Day levert een meer dan degelijk fundament voor de breekbare stem van Morrissey. YATQ werd voornamelijk opgenomen in de City of Angels, onder supervisie van Jerry Fin, die ook al achter de knoppen zat bij pretpunkbands als Blink-182 en Green Day. In de meeste songs levert dat een pittigere klank op dan bij eerdere albums als "Soutpaw Grammar" of "Kill Uncle".

Het is fronsen wanneer een op het eerste gehoor slome hip-hop-beat uit de boxen rolt bij opener "America is not the world", maar al vlug valt het nummer voor die typische Mozzer-charme. Het vette US of A mag haar hamburgers in haar reet proppen: Meat is murder daarbinnen, maar er kan toch nog net een schuchtere liefdesverklaring aan Uncle Sam af. Als Ierse immigrant van de tweede generatie zet hij nog even de puntjes op de i in de straffe single "Irish Blood English Heart". Een schamper en ferm antwoord op enkele hilarische beschuldigingen van racisme. Verbluffende powerplay ook, perfect om het op een ongecoördineerd armenzwaaien te zetten.

Met een lichtjes provocerende titel als "I Have Forgiven Jesus" trapt hij misschien op wat zere katholieke tenen, maar wie ligt daar nog wakker van? De schuld ligt wel bij Kruisman & co: een timide jongen opzadelen met verlangens terwijl hij er geen blijf mee weet. Proper. Er wordt vervolgens met scherp geschoten in het trefzekere "The World Is Full Of Crashing Bores", waarin onze gekuifde heremiet de comateuze toestand van onder andere de muziekbusiness hekelt: "Lock jawed pop stars/Thicker than pig shit/Nothing to convey/They’re so scared to show intelligence/It might smear their lovely career".

Het onverbloemd schelden is nieuw en ook op het rancuneuze "How Could Anybody Possibly Know How I Feel?" (themaneefje van "Why don’t you find out for yourself" op Vauxhall and I) valt het woord shit. In een schimmig dorp nabij Manchester verbrandt een devote fan ongetwijfeld zijn volledige Morrissey-collectie.

De bas in "I like you" lijkt verder te antwoorden op Nick Cave’s "Do You Love Me?". Het is niet wat het lijkt: jaloezie blijkt dan toch de grootste drijfveer van magistraten te zijn. Dat de slopende rechtszaak tegen zijn vroegere Smithsleden diepe sporen nagelaten heeft mag duidelijk zijn. Meer gelaten toont El Moz zich op "I’m Not Sorry", waarin hij geen grammetje spijt voelt opborrelen.

Het magistrale "Come Back To Camden" en afsluiter "You Know I Couldn’t Last" zijn dan weer breed uitgesmeerde ballads, waarin Morrissey’s vocale uithalen tot in het hart doordringen. Op het eind van "You Know I Couldn’t Last" verklaart Morrissey zijn motivatie om door te gaan, ondanks de verworven pecuniaire weelde: "Oh but the squalor of the mind".

"Mozza! Knight Of The Empire! Ruler Of The Free World!", fêteerde Jonathan Ross hem nog onlangs in een zeldzaam televisie-interview. We gaan hier ook geen doekjes om zwachtelen: artiesten met de ambitie om met een betere en/of intelligentere plaat op de proppen te komen in 2004 kiezen beter resoluut voor een sabbatjaar. You Are The Quarry is alvast Morrissey’s beste sinds "Vauxhall And I" en daar kan u maar beter uw voordeel mee doen.

E-mailadres Afdrukken
 
Morrissey

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST