Banner

Fever Ray

Fever Ray

8.0
Steven Vervaet - 30 maart 2009


De meeste stadionrockers, politici en Temptation Island-deelnemers zullen het misschien niet geloven, maar er bestaan mensen die geen spotlights verdragen kunnen. Karin Dreijer Andersson is zo iemand. In fel licht zoekt ze naar een schelp om in te kruipen en priemende ogen fnuiken haar inspiratie.
In de schaduw licht de muze echter op als een bedwelmende lavalamp. Die creatieve kriebels resulteerden met The Knife een paar jaar geleden nog in het meesterlijke 'Silent Shout'. Ondanks de sabbatperiode van die groep met haar broer Olof en de verwelkoming van haar tweede kindje kroop het muzikale bloed echter waar het niet gaan kan. Resultaat: 'Fever Ray', een met stemmig zwart-wit gekleurenspoeld universum dat qua intrigerende onbehaaglijkheid en beklemmende pracht amper voor The Knife hoeft onder te doen.

Karin en Olof Dreijer zijn niet zo'n tweeling die elkaar per se vandoen hebben om hoge toppen te scheren, hoewel The Knife anders doet vermoeden. Geen semi-incestueuze, Suske & Wiske-achtige streken bij de Dreijers, maar de nodige ademruimte die de creativiteit enkel ten goede komt. Terwijl Olof noest aan z'n opera over Darwin werkt, schaafde Karin in alle familiale rust aan haar soloplaat.

Samen met het beitelwerk aan haar alter ego vijlde Dreijer ook alle stuiterende beats en puntige synths van The Knife weg uit haar sound. Het strakke elektronische minimalisme van 'Fever Ray' vertaalt zich dan ook nergens in dansbare tracks, maar in hypnotiserende, sjamanische slepers met Karin in de rol van opperpriesteres. 'Seven' bijvoorbeeld, een sprookjesachtige brok new wavepop (inclusief Kate Bush-stemmetje) die moeiteloos het merg uit uw beenderen zuigt. 'Triangle Walks' en 'Concrete Walls' beginnen dan weer met de ijsgekoelde minimal van Ellen Allien, maar Dreijer's stem doet alle steriliteit smelten als sneeuw voor de zon.

En daarmee zijn we bij de grote kracht van deze plaat beland. Conform aan de verschillende rollen in haar leven (moeder, zus, dochter,...) creëert Dreijer met haar vocalen ook in haar muziek verschillende persona's, maar geen enkele is non grata. Zo klinkt ze in de claustrofobische electropop van 'If I Had A Heart' als een sirene die haar breekbaarheid achter een mannelijke vocoderstem verbergt terwijl ze in de duistere coming of age-vertelling van 'When I Grow Up' met een vlijmscherpe meisjesstem de zeepbelbeats en filmische synths doorprikt. Een plaat lang klinkt Dreijer door deze aanpak als een ongrijpbaar hermafrodiet wezen dat door de ziel van de luisteraar zwerft.

Dat klinkt allemaal erg onheilspellend, maar 'Fever Ray' wordt nooit een labyrint van ijle soundscapes met een gitzwarte ziel. Hoe claustrofobisch de tracks soms ook mogen klinken, het blijven songs met koppen en staarten die voor houvast zorgen en straaltjes licht laten schijnen in de cryptes van 'Fever Ray'. Luister maar naar de sublieme melodieën van het al eerder vermelde 'Seven', maar ook in 'Now's The Only Time I Know' en 'I'm Not Done' is het heerlijk wegdrijven op het vlot van Dreijer's stem.

Met deze plaat trekt de mysterieuze mist rond Karin Dreijer allerminst op, maar het is verdomd verslavend om te blijven proberen door te dringen in haar ondoorgrondelijke kosmos. Als een duikboot sleurt de plaat je naar de abyssale dieptes van de menselijke geest én stem. Hoewel de sound van Fever Ray duidelijk geënt is op The Knife, heeft Dreijer in haar eentje een muzikale wereld geschapen voor rusteloze dolers die moeiteloos alle zuurstof uit de longen trekt. Bij de hand houden, dat beademingstoestel!

http://feverray.com
www.myspace.com/feverray


Fever Ray speelt op 2 mei op Polsslag.
E-mailadres Afdrukken
 
Fever Ray

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST