Banner

Xiu Xiu

The Air Force

8.0
Kristof Vande Velde - 19 oktober 2006

Neem één ding van ons aan: wanneer Xiu Xiu makkelijk wordt, dan is het Xiu Xiu niet meer. Leg daarom 'The Air Force', of een van de vier vorige platen, niet zomaar aan de kant wanneer je na drie pogingen beslist dat het ook dit jaar opnieuw niets wordt met die Jamie Stewart en zijn groepje uit het Californische San José. Luister er nog eens naar, en nog eens, en nog eens, tot de professioneel onlogisch gemaakte geluiden blijven hangen en zelfs aantrekkelijk worden en tot je inziet wat voor een gevoelige jongen die Jamie Stewart wel is. Als het na tien keer luisteren nog niet begint te dagen, dan zoek je je heil best bij andere bands.
Omdat Jamie Stewart, in 2002 medeoprichter van Xiu Xiu en als frontman de enige constante tot nu toe, wel eens de reputatie heeft of had the darkest, most fucked up guy in indie rock te zijn, moet je niet te veel vrolijke verhaaltjes van de man verwachten. Sterker nog, weinig muzikale persoonlijkheden zijn zo zwart als die van de heer Stewart. De muziek van Xiu Xiu is in grote mate te vergelijken met wat we op Good Is In Your Bones van Sukilove te horen kregen: op het eerste zicht zijn potentieel mooie nummers door bepaalde keuzes half om zeep geholpen, maar elke song wordt zo interessant dat je er een lange discussie over kan gaan voeren en op de duur bewijzen de voor het gehoor pijnlijke stukken hun effect wanneer ze plots mooi worden. Voeg daarbij de literair interessante lyrics van Stewart en je hebt het effect van Xiu Xiu beet.

Net nu we meedeelden hoe ontoegankelijk de muziek van Xiu Xiu wel is, moeten we al relativeren, want op 'The Air Force', zijn twee naar pop neigende nummers binnengeslopen: 'Hello From Eau Claire' en 'Save Me Save Me'. Vooral het eerste is atypisch, alleen al omdat Stewart niet zelf de lyrics inzingt, maar zijn nichtje Caralee McElroy. Door het overmatig gebruik van xylofoon krijgt het nummer iets kinderlijks. McElroy maakt het de luisteraar al niet gemakkelijk door zinnen te zingen als "I know it's stupid to dream / But you might think of me as a man". Toevalligerwijze bouwen zowel 'Hello From Eau Claire' als 'Save Me Save Me' tegen hun respectievelijk einde een pauze van een aantal seconden in, waarna het deuntje terug in gang schiet. Het tweede nummer laat ons de bekende, getormenteerde stem van Stewart horen en is opvallend catchy.

Zoals eerder gezegd, hebben alle nummers zo hun interessante momenten. De song die voor ons een stuk boven de rest torent, en misschien wel het beste nummer dat Stewart al heeft uitgebracht, is 'Vulture Piano'. Dit liefdesliedje houdt goed de vaart erin, heeft een instrumentale en elektronische begeleiding die over de hele lijn lekker loopt, laat ons een zeer begeesterde Stewart horen en heeft een zalig exploderend einde. Een geval apart is afsluiter 'Wig Master'. Het bestaat uit een volledig gesproken dialoog door Stewart zelf in twee stemmen uitgevoerd, met de begeleiding van schaarse, bij momenten schurende strijkers. Opnieuw hebben we te maken met een poëtische tekst waarbij "Loneliness isn't being alone, it's when someone loves you/ And you don't have it in you to love them back" het meest opvalt.

'Buzz Saw' is de breekbare opener die, zoals vele Xiu Xiu songs, de indruk wekt uiteen te zullen vallen als je er een lichte duw tegen geeft. Een middengedeelte lijkt helemaal niet in dit nummer thuis te horen en is de reden waarom vele mensen Xiu Xiu als onbeluisterbaar beschouwen. 'Boy Soprano' begint met een volledig ontregelde accordeon, althans dat denken we, wisselt daarna makkelijk en minder makkelijk verteerbare gedeelten af om te eindigen met een op hol geslagen fluitketel. Of zoiets.

Hoe meer we 'The Air Force' laten draaien, hoe meer alles in zijn plooi valt en hoe minder hobbelig hij binnenrolt. Jamie Stewart heeft zichzelf overtroffen en maakt met deze vijfde Xiu Xiu misschien wel de beste plaat uit zijn carrière. Met alle nummers die hierboven ontbreken is een minstens even lange recensie te maken dan degene die hier voor je neus staat. Om maar te zeggen wat voor een boeiende plaat deze most fucked up guy in indie rock heeft gemaakt.

E-mailadres Afdrukken