Banner

Midlake

The Trials of Van Occupanther

8.0
Xavier-Pascal de Baerdemaecker d'Overyse - 19 juni 2006

Twee jaar geleden waren we maar wat blij met Bamnan and Slivercork, de debuutplaat van het Amerikaanse vijftal Midlake. Ze vulden op dat moment namelijk de gapende leegte tussen de releases van oud en nieuw werk van drie van onze favoriete bands, Grandaddy, Mercury Rev en Flaming Lips. Hun eerste plaat bulkte dan ook van de referenties naar de 'grote drie' van de huidige lichting Cosmic Americans, hier en daar verrassend aangelengd met een stevige scheut Radiohead. Dat Bamnan and Slivercork er toen niet echt in geslaagd is (hier) potten te breken en ongetwijfeld aan heel wat (potentiële) fans onopgemerkt voorbij is gegaan, is dan ook een raadsel. Wij van onze kant voelden ons op den duur zelfs geen klein beetje onnozel toen iedereen ons maar bleef vragen of we dat groepje dat op 8 stond in ons eindejaarslijstje zelf verzonnen hadden.

Dan ziet het er deze keer, met opvolger 'The Trials of Van Occupanther' plots heel anders, veel beter uit voor Midlake. Enkele grote namen uit de muziekwereld, Thom Yorke, Beck en opper-Lip Wayne Coyne op kop, staken hun liefde voor het kwintet niet onder stoelen of banken en namen elke gelegenheid te baat om de naam van de groep te laten vallen in interviews. Een duwtje in de rug - om niet te zeggen een serieuze stomp - kreeg Midlake toen ze door niemand minder dan The Flaming Lips zelf werden meegevraagd tijdens hun Europese toer, die hen begin deze maand nog naar de Vooruit bracht. Wie er niet bij was kan hen later deze zomer ook nog zien op Pukkelpop. Kom dus achteraf niet zeggen dat u van niks wist!

Toeval is het allemaal niet dat Midlake nogal wat verwantschappen vertoont met de hoger genoemde bands. In een ver en duister verleden maakte de band onder de naam The Cornbread All-Stars naar eigen zeggen ellenlange, oersaaie jazz-funknummers en kwam de Grote Ommekeer er pas toen ze The Flaming Lips leerden kennen. Intussen zijn we nog een paar jaar verder en heeft de groep haar horizon nog wat verbreed. Na de eerste plaat verdiepte Midlake zich in de muziekgeschiedenis en pikte de band heel wat op van grote namen uit de jaren '70 als (o.a.) The Band, Fleetwood Mac, The Eagles, Neil Young en diens (ex-)makkers Crosby, Stills & Nash. Als muzikanten zijn Tim Smith, Eric Pulido, Eric Nichelson, Paul Alexander en McKenzie Smith er sindsdien ook een heel stuk op vooruit gegaan. Het resultaat is een plaat die de charmante imperfecties van haar voorganger ontbeert, maar aan de andere kant veel rijker, meer volwassen en tijdlozer klinkt. Minder speelgoedorgeltjes, ontstemde keyboards en gekke effectjes dan op Bamnan and Slivercork, maar meer uitgekiende arrangementen met plaats voor strijkers, piano, blaasinstrumenten en Tim Smith die hier en daar Ian Anderson-gewijs zijn ding tracht te doen op fluit.

Zelf schrikt de groep er een beetje voor terug het woord 'conceptplaat' in de mond te nemen, wie het boekje met de teksten erbij neemt kan er niet om heen dat er een rode draad doorheen de nummers loopt: de aloude, klassieke droom de bewoonde, materialistische wereld de rug toekeren om een teruggetrokken, bescheiden bestaan te leiden aan de rand van de maatschappij. Aan de oppervlakte lijken de songs dan ook te gaan over de lotgevallen van Van Occupanther, de rare naam uit de titel, een geflipte wetenschapper die niet echt schijnt te aarden in de samenleving en zichzelf dan maar buitenspel zet. Maar je kan het thema natuurlijk ook anders bekijken: de plaat gaat over schoon schip maken, overtollige ballast overboord gooien en met een schone lei beginnen, iets wat de groep met deze tweede plaat ook voor een stuk beoogde.

Muzikaal is Midlake minder zweverig geworden, maar ook op tekstueel gebied houdt de groep beide voetjes op de grond. Als luisteraar kan je je veel beter herkennen in en identificeren met de verhalen op 'The Trials of Van Occupanther' dan met de vaak kant noch wal rakende psychedelische hersenspinsels van Bamnan and Slivercork. Deze tweede is minder speels en minder avontuurlijk dan haar voorganger, maar je krijgt er meer warmte voor in de plaats. De eerste keren dat we naar 'The Trials…' luisterden, betreurden we dit nog, we vonden dat alles nogal op elkaar leek en dat dit een eerder vlakke plaat was geworden. Maar zoals we ook steeds hebben ervaren bij de platen van Grandaddy (met wie Midlake gemeen heeft dat ook zij uit een onooglijk gat afkomstig zijn) had dit album gewoon wat meer tijd nodig om te groeien. Uitschieters? De schitterende openingstrack 'Roscoe', 'Bandits', Young Bride', 'Branches' en 'We Gathered in Spring'. Maar vraag het ons morgen nog eens en het zou best kunnen dat we 'Head Home', 'In This Camp' of 'Chase After Deer' zeggen.

Wie na Illinoise van Sufjan Stevens, Ten Silver Drops van Secret Machines', Z van My Morning Jacket, Just Like the Fambly Cat van GrandaddyAt War with the Mystics van de Lips of Wolves van labelgenoten My Latest Novel nog steeds niet genoeg heeft van de huidige generatie Cosmic Americans, weet dus wat hem te doen staat!
E-mailadres Afdrukken