Banner

Joan As Police Woman

Real Life

9.0
Tom De Moor - 18 juni 2006

De allesbehalve alledaagse groepsnaam (naar het schijnt een verwijzing naar een voorliefde voor verkleedpartijen) gecombineerd met de norse blik op de coverfoto doen een cd vol chick-rock verwachten. Niets is minder waar, want Joan Wasser is natuurlijk beter bekend als de indie-liefhebster uit Connecticut die het podium al mocht betreden met Antony and The Johnsons, Rufus Wainwright, Jeff Buckley en Lou Reed. Op haar zesendertigste is ze nu, na enkele kleine, onbekende projecten, klaar voor solowerk. Want hoewel Joan As Police Woman een groep is, zijn alle spots toch duidelijk op Wasser gericht. Verdiend natuurlijk, want met alle muzikale bagage die deze dame op zak heeft, is het vreemd dat ze zo lang wachtte om uit de schaduwzone te treden.

'Real Life' begint met het titelnummer, een sterke pianoballade die wat aan Jolie Holland Holland doet denken en meteen uitnodigt om languit te gaan liggen en je te laten meeslepen door deze plaat. Toch kan ik mijn kritische geest niet bedwingen: de vrees duikt op voor een reeks soortgelijke nummers die genietbaar, maar onmogelijk te onderscheiden zijn. Deze angst wordt echter meteen opgeheven bij het tweede nummer, 'Eternal Flame' (geen paniek, niet de achtenzeventigste cover van het gelijknamige Bangles-nummer), een midtempo song die een zweem soul incorporeert. Wat afwisseling wordt niet geschuwd en dit levert mooie resultaten op. 'Christobel' flirt met indierock en verrast met een fijne, slepende gitaarsolo. Het catchy 'Save me' wordt erg speels dankzij het betere fluisterwerk en sensuele hulpkreetjes, die me zelfs even aan het vroege werk van Donna Summer deden denken. Nog een geslaagd experiment is 'I Defy', waarop Antony even de souldiva mag spelen. Dit nummer krijgt bovendien ook een pluim voor de warme compositie met bijstand van de blazers. Ook afsluiter 'We Don't Own It' verdient een eervolle vermelding aangezien die het album rustig, doch con brio afsluit. De sterke gelijkenis met Rachael Yamagata wordt bij deze dan ook vergeven. Over het geheel valt weinig op te merken. 'Ride' klinkt wat vrijblijvend en 'Flushed chest' had een kleine lift kunnen gebruiken, maar toch kunnen deze nummers eerder mediocre dan zwak genoemd worden en trekken ze het niveau niet de dieperik in. Na de ep's uit 2004 en 2005 had het full album meer dan tien songs mogen bevatten, maar dit kon natuurlijk even goed tot overbodige opvullers geleid hebben.

Laten we er geen doekjes om winden, 'Real life' is een puike debuutplaat. De soms wat hese, maar desalniettemin volle stem van Wasser blijft boeien en de variatie tussen de nummers onderling is ronduit verrassend. Indie en rock gaan hier samen met een sterke invloed van old-school soul en blues, wat de songs een warmere klank geeft, die goed samengaat met het timbre van de vocals. De knipoog naar het verleden resulteert niet in duffe nostalgie maar maakt dat enkele nummers een tijdloze klasse over zich krijgen. Hier en daar worden links met collega's duidelijk, maar toch geeft het album niet het gevoel het resultaat van copy/paste-werk te zijn. Op enkele middelmatige tracks na, is dit een vlekkeloos debuut geworden. De overgang van bandlid naar frontvrouw is geslaagd en doet uitkijken naar meer.
E-mailadres Afdrukken