Banner

Grandaddy

Just Like the Fambly Cat

8.0
Steven Vervaet - 18 mei 2006

Kleine ergernissen zijn recensenten niet vreemd, maar bij het lezen van een interview met Jason Lytle, zanger en songschrijver van Grandaddy, maakte ergernis plaats voor woede en ongeloof. Voor de allerlaatste plaat van de sympathieke band uit Modesto wou Lytle een digipackversie, maar de platenmaatschappij weigerde en dus ligt 'Just Like the Fambly Cat' in een gewone jewelcase-versie in de platenrekken. We weten niet wat u hiervan denkt, maar een dergelijk gebrek aan respect voor één van de beste, atypische indiebands van de laatste 8 jaar, vinden wij gewoon schrijnend. Enkel op geld beluste platenbonzen die hun euro's liever steken in platte puberpop dan in uitstekende bands als Grandaddy, wensen we dan ook het allerergste toe: anale penetratie met een cactus, een paar keer na elkaar de backcatalogue van Nana Mouskouri uitluisteren,… U vult zelf maar verder in.

Noem ons overdrijvers, maar wij hadden Grandaddy graag het afscheid gegund zoals de groep het gedroomd had. De Californiërs hebben het immers verdiend: ze hebben ons verblijd met twee uitstekende platen en één meesterwerk ('The Sophtware Slump'), ze introduceerden een compleet eigen en onweerstaanbaar keyboardgeluid ('AM 180', 'So You'll Aim Toward the Sky' ) en zijn verantwoordelijk voor een paar van de beste songtitels die ooit ons pad kruisten: 'He's Simple, He's Dumb, He's the Pilot', 'The Go in the Go-for-it' en ga zo maar door. Wie ze bovendien live aan het werk heeft gezien, zal zich vast hun hilarische visuals herinneren. Achter die fijne humor ging echter verveling en treurnis schuil, want Lytle was het touren meer dan moe en de band zag goede kritieken niet vertaald in evenredige verkoopscijfers. Om die redenen is 'Just like the Fambly Cat' het laatste wapenfeit van Grandaddy geworden. Omdat een recensie van een afscheidsplaat niet mag gelijkstaan aan een eerbetoon, gaan we u niks voorliegen. Deze plaat is zeker niet het beste Grandaddy-album ooit geworden waardoor 'The Sophtware Slump' altijd hun onovertroffen pièce de résistance zal blijven. 'Just Like the Fambly Cat' is wel een relevante en erg degelijke zwanenzang geworden, die liefhebbers van indiepop en american cosmic rock een gelukzalige glimlach op het gelaat zal toveren.

Zoals het een laatste plaat betaamt, baadt ze in een weemoedige sfeer van afscheid en nostalgie. 'What happened to the fambly cat', vragen een aantal kinderen zich af in de mooie openingstrack. We kunnen enkel hopen dat hun treurige vraag geen profetische synthese vormt van de toekomstige plaats van Jason Lytle in het muzieklandschap. In het met ultracatchy synths en gitaren gezegende 'Elevate Myself', stelt hij ons echter gerust. Hoewel hij the life on the road beu is, zullen we nog van hem horen: 'I'd rather make an honest sound and watch it fly / around / and then be on my way', zingt hij vastberaden en we geloven hem. De kat op de hoes lijkt dan ook symbolisch voor Lytle's leven na Grandaddy. Zijn lieflijke miauws op het aan 'Sumday' refererende 'Where I'm Anymore' lijken die these enkel te staven. Voor zijn tocht aan te vatten, leveren Lytle en zijn partners in crime op deze plaat eerst nog een paar melancholische pareltjes af. 'Summer… It's Gone', bijvoorbeeld, dat een intrieste sfeer koppelt aan gitaren die herinneren aan hun klassieker 'The Crystal Lake'. Wanneer zacht waaierende keyboards als de heilige geest rond de bloedmooie zangpartij van Lytle beginnen te zweven, komt het besef dat ze er na deze plaat niet meer zullen zijn aan als een harde pets in het gelaat. Nog meeslepender is de mooi getitelde afsluiter 'This Is How It Always Starts', waarin spacy synths de weg naar de toekomst plaveien. Het nummer herinnert aan het mooie 'The Warming Sun' van hun vorige plaat, maar is hier nog een stuk melancholischer.

Aangezien Grandaddy niet het martelaarschap wil opeisen van de band die meer verdiende dan het lot hen toewees, ruimt de weemoedige sfeer soms plaats voor snedige rock. Het één minuut durende '50%' is slechts een belabberde herhalingsoefening van 'Chartsengrafs', maar 'Jeez Louise' is er wel pal op. Overstuurde Sonic Youth-gitaren zorgen voor een ruime dosis vuilheid, die de etherische aah aahs doorprikken met hun scherpe weerhaken. In 'Rear View Mirror' verklaart Lytle tegen beter weten in dat hij zijn leven niet door een achteruitkijkspiegel wil bekijken en enkele verrassende gitaarexplosies zetten zijn woorden kracht bij.

Na een aangepaste cover van Electric Light Orchestra is het echter voorbij. De laatste tonen van de laatste Grandaddy-plaat zijn in de lucht opgelost. 'So I guess that's it then / and now I will say farewell..... / and may fortune befriend you all': zo neemt Lytle bij monde van hemzelf en de groepsleden afscheid van de fans in de afsluitende hoestekst. Katten hebben echter negen levens, de optimistische ziel in ons is dus nog hoopvol gestemd voor de toekomst. Zijn pessimistische compagnon wordt nu liever met rust gelaten.
E-mailadres Afdrukken