Banner

Tom Waits

Real Gone

8.0
Tom Deburghgraeve - 17 oktober 2004


Drie uur lang heeft het geduurd. Daarna was de bikkelharde strijd om een zitje in de Antwerpse Bourla op 13 november een verloren zaak. Talloze bellers bleven nog urenlang proberen om op de overbelaste telefoonlijn in te bellen. Tevergeefs. Om u een idee te geven: het call center Teleticket Service kreeg tijdens piekmomenten tot 3500 oproepen per minuut. Onfortuinlijke bellers vielen ten prooi aan angst en wanhoop, nadien aan frustratie en woede. Zij misten het eerste Belgische optreden in negentien jaar van hun grote idool: Tom Waits. De reacties op de site van het Toneelhuis, organisator van het optreden, liegen er niet om. Fans gaven te kennen dat ze gerust twee dagen in de rij of de regen (of een combinatie van beide) wilden aanschuiven om een van de zeldzame kaartjes te bemachtigen. Anderen hekelden de "amateuristische" voorverkoop en de vermeende "vriendjespolitiek" ten aanzien van bevoorrechte journalisten en mensen uit de muziekwereld. Bij het Toneelhuis halen ze de schouders op: een guest list voor het optreden was er niet en bovendien was het Waits zelf die zijn voorkeur uitsprak voor een kleine theaterzaal. Maar wie 40 of 100 (!) euro uitspaarde door naast een ticket te grijpen, voelt zich niettemin bekocht.
Aanleiding voor het concert dat deel uitmaakt van een Europese tournee met acht stops, is het recent verschenen album 'Real Gone'. Waits bewandelt op zijn elvendertigste langspeler geen nieuwe wegen, maar neemt de luisteraar opnieuw bij de hand door zijn volstrekt unieke universum. Sinds grensverleggende albums als het fenomenale 'Rain Dogs' en 'Swordfishtrombones' grossiert Waits in rammelende en schurende kringloopmuziek. Weg zijn de doorrookte ballads van een bezopen barpianist waarmee hij halfweg de jaren zeventig begon. Ook 'Real Gone' staat opnieuw bol van donkere bastaardblues. Verrassen doet Waits niet (meer?), boeien wel.
Waits omringde zich door schoon volk als gitarist Marc Ribot, bassist Larry Taylor en de drummer Brain Mantia, bekend van Primus. Hier en daar laat zoonlief Casey platendraaiers in het geluid binnensluipen. Het bewijst dat Waits niet vies is van hedendaagse invloeden en technieken. Zelf leeft hij zich op verschillende nummers uit in verbale percussie, een techniek die hij jatte uit de hiphop. Naar verluidt zou de hele plaat in eerste instantie a capella geschreven zijn. Met zijn onmiskenbare stemgeluid gaat hij - zoals altijd - doorleefd te keer: hij zingt, gromt, blaft, buldert. Rauw en intens. 'Hoist That Rag' krijgt zelfs een drukbevolkte kennel stil. Verder valt op dat de piano op deze plaat in het verdomhoekje bleef staan. Maar ook zonder weet Waits te ontroeren. Luister maar naar 'How It's Gonna End', 'Dead and Lovely' of 'Trampled Rose'. Enigszins ongewoon qua thematiek is 'Day After Tomorrow', een nummer dat verwijst naar de actuele politieke situatie in de VS. Waits is een zwerfhond die bij maanlicht over een vuilnisbelt mankt. Onvatbaar, groots en verheven. Zelfs voor de fans …
E-mailadres Afdrukken