Banner

Xiu Xiu

Always

Jurgen Boel - 04 mei 2012

Tien jaar en acht platen, het klinkt onwaarschijnlijk en ongelooflijk maar het is wel de waarheid; zo lang houdt Xiu Xiu het al vol. Enerzijds mag het niet vreemd heten daar Jamie Stewart al die jaren de enige constante was binnen de band en line-upwijzigingen derhalve geen fundamentele invloed hadden, anderzijds is het een mirakel dat Stewart, voor wie het woord dramaqueen uitgevonden kon zijn, het al zo lang volhoudt.

Zowat elke Xiu Xiu-plaat klinkt immers als een hoogst ongemakkelijk persoonlijk en introvert exorcisme waarbij Stewart boven een potpourri van electro- en rockinvloeden zijn vaak inktzwarte teksten debiteert, schreeuwt of fluistert. Zoals vaker het geval is bij Xiu Xiu worden muziekgenres tot op het bot gestript, waarna enkele stijldefiniërende kenmerken tegen elkaar gezet worden. Mits enige reflectie en goede wil kan er zelfs een overkoepelend geluid gevonden worden dat vaagweg refereert aan een bepaalde stijl, zij het geheel ondergedompeld in Stewarts universum.

Op Always, dat ten dele als een ode aan de fans geldt, is het dan ook niet anders. Stewart blijft zweren bij manische uitbarstingen en ingetogen stukken die van een ingenieus gevoel voor melodie en songstructuur getuigen maar net zo goed als een dissonante geluidsbrij omschreven kunnen worden. Wie hoopt op klassieke songs, al dan niet met een randje, is er bij Xiu Xiu op voorhand al aan voor de moeite. Tekst en muziek lopen hand in hand wat de confrontatie met de luisteraar betreft. Dat Xiu Xiu ditmaal opzichtiger met de jaren tachtig semi-mainstream flirt, maakt de trip er alleen maar indringender op.

Het popgevoel dat op elke plaat op een andere manier onderzocht werd en met elke release wat harder leek te schitteren, is naar een nieuwe hoogte gestegen. Uiteraard speelt de openheid van de mainstream voor meer artrock- en electrogerichte bands in het voordeel van Xiu Xiu, dat met zijn nieuwe plaat weer wat meer richting toegankelijkheid opschuift, zij het met een schuifelpas die door die hardfans niet op schuimbekken onthaald kan worden terwijl de maagdelijke popzieltjes met blozende konen zullen opkijken bij de perverse uithalen van Stewart en kornuiten.

Trachten songs als “Hi”, “Joey’s Song” en “Honey Suckle” nog enigszins de schijn op te houden dat ze naar de hand van de luisteraar dingen, dan is “I Luv Abortion” niet minder dan een welgemikte fluim in het gezicht van iedereen die zich te sterk focust op het popgevoel dat op Always naar voren komt. Met een dreiging en noodzaak die niet zou misstaan op Suicide-platen (zij het minder minimalistisch) haalt Stewart nogmaals zijn beruchte (politieke) stellingname tegen rechts/conservatief Amerika naar boven, waarbij hij vertrekt vanuit een persoonlijke gebeurtenis (ditmaal de keuze van een vriendin voor een abortus) en ook tekstueel de harde woorden niet schuwt: “the rose elf is stabbed; the rose goblin vacuumed O.U.T. OUT! ; when i look at my thighs i see death; it is great/rad; i love abortion.

Vrolijk word je er niet van, maar zoals de ode aan de fans “Hi” aantoont, is het doelpubliek niet van een kleintje vervaard: “If you are wasting your life, say hi; If you are alone tonight, say hi; If you wish he should die, say hi, hi-hi, hi-hi; If you have a hole in your head, say hi; If you have a stitch in your wrist, say hi; If when you look at the sky, it is black and shredded.” Het meest verontrustende bij dit alles zijn niet zozeer de teksten op zich, als wel het besef dat Stewart deze vaak plaatst tegenover songs die in essentie melodieus opgebouwd zijn (voor wie voorbij de weerhaken en stoorzenders kan luisteren) en in het diepst van hun gedachten naar erkenning hengelende electropopsongs zijn.

Elk album van Xiu Xiu en dus ook Always is in essentie een popplaat die zich verbergt achter woedende uithalen en bewust choquerend of expliciet taalgebruik (beluister “Factory Girl” of “Black Drum Machine” en huiver), dat wat door onmacht en twijfel niet zacht gezegd kan worden, noodgedwongen uitschreeuwt in hyperbolen die barsten van de symboliek en poëtische schoonheid. Jamie Stewart geeft met Xiu Xiu al tien jaar lang een plaat aan elke verschoppeling die niet zomaar in destructie gelooft maar met de resten van de consumptiegeschiedenis een grillig patroon opbouwt dat bovenal vraagt om gehoord en gezien te worden om wie hij of zij werkelijk is.

E-mailadres Afdrukken