Banner

Fence

Fence

Jurgen Dignef - 02 april 2012

Fence is terug! Maar liefst zeven jaar hebben wij op de opvolger van The Woolf moeten wachten maar honger is uiteraard nog altijd de beste saus. Niettemin is Fence geen eenvoudig plaatje met gemakkelijk meefluitbare liedjes geworden, want met de tijd is Fence als groep veel gegroeid. Het nieuwe album is voor Fence namelijk een beetje wat Revolver voor The Beatles was: een psychedelisch plaatje met een heel rijk geluid maar des te minder onschuld!

Toch kunnen wij perfect begrijpen dat Fence anno 2012 niet meer het bandje is van het debuutalbum The Return Of Geronimo in 1999. Probeer zelf maar eens muziek te maken en dertien jaar later niet veeleisender en kritischer te zijn tegenover jezelf! Dat Fence met de nieuwe plaat ambitieuzer dan ooit is, mag in ieder geval meteen blijken uit “Cool Spirit” dat begint met een trage doch funky melodie en dat er met bevreemdende houtblazers maar niet minder speciaal op lijkt te worden. Dat is met het tweede nummer "The Bee Song" niet anders want met hypnotiserende sitargeluiden bevestigt Fence dat het de groep te menens was om een mind blowing plaatje te maken.

En mind blowing is Fence wel, want het veelvoud aan bevreemdende geluiden dat de revue passeert naast de klassieke trilogie van gitaar, basgitaar en drum, tilt de plaat naar een hoog niveau. Het is bij momenten alsof u naar een nooit uitgebrachte plaat van The Beatles luistert, met dat verschil dat een Beatles-publiek na talrijke popplaten uiteraard naar een dergelijke plaat zou verlangen. Fence maakt na drie vrij onschuldige platen, weinig roem en een kleine fanbase ineens een heuse sprong voorwaarts, terwijl daar misschien niet veel volk op zat te wachten.

“Walk The Talk” is in ieder geval de eerste single geworden, maar het had eigenlijk net zo goed één van de twaalf overige nummers kunnen zijn. Niet omdat Fence alleen maar singles bevat maar net omdat Fence eigenlijk helemaal geen singles bevat. In de plaats daarvan krijgt u een plaat met meer ingewikkelde liedjesstructuren, waarvan de nummers haast in elkaar verweven lijken. Niet dat Fence ineens totaal onherkenbaar is geworden want u hoort meermaals de typische, gemoedelijke meerstemmigheid passeren. En dat terwijl de teksten nog altijd een even licht kaliber hebben, want terwijl Fence ten tijde van The Woolf nog op het idee kwam om de onderwaterwereld te bezingen, bezingt het combo nu de insectenwereld of onderneemt het in het psychedelische “Your Sister” een poging om de kalverliefde van een veertienjarige muzikaal vorm te geven in een nummer vol funky gitaarsolo’s.

In plaats van singles heeft Fence een erg rijk klankentapijt te bieden waarin je nieuwe dingen kan blijven en blijven ontdekken. Een onvervalste groeiplaat dus en er is bijgevolg wel een beetje geduld nodig om het album helemaal naar waarde te kunnen schatten. Wie dat kan opbrengen, wordt echter ruimschoots beloond want terwijl “Your Sister” en “The Bee Song” al bij een eerste luisterbeurt de nodige aandacht trekken, blijken nummers als "Haystack" en "We Didn't Mean You No Harm" eerder openbloeiers die pas na meerdere beluisteringen volledig tot je doordringen.

Dat maakt dat Fence met de vierde, naar zichzelf getitelde plaat ineens een volledig nieuw parcours heeft afgelegd. Het is geen betere noch slechtere plaat dan The Woolf geworden maar gewoon iets totaal nieuws waarmee het combo in ieder geval erg geloofwaardig overkomt. Want een Ben Kweller of Nada Surf waarvan de zanger op zijn veertigste nog altijd als een gekwelde veertienjarige klinkt, geloven wij intussen al lang niet meer. En dat kunnen we van Fence niet zeggen.

E-mailadres Afdrukken