De lachende politieman (Viot en Seiter naar Sjöwall en Wahlöö)

Eric d’Hooghe - 19 december 2011

Het bleef vreemd dat er in de Kaliberreeks van Casterman nog geen Scandinavische auteurs aan bod waren gekomen. Maar dat is nu verleden tijd. De Scandinaven worden meteen langs de grote poort binnengehaald met een roman van Sjöwall en Wahlöö.

Met De lachende politieman vallen ze wel meteen te midden van de reeks misdaadverhalen rond inspecteur Martin Beck. Dit vierde van uiteindelijk tien verhalen werd al uitgegeven in 1968 en is ook jammer genoeg niet echt het sterkste uit de serie. Maar dat neemt niet weg dat het toch van een zeker hoog niveau is.

Wat meteen opvalt, is het tegenstrijdige tussen de titel en de covertekening van een sombere politieman. De titel verwijst echter naar een singletje over een lachende politieman, “Den Skrattande Polisen”. Dit populaire plaatje krijgt Martin Beck cadeau met Kerstmis van zijn dochter Ingrid. De cover van het plaatje, met een olijk lachende politieagent zet dan ook meteen de toon, want Beck wil pas lachen als de zaak waar hij nu mee bezig is, opgelost wordt.

Het is trouwens een vreemde zaak die vreemd genoeg ingehaald wordt door de actualiteit. Iemand schiet een machinepistool leeg in een dubbeldekker van het openbaar vervoer in Stockholm. Onder de acht doden bevindt zich Åke Stenström, het jongste lid van het moordbrigadeteam van de Stockholmse politie én de man op de cover.

Al gauw blijkt dat hij het doelwit was en de anderen slechts collateral damage. Een aantal pikante foto’s in zijn bureau en nog wat verborgen notities wijzen erop dat hij, belust op aanzien, geheel zelfstandig bezig was met het oplossen van een oude moordzaak. Dat brengt Beck en de andere collega’s stilaan op het spoor van enkele stinkende zaakjes die uiteindelijk leidden tot de uitschakeling van Stenström.

Als je de roman kent, merk je dat Roger Seiter er zich met zijn scenario toch vrij gemakkelijk vanaf heeft gemaakt. Hij volgt meer dan slaafs het boek. Soms werkt dat, omdat hij de ietwat koele Scandinavische sfeer weet te vatten, maar evengoed leidt het tot een paar dalletjes in het verhaal, omdat het tempo dat je in een strip verwacht, toch wat getemperd wordt. Om nog maar te zwijgen van de talloze ‘umlaut-namen’ die passeren.

Waar Seiter toch een klinkende naam is, getuige de reeksen Fog en H.M.S., is het voor tekenaar Martin Viot een debuut. Hij was in Zweden al vrij bekend als illustrator van kinder- en jeugdboeken, maar een volledige strip is voor hem nu een uitgekomen droom. Hij brengt het er trouwens niet onaardig vanaf. Zijn tekeningen zijn een goede weergave van wat je in gedachten had bij het lezen van de roman. Geen sinecure. Blijft wel dat de personages dan weer te gestileerd, dan weer met onnodige details worden weergegeven. Hetzelfde zien we met de decors. Maar de sfeer zit er pal op.

Als detectivestrip, waar deductie de bovenhand heeft, is dit zeker aangenaam leesvoer. Als onderdeel van een sterke stripreeks schiet het echter net tekort.

E-mailadres Afdrukken