Het lege nest (Peter De Wit)

Eric d’Hooghe - 21 november 2011

De naam van Peter De Wit doet bij de meesten onder ons zeker een belletje rinkelen. Zowel als tekenaar en als scenarist van Nederlandse krantenstrips heeft hij zijn sporen verdiend. Nu gooit hij het over een geheel andere boeg met Het lege nest

De Wit brak ook in Vlaanderen al heel wat potten. Als scenarist maakt hij samen met spitsbroeder Hanco Kolk de Nederlandse Sex and the City: S1ngle. Als stripauteur maakt hij al een zeventien jaar de psychiaterstripreeks Sigmund. Beide zijn typische dagbladstrips van steeds een drietal prentjes eindigend op een clou. Het leek dan ook dat De Wit zich had genesteld in dit genre. Maar kijk, plots krijgen we zijn eerste “grafische novelle”, zoals hij het boekwerkje zelf noemt. Toegegeven, het is dit keer een volledig verhaal van net geen honderd pagina’s , maar aan de andere kant telt het ook maar iets meer plaatjes.

Het was duidelijk zijn jarenlange research in de wereld van de psychologie voor Sigmund en de confrontatie met zijn zoon en dochter die ‘op kot’ gingen, die hem deden besluiten om verder te gaan dan de drie plaatjes. We mogen dit gerust beschouwen als een zelfhulpboekje om zijn verdriet en frustraties van zich af te schrijven. Na Barbara Stock die haar filosofisch boekje over de dood dit jaar uitbracht, krijgen we nu een inkijk in het lege-nestsyndroom waar De Wit mee kampt sinds zijn laatste kind het ouderlijk huis verliet.

Maar verwacht geen autobiografisch geëmmer, want zijn deus ex machina in dit verhaal is Sigmund die als de psychiater van hoofdpersonage Ben opduikt. Toch krijgen we hier een andere Sigmund te zien dan degene die we kennen uit de gagstrip. Verschijnt hij in de krant als een cynische, sadistische en patiëntonvriendelijke kwakzalver, dan komt hij hier tevoorschijn als een echt luisterend oor dat ook nog eens therapeutisch werk verricht. Verwacht dus geen “Sigmund extra large”, want daarvoor is het humorgehalte te laag. Voor een diepgaande filosofische trip is het dan weer te luchtig. En daar wringt het schoentje een beetje.

Het geheel heeft net iets te weinig body om als “grafische novelle” echt overeind te blijven. Het is allemaal iets te veel van het ene en iets te weinig van het andere. En dat laat de lezer verweesd achter. Dat De Wit nog de nodige humor bezit, bewijst hij op de website die bij het boek hoort. Je vindt daar een drietal filmpjes die bewijzen dat alle decors uit het boek recht uit het leven van de schrijver komen. Jammer dat de humor niet boven komt drijven in deze strip. Laten we er maar van uitgaan dat deze novelle een vingeroefening was voor een waardevolle opvolger. De overgang van gag naar de langere strip is Peter De Wit nog niet echt goed afgegaan.

E-mailadres Afdrukken