Chagall in Rusland (Joann Sfar)

Eric d’Hooghe  - 14 november 2011

Alvast een waarschuwing voor de argeloze lezer: deze Chagall-vertelling is absoluut geen historisch correcte biografie. Hoewel het hoofdpersonage alle kenmerken van Marc Chagall in zich draagt, hebben we ook hier te maken met een Sfariaanse biografie en dat is toch een ander paar mouwen.

Als je het werk van Sfar niet gewoon bent, zou je op basis van de cover misschien kunnen opmaken dat Sfar zich verdiept heeft in het leven van de jonge Marc Chagall. Voor zijn hoofdpersonage baseerde hij zich immers duidelijk op een van de zeldzame foto’s van een jongere Marc in 1930. Maar niets is minder waar.
Net als in zijn strip en film over Serge Gainsbourg en de graphic novel over de schilder Julius Pascin, krijgen we hier een door Sfar volledig verzonnen levensverhaal van een bestaande figuur. Door hun leven opnieuw uit te vinden en zich hun emoties toe te eigenen, vindt hij voor elk van zijn helden een perfecte autobiografie uit.

In deze zwartgallige ballade wendt hij zich weer tot zijn boulimie van tekeningen, klezmermuziek, joodse legenden en zijn voorliefde voor liefdesverhalen, waarin de vader van de bruid altijd een obstakel is, maar steeds met een aroma van heldendom en goedheid. Het is duidelijk dat toen hij klaar was met de recente tekenfilmversie van zijn beroemde De kat van de rabbijn, Joann Sfar stoom afliet met deze jonge Chagall, vol levenlust, potlood en notitieboekje in de hand in zijn ‘shtetl’ in het tsaristische Rusland. Een surrealistische On the road vol geweld en passie, waarbij het hoofdpersonage de meest bizarre figuren tegenkomt.

Even kort samenvatten, voor zover dit mogelijk is met dit surreële verhaal dat alle kanten opbotst. Chagall is een wat wereldvreemde dromer die in een Chassidische gemeenschap leeft in het tsaristische Rusland waar kozakken bloedende raids uitvoeren en er armoede heerst op het platteland. Chagall is verliefd op de mooie dochter van de melkboer, die zo uit ‘Fiddler on the roof’ lijkt gestapt. Deze laatste wil z’n dochter pas wegschenken als Chagall een écht beroep heeft. Dit zet hem op de rails voor een queeste waarbij hij een ‘onnozele’ slager tegenkomt, een man die denkt dat hij Christus is en een getormenteerde vioolspelende soldaat. Samen met een stel bloeddorstige kozakken stampen ze een circustheater uit de grond. Allemaal om de vader van z’n geliefde te behagen. Maar als hij die overtuigd heeft, blijkt z’n liefje haar hart al verloren te hebben aan z’n compagnon, de slager.

Als je wat boekwerkjes over Chagall ter hand neemt, merk je dat Sfar toch wel zijn huiswerk gemaakt heeft. Niet enkel de personages zijn gebaseerd op Chagall’s schilderijen maar ook de situaties, droombeelden en decors zie je terugkeren. Het is hier ook meegenomen dat de tekenstijl van Sfar heel wat raakpunten heeft met de beeldtaal van Chagall. Toch enkele bedenkingen. Door het werk van Chagall te bewerken, beantwoordt ook dit stripverhaal aan de intussen verwachte patronen in de wereld van Sfar. Zo hebben we de joodse verhalen en symbolieken, die we terugzien in De kat van de rabijn en Klezmer. Daarnaast herkennen we hoofdpersonages die we ook al in zijn recenter werk tegenkwamen, wat hun voorkomen betreft. De sterk filosofische gesprekken hebben we ook al eerder gezien bij Sfar en vaak ook beter en gerichter dan in deze Chagall. Dit laatste zorgt er ook voor dat we hier een stevige pil hebben (127 pagina’s) die moeilijk te doorgronden is. Waarom ook de indeling in twee hoofdstukken zonder noemenswaardig verhaaleinde?

Nee, Sfar verrast niet meer, maar blijft desondanks wel kwaliteit leveren. Moeten we dit nu kunst noemen? Of filosofie? Of een historische novelle? Het is dit allemaal, maar het is vooral Sfar!

E-mailadres Afdrukken