Dracula, de ondode

deel 1/3 (Kowalski en Dufranne)

Eric d’Hooghe - 10 oktober 2011

Dacre Stoker, de achter-achterneef van Bram Stoker, schreef samen met Ian Holt het spannende en meeslepende vervolg op Dracula. In Dracula, de ondode laat hij de oude helden opnieuw opdraven, maar ook nieuwe personages. Nu is er de striptrilogie die op het boek gebaseerd is, in afwachting van de verfilming door Jan de Bont.

Het verhaal begint in 1912, vijfentwintig jaar na de gebeurtenissen in Dracula, waar de ploeg van professor van Helsing meent een einde te hebben gemaakt aan het schrikbewind van de gehoektande graaf. Het verhaal begint in twee lijnen. Eerst maken we kennis met Dr. Jack Seward, een aan morfine verslaafde verschoppeling die door heel Europa op vampiers jaagt. Daarna zien we Quincey Harker, de zoon van Jonathan en Mina Harker, die de universiteit verlaat om zich te richten op een carrière in het theater.

We volgen de dokter die zich naar Marseille heeft begeven. Daar is hij getuige van de aankomst van de vreemde gravin Elisabeth Bàthory. Wat volgt, is een erotisch schouwspel waarbij de gravin samen met haar twee hofdames een onschuldige maagd offert om zich tegoed te doen aan haar bloed. Dit bloed geeft hen immers de eeuwige jeugd. Dan beginnen de twee verhaallijnen elkaar te kruisen. Quincey Harker speelt een rol in de opvoering van Dracula van Bram Stoker (die het stuk ook produceert). De gravin blijkt met het stuk wel iets te maken hebben. In Whitechapel, een Londese wijk, zijn we intussen getuige van een zekere Jack the Ripper die zich te buiten gaat aan een serie bloederige moorden. Tot zover dit eerste deel.

Dacre Stoker slaagde erin om een waardig vervolg te schrijven. In de eerste plaats door de vele lagen in het verhaal, maar daarnaast ook door de introductie van de gravin die, net zoals Dracula, geïnspireerd is op een bestaande figuur. De echte Elisabeth Bàthory was op het einde van de 16de en begin van de 17de eeuw een berucht seriemoordenaar. Iets wat haar zelfs een plaatsje in het Guinness recordboek opleverde. In die contreien werd ze trouwens gravin Dracul genoemd.

Hoewel het verhaal zich nu in 1912 afspeelt, krijgt het geheel toch een zware gotische sfeer mee. En dat hebben de stripmakers goed begrepen. Zowel het kleurenpalet als de uitwerking van de figuren zitten juist. Enig minpuntje is dat het scenario van Dufranne enkele details mist die wel in het boek voorkwamen en dat maakt het moeilijk om de draad te blijven volgen, vermits er heel wat voorkennis wordt verwacht. De snelste manier om dit op te lossen, is de Coppola-verfilming nog eens bekijken. Zo zie je welke personages terug opduiken en welke er nieuw zijn.

Piotr Kowalski maakt met dit drieluik een stevige comeback op het stripfront. Helemaal stil heeft hij niet gezeten, maar het enige dat we hier in het Nederlands van hem kennen is het vierluik The Lincoln Branch. Een pluspunt in deze trilogie is de inkleuring van Svart. Hij weet zijn kleurenpalet aan te passen aan de omstandigheden. Duister bij de bloederige gebeurtenissen, sepiatinten in de flashbacks en feller bij de theaterscènes. Een duo met nog heel wat potentieel. Merkwaardig detail: Dracula komt in dit eerste deel helemaal niet opdagen... Of is het de duistere man op de laatste drie pagina’s? Wordt hopelijk snel vervolgd!

E-mailadres Afdrukken