Shenzen (Guy Delisle)

Eric d’Hooghe - 30 mei 2011

Na Pyongyang en Birma, ligt er nu een derde deel van de Oosterse observatiereeks van Guy Delisle in de winkel. Maar laat je niet misleiden door de chronologie. Shenzen is als eerste uitgebracht, maar het is de vertaling die langer op zich liet wachten. Dat deze er nu wel komt, zal ongetwijfeld een voortvloeisel zijn uit het succes van de twee eerdere delen.

Shenzen verhaalt de observaties van Delisle in de gelijknamige Chinese stad. Hij verbleef er in 1997 gedurende drie maanden. Zijn opdracht bestond erin om de animatieproductie van Papyrus te superviseren. Ongeveer dezelfde opdracht die hij later in het Noordkoreaanse Pyongyang moest vervullen. Feit is dat hij zich in deze koude industriële stad als een vis op het droge voelde. De vergelijking met Lost in translation gaat hier zeker op.

Zijn drie maanden durende opdracht is een combinatie van het aangrijpende en het absurde. Terwijl een dakloze zijn hoofd op en neer beweegt en daarbij steeds de stoep lijkt te raken (in werkelijkheid verbergt zijn lange haar dat hij steeds stopt voor hij de grond raakt), voeren werknemers in uniform een rijdansje uit om de opening van een nieuw Kentucky Fried Chicken restaurant te vieren. Om het bezoek aan de ‘horrortandarts’ te vermijden, bewaart Delisle zijn restjes flosdraad in zijn zak zodat de overijverige kamermeisjes het niet uit zijn kamer verwijderen. Hij beleeft een sprookjesachtige avond in de gymzaal bij kaarslicht omdat de stroom uitvalt. En geregelde momenten in het verhaal sneert hij naar de taalkundige evolutie van de deurbewaker van het hotel die hem steeds begroet met een nieuwe, zinloze en volstrekt ongepaste Engelse zin. Tegen het einde van het boek gebruikt hij toch een woord of twee op de juiste plaats.

Kortom: zijn verblijf is een lange (grappige) klaagzang op de grijze bleekheid van Shenzen. Daarbij het feit verwensend dat hij niet in Canton of Hongkong mocht verblijven, waar hij zich Kuifje waant (let op de paginagrote hommage). Geregeld duiken er nog andere hommages en persiflages op zoals een korte manga-oefening. De tekenstijl beantwoordt aan de drang om met kleine alledaagse dingen de grijze sleur en de eenzaamheid te doorbreken tijdens zijn verblijf.

Zo beweert Deslisle zelf dat door al die kleine anekdotes op te tekenen het lijkt of hij een geweldige tijd had in Shenzen. Maar als je het uit de context haalt, kan zelfs verveling zichzelf naar een hoger niveau tillen en vrij onderhoudend lijken, net zoals onze herinneringen. Gelukkig voor ons, de lezers, filtert zijn geheugen zijn ervaringen in Shenzen om unieke reisverhalen te creëren, gevuld met culturele ontdekkingen en vooral verbijstering. Als je van de vorige twee reisverslagen genoten hebt, is Shenzen zeker het aanschaffen waard.

E-mailadres Afdrukken