Van Istanbul naar Bagdad (Kolk & Grunberg)

Frida Dewitte - 31 januari 2011

Het is ongemeen verbazingwekkend hoeveel media-aandacht de nieuwste strip van Hanco Kolk de laatste weken kreeg. Daar zit de centrale figuur van dit album voor een groot stuk tussen: Arnon Grunberg. Er verscheen pas een nieuwe roman van zijn hand, namelijk het “bijna perfecte Huid en Haar”, en de literaire magazines van de grote kranten wisten in een beweging ook de strip te belichten. Die is een visuele weergave van de reis die Grunberg in opdracht van het NRC Handelsblad maakte van Istanbul naar Bagdad. Waarom hij de opdracht tot het maken van die reis precies had aangenomen, is een vraag die als een constante doorheen de strip loopt.

Het dikwijls droge, kil geanalyseerde uitgangsmateriaal van Grunberg vormt duidelijk een schitterend uitgangspunt. Er was een heleboel materiaal beschikbaar en Kolk heeft van daaruit sterk moeten schiften. Bijgevolg draagt Van Istanbul naar Bagdad niet zozeer een grote coherentie in zich, als wel is het een soort losse bundeling anekdotes waarmee het alle kanten opkan. De strip straalt op die manier een zekere vrijblijvendheid uit, die in combinatie met Grunbergs beklemmende observaties zeer goed werkt. Een aantal briljante zinnen hebben al het knipwerk overigens overleefd, en maken de aanschaf op zich al de moeite waard. “Als ik God was, zou ik het op prijs stellen mochten de mensen zich discreet van mij verwijderen” en “We verlangen naar vriendschap en liefde, maar we onderschatten ons verlangen naar haat en vijanden” zijn slechts twee citaten die aantonen hoezeer deze creatie doordrongen is van een misantropie eigen aan Grunbergs oeuvre.

Interessant is niet alleen de manier waarop Grunbergs teksten en aantekeningen die hij tussen Istanbul en Bagdad maakte - - al dan niet gepubliceerd in het NRC Handelsblad - - opgenomen werden, maar ook dat Kolk de strip opvat als een reis met vertrek- en eindpunt. Per stad die het reisgezelschap, naast Grunberg zelf bestaande uit een irritante tolk, een chauffeur en een zwijgzame assistente, aandoet, hanteert Kolk een lichtjes gewijzigde tekenstijl die steeds penetranter wordt en telkens een indringender effect heeft. Ondanks de losse verhalende flarden waaruit de strip verhaaltechnisch bestaat, is er dus toch sprake van een zeker intensiverend crescendo, dat uiteindelijk opnieuw culmineert in een vrij sobere stijl, waarmee de ontnuchtering van het povere Bagdad wordt geïllustreerd. Verder verwijst Kolk in zijn taferelen ook af en toe naar de grote kunstcanon, waarbij vooral La Danse van Henri Matisse symbool staat voor de emotionele verwikkelingen waarin Grunberg zichzelf ziet verstrengeld raken.

Desondanks is de strip niet over de hele lijn perfect. De lezer heeft namelijk het gevoel dat er te veel interessante formuleringen en informatie teloor zijn gegaan. De scherpe pen van Grunberg komt hier slechts aan de oppervlakte in enkele heerlijk spitante zinnen, maar een echte literaire flow, die men in de romans van de man dikwijls wél aantreft, is eigenlijk niet aan de orde. Daarnaast is de tekenstijl dikwijls te eenduidig en te weinig tot de verbeelding sprekend. De gehanteerde taal is laagdrempelig en kristalhelder, maar waar het publiek ook inhoudelijk naar een zekere zin voor detail op zoek was, schiet de stijl evenzeer tekort voor echte visuele meerwaardezoekers.

In zijn geheel is Van Istanbul naar Bagdad dus een gedegen, aangename strip, die helaas te veel op veilig speelt en soms te kort door de bocht durft gaan. De grote artistieke vrijheden, de literaire verzuchtingen of de grafisch zwaarmoedige uitspattingen, moet de lezer hier kortom niet gaan zoeken.

E-mailadres Afdrukken