Gerolf van de Perre

Dichter in de massa – Uit de aantekeningen van Malte Laurids Brigge van R.M.

Frida Dewitte - 22 november 2010

Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge is nog steeds een van die boeken waar de moderne lezer niet omheen kan. Het is de enige roman van dichter Rainer-Maria Rilke, die onder meer met Het getijdenboek, De nieuwe gedichten en De elegieën van Duino beroemd zou worden. “Roman” is echter veel gezegd, want in plaats van een doorlopende verhaallijn is De aantekeningen van Malte Laurids Brigge meer een subtiel gecomponeerde (en spontaan aandoende) stroom van herinneringen en ideeën.

{image}Het mag gerust een schande heten dat wie tegenwoordig op zoek gaat naar een exemplaar van Rilkes enige roman, uitkomt bij antiquariaten en obscure tweedehandsboekhandeltjes. De laatste druk van het boek dateert immers van 1992 en dat was een uitgave zonder veel verklarende noten of enige handleiding. Nochtans zijn De aantekeningen van Malte Laurids Brigge hyperhermetisch. Het boek is namelijk het resultaat van ongeveer vijf jaar knip-, plak- en schrapwerk. Wat overblijft, is een gecondenseerde essentie van nog geen tweehonderd bladzijden, een ongrijpbare, bijna mystieke reis doorheen Rilkes leefwereld als relatief jonge dichter. Malte Laurids Brigge, zo verklaart ook beeldend kunstenaar Gerolf van de Perre in het uiterst interessante voor- en nawoord, was immers Rilke zelf, maar dan in het licht van een spiegel gezien. Aan de hand van de roman kan men dus historisch veel achterhalen over wie Rilke was en wat de drijfveren waren in zijn jonge schrijverscarrière, hoewel Malte niet helemaal samenvalt met Rilke.

Het probleem als men de roman vandaag de dag leest, is echter dat het referentiekader van precies honderd jaar geleden nu niet meer aanwezig is. Wat in 1910 collectief geheugen was, is intussen totaal vervaagd. Onder meer daarom, alsook om de ietwat complexe stijl en de doorgedreven abstractie van bepaalde ideeën, is De aantekeningen van Malte Laurids Brigge vandaag wat men “een lastige dobber” zou noemen. Het eerste deel van de roman, waarin het hoofdpersonage ontluisterd door Parijs zwerft en een existentiële crisis doormaakt, is het meest bevattelijke en leesbare gedeelte van het boek. Precies dat deel heeft Gerolf van de Perre “verstript”, om meteen met een scheldwoord op de proppen te komen. Want hoe kan men een verhaalloze roman in een coherente beeldenreeks gieten?

Dat Gerolf van de Perre niet de man is van tekstballonnen en een beperkte stijl, mocht reeds blijken uit zijn bijdrage aan het project rond de gedichten van J. Slauerhoff, alsook uit zijn vorige beeldromans Het graf van de keizer, Huishulp, Steenstof en Domweg dapper. Rilke bewerken is echter van een totaal andere orde. Wie waagde zich immers eerder aan het creëren van beelden bij teksten van een dichter die zijn leven lang zou zoeken naar “de waarheid in beelden” en naar “de essentie van het zien”? Een lukrake vorm was voor Gerolf van de Perre overigens geen optie: net als Rilke een eigen stijl had, moest van de Perre in deze graphic novel de “tekentaal” als bindmiddel gebruiken om de afzonderlijke beschouwingen coherent te laten overkomen. Daar slaagt hij wonder boven wonder in. Hoe precies is moeilijk te zeggen, maar het is vooral de schijnbare eenvoud waarmee de tekenaar van Cézanne, Ensor, Hopper, Vermeer en vele anderen (kortweg de hele kunstgeschiedenis eigenlijk) een melancholische potpourri maakt, die voor de lezer bevrijdend werkt.

Gerolf van de Perre heeft, om de donkerte van de roman recht aan te doen, voornamelijk in het duistere kleurregister gegraven, wat veel grauwe beelden oplevert. Wanneer dan toch mildere pasteltinten opdagen, zijn die weloverwogen, perfect gedoseerd en goed geplaatst. De composities zijn ofwel overladen (de densiteit van Ensor misschien), ofwel heel minimalistisch -- de uitersten van een spectrum dat de lezer voortdurend met boeiende contrasten confronteert. Het schetsmatige karakter van een groot deel van de beeldroman past perfect bij het associatieve waarmee Rilkes boek lijkt opgebouwd. Ook de kerkers van Piranesi zijn op die manier bijna tastbaar aanwezig doorheen de beeldroman. Bovendien vergroot het “onafgewerkte” van de beelden het hallucinante karakter van dat eerste deel van De aantekeningen van Malte Laurids Brigge, dat eigenlijk een voorproefje vormt op de latere existentiële romans van Sartre en Camus. Zo is De Walging van eerstgenoemde op bepaalde plaatsen reeds zéér expliciet aanwezig.

Tot slot moet nog worden gezegd dat naast de beelden ook de stukken tekst ideaal gekozen zijn. Het zijn de meest indringende passages die Gerolf van de Perre letterlijk heeft overgenomen in zijn beeldroman, en waar hij briljante beelden rond opbouwt. Voor wie de roman gelezen heeft, is Dichter in de massa een verpletterende aanvulling van een van Vlaanderens best bewaarde geheimen. Wie de roman anderzijds niet kent, zal bij deze beeldroman misschien bepaalde vraagtekens hebben. Staan de passages op zichzelf? Is er genoeg context voor wie zich niet voor Rilke interesseert? Dat valt moeilijk te zeggen, maar puur visueel is Dichter in de massa razend interessant. Alleen al daarom een absolute aanrader van een stilistisch en intellectueel bijzonder hoog niveau.

E-mailadres Afdrukken