Donjon Monstres 2

Le géant qui pleure (J.-C. Menu & Trondheim)

Maarten van Meer - 01 februari 2002

Lewis Trondheim is een bezig baasje. De man publiceert meer strips dan een uitgeverij aankan. Zijn werk verschijnt dan ook bij vier verschillende uitgevers. Ondanks zijn hoge output (ongeveer een album per maand) blijft de boel van hoge kwaliteit. Zo ook met het elfde deel van zijn Donjon-saga.

In 1998 publiceerde Lewis Trondheim samen met Joann Sfar het eerste deel van een nieuwe serie: Donjon. Deze serie was opgevat als een milde parodie op fantasy-strips: beide heren zijnfans van het genre op zich, maar ze lachen een beetje met de conventies. Binnen het jaar begon de eerste spin-off-reeks. Later volgden er nog vier en intussen bestaat de volledige Donjon-collectie al uit 11 delen in 6 reeksen. De verhalen zijn steeds geschreven door Trondheim en Sfar, maar elke subreeks heeft een andere tekenaar. In de Donjon Monsters-reeks wordt er voor elk album zelfs een andere — gerenommeerde — tekenaar gevraagd. Dit album is dat J.-C. Menu, samen met Trondheim oprichter van de prestigieuze underground-uitgeverij l’Association.

Donjon is een humoristische fantasy-strip die draait rond een kasteel (donjon) vol monsters dat beheerd wordt door een "maïtre de donjon". Van heinde en verre komen avonturiers op zoek naar roem en buit. Hiertoe is het gebouw zelfs uitgerust met een glazen bollen-systeem waarmee vanuit een controlekamer de gang van zaken gevolgd wordt. De spin-off Donjon Monsters focust telkens op een zijpersonage uit de hoofdreeks (Bent u nog mee?). In dit deel draait het om een reus die liefdesverdriet heeft.

Het is een heerlijk kolderieke strip waarin de ene humoristische scène de andere heerlijke nonsens opvolgt. Het object van zijn liefde gebruikt haar aanbidders om allerhandehuishoudelijke klusjes te doen, zoals daar zijn de afwas, het witten der kelder en het dweilen der trappen. De queeste tot het veroveren van de schone leidt niet via monsters, vallen of jungles, maar via alledaagse onzin. Dit zijn typische Trondheim-vondsten: alledaagse problemen ridiculiseren op zo'n manier dat je met je eigen dommigheid zit te lachen.

Wie dit album leuk vindt, kan zich ineens een weg doorheen de tien andere Donjon’s werken. Er schijnt een logica en mythologie achter te zitten, maar dat is onbelangrijk. Lewis Trondheim schrijft eenvoudigweg heerlijke strips. Grappig, maar met een zeer subtiele moraal. Donjon zal vooral leuk zijn voor fantasy-liefhebbers die in hun jeugd nog "Dungeons & Dragons" of andere rollenspelen gespeeld hebben. In de Trondheim-catalogus is echter voor elk wat wils te vinden. Hij is overigens geen striptekenaar, maar filosoof van opleiding, dus let op welk album je koopt. Er zitten enkele filosofisch getinte dingen in. Niet altijd even eenvoudig, maar zeker niet zonder humor. Een tip voor de wantrouwige lezer, die liever niet te veel geld ineens kwijt wil: Imbroglio (L’Association, 1995): een geschift crimi-verhaal dat door Vincent Bal verfilmd werd tot zijn gelauwerde kortfilm The Bloody Olive

E-mailadres Afdrukken