Prosopopus (De Crécy)

Marc Bastijns - 23 juni 2003

Slechts één maand na het vorige album in de Vrije Vlucht-collectie van uitgeverij Dupuis verschijnt er alweer een nieuw boek. Met Nicolas De Crécy halen ze een auteur in huis die in het verleden met elk album zijn publiek wist te verrassen. Ook Prosopopus sleurt de lezer meteen het verhaal in.

Ter gelegenheid van 15 jaar Vrije Vlucht verschijnt er sinds mei maandelijks een nieuw album, en dit een heel jaar lang. Na De Ogen in de Muur van Baudoin en Wagner is het dit keer de beurt aan de 36-jarige Fransman Nicolas De Crécy. Hij debuteerde eind jaren ’80 met het overweldigende Foligatto, op scenario van Alexio Tjoyas.

Met zijn uitbundige en kleurrijke tekeningen tilde hij het wat warrige en onevenwichtige scenario duidelijk naar een hoger niveau. Het album sleepte meteen een aantal stripprijzen in de wacht, waarbij de Prijs De Leeuw voor het beste debuut duidelijk de meest prestigieuze was. In 1995 verscheen zijn voorlopige meesterwerk op scenario van Sylvain Chomet, getiteld Leon-la-Came.

Geen enkele van de strips van De Crécy wist het echter tot een vertaling te schoppen. Uitgeverij Blitz waagde het in 1998 dan toch met een uitgave van Foligatto. Door de hoge prijs en relatieve onbekendheid van de beide auteurs stierf het album echter een stille dood in de uitverkoopbakken.

Met Prosopopus maakt De Crécy nu echter een glorieuze terugkeer. In de prestigieuze collectie Vrije Vlucht verschijnt het als een tekstloos album van ruim 100 pagina’s. Prosopopus draait rond een man en een vrouw, een kunstenares die al haar schilderijen met de afdruk van haar duim ondertekent. De man raakt in een complot verwikkeld waarbij die duimafdruk een centrale rol speelt. De afloop houdt moord en doodslag in en veroorzaakt door een samengaan van bloed, sperma en bedorven lucht het ontstaan van de prosopopus, een vreemd wezen dat met een opmerkelijk gemak gerechtigheid doet gelden. Alle personages krijgen dan ook hun verdiende loon door deze bijzondere wraakengel.

Prosopopus bevat geen letter tekst en de lezer is dan ook enkel op de beelden aangewezen om de verhaalstructuur goed te kunnen vatten. De Crécy maakt bij het vertellen van zijn verhaal gebruik van heel wat flashbacks en flashforwards, waardoor de lezer voortdurend aandachtig moet blijven. Met subtiele kleurwijzigingen of veranderingen in de tekenstijl geeft de auteur echter voortdurend aanwijzingen over de structuur van zijn verhaal. Ook de personages zelf krijgen bepaalde kleuren mee die meer vertellen over hun karakter of gemoedsgesteldheid.

De Crécy gebruikt de beeldtaal die het stripverhaal doorheen zijn bestaan heeft opgebouwd volledig. Voeg daar nog ’s mans uitzinnige tekenstijl aan toe en je krijgt een album dat uitnodigt tot herlezen, maar dat tegelijk ook heel wat voldoening schenkt bij een eerste lezing, wat van een boek als Rapido Moderna van Blutch heel wat moeilijker kon gezegd worden.

Als stripliefhebber kan je enkel vol bewondering kijken naar de prachtige pagina’s van Nicolas De Crécy. In een krasserige, maar duidelijke stijl brengt hij een wereld naar voor die wreed, decadent en brutaal is, gecombineerd met de inkleuringen maakt dit Prosopopus tot een waar feest voor het oog.

E-mailadres Afdrukken