Jonathan

De smaak van de Songrong (Cosey)

Matthieu Van Steenkiste - 01 januari 2002
p>Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig leek de strip eindelijk volwassen te worden. Plots waren striphelden geen tweedimensionale figuren meer, maar bleken ze ook over emoties te beschikken. Een erg interessante nieuwkomer was Jonathan van de Zwitser Cosey. Na een hoog publicatieritme in de jaren tachtig heeft hij de reeks na tien jaar stilte weer ter hand genomen. De tijden zijn echter veranderd.

Jonathan was in die late jaren zeventig in de eerste plaats een kind van zijn tijd. De verhalen over een hippie in Nepal ademden een geur van patchouli uit, de muzikale referenties op de achterflap zijn nu nog hoogstens een teken des tijds ("Luister terwijl je dit album leest naar… Tubular Bells van Mike Oldfield"). En toch betekende Jonathan iets nieuw voor de stripwereld: een held met emoties. Held? Zelfs dat woord was niet van toepassing: in het eerste album loopt Jonathan rond met geheugenverlies en een onverwerkt trauma. Niet bepaald Mr. Zelfverzekerd-de-slechteriken-op-een-hoopje-knallend.

De reeks was voor Cosey vooral een alibi om zijn fascinatie voor het verre Oosten bot te vieren. Geheel in de tijdsgeest lag die focus vooral op Nepal. De verhalen belichten telkens andere aspecten van het land: van de achtergebleven Engelse koloniaal in De blauwe Verte tussen de Wolken tot de lama’s in De Wieg van Bodhisattva. Keerpunt in de reeks was het album Kate. Vanaf dan werd Jonathan minder en minder een sfeerbeeld van een vreemd land en ging Cosey meer aandacht besteden aan de psychologie van de personages. Gaandeweg kwam ook dat andere land dat de auteur na aan het hart lag, op het voorplan: de Verenigde Staten. Het tweeluik Oom Howard is terug en Greyshore Island speelde zich er zelfs helemaal af.

Jonathan beleefde op negen jaar tijd elf "avonturen" en toen was Cosey het beu. Niet het striptekenen an sich, de Zwitser zag het gewoon niet meer zitten om het ene na het andere album in dezelfde context te produceren. En zo geschiedde: In 1984 had hij zich met Op Zoek naar Peter Pan al gewaagd aan een one-shot, vanaf 1988 werd hij met Reis naar Italië, Orchidea en vooral Saïgon-Hanoï een van de sterkhouders van uitgeverij Dupuis’ net gelanceerde Vrije Vlucht-reeks.

In 1997, na enkele mindere albums met Zélie Noord-Zuid en Prettig Kerstfeest, May! verscheen er plots een nieuw album van Jonathan. Aanleiding was het laatste bezoek van de auteur aan Tibet. Zoals gewoonlijk begon Cosey aan het scenario zonder te weten waar hij zou uitkomen en zie: plots bleek de figuur van Jonathan zich aan het verhaal op te dringen. Hij die de rivieren naar de Zee leidt was het resultaat: Jonathan was dus de Himalaya overgestoken en kwam nu in confrontatie met de Chinese bezetter.

Deze nieuwe invalshoek heeft Cosey blijkbaar een tweede adem bezorgd want onlangs verscheen met De Smaak van De Songrong opnieuw een Jonathan-album. Het verhaal borduurt verder op de thema’s die het vorige album aanhaalde. Cosey neemt deze gelegenheid vooral te baat om een aantal nieuwe karakters — vooral dan dat van de beeldschone kolonel Lan — uit te werken. Ondertussen is iedereen in het verhaal op zoek naar een eeuwenoud manuscript dat door de Tulku Lingpa — een soort geestelijke — van de Chinese furie zou zijn gered in 1950.

Nog steeds verstaat Cosey de kunst om sfeer te scheppen. Zijn verhalen kan je in drie regels samenvatten, maar door de tijd te nemen om dat te vertellen creëert hij weergaloze albums. Het beste ligt voorlopig achter hem, maar de nieuwe verhalen van Jonathan laten toe te hopen op beterschap na het goedkope sentiment van zijn laatste one-shots.

O ja: de Songrong is een Tibetaanse paddestoel.

E-mailadres Afdrukken