O’Boys 1

Het Bloed Van De Mississippi (Cuzor & Thirault)

Marc Bastijns - 04 mei 2009

Het zuiden van de Verenigde Staten blijft een dankbare bron van inspiratie voor verhalen. De rassentegenstellingen komen ook in O’Boys voor, met dank aan Steve Cuzor en Philippe Thirault.

Meer dan 120 jaar na het verschijnen van het boek van Mark Twain, blijft The Adventures Of Huckleberry Finn voldoende relevant om andere auteurs te inspireren. Steve Cuzor brengt in O’Boys met de hulp van ervaren rot Philippe Thirault een heel vrije bewerking van de oorspronkelijke Great American Novel. O’Boys zal een pure avonturenreeks worden in de lijn van Blueberry. Twains invloed zal dan ook per album verminderen, wanneer de creativiteit van Cuzor en Thirault het volledig overneemt.

Huck en zijn broer Tom groeien op bij hun agressieve en drankverslaafde vader. Ze zoeken naar een uitweg uit dit donkere leven. Wanneer Tom samen met zijn geliefde met een boot vertrekt, lijkt het alsof hij even verder al zinkt. Huck is nu alleen. Hij krijgt onderdak bij de familie Denis en zoekt zijn heil in de rauwe bluesmuziek. Daar leert hij de zwarte Charley Williams kennen. In het Mississippi van 1939 vierden de raciale spanningen nog hoogtij. Het onwaarschijnlijke duo van de kleine Huck en de volwassen, voortvluchtige Williams trekt er op uit via de rivier Mississippi, op zoek naar een beter leven.

O’Boys is duidelijk het geesteskind van Steve Cuzor. Hij klopte met zijn ideeën en beelden aan bij Philippe Thirault die Cuzors visie in een sterk script goot. O’Boys is een levendig verhaal met uitgewerkte personages waarmee het makkelijk meeleven is. Huck en Charley beleven heel wat harde zaken, maar toch blijft er altijd die hoop op een beter leven. Het verhaal van dit eerste deel zit ook bijzonder vol en je krijgt echt wel waar voor je geld. Eind 2009 zou overigens al het tweede deel moeten verschijnen.

Het is overigens opvallend hoe groot de rol is die de bluesmuziek in dit album speelt. Tal van scènes spelen zich rondom of in een bluesclub af en Cuzor tekent die zweterige, rokerige sfeer perfect. Zijn tekenwerk heeft overigens een grote sprong voorwaarts gemaakt. Eerder verscheen van hem al het derde deel in de reeks Quintett (naar een scenario van Frank Giroud). Daar viel zijn werk vooral op door de wisselvalligheid ervan. In O’Boys staat het als een huis en lijken voorbeelden als Christian Rossi en Jean Giraud niet ver weg. De bruinige kleuren van Cuzor en Meephe Versaevel dragen de zuiderse sfeer ook mooi.

O’Boys is vast en zeker één van de betere nieuwe reeksen die dit jaar al van start zijn gegaan. Hopelijk kunnen de auteurs dit niveau volhouden bij de volgende delen, zodat O’Boys een waardige vervanger kan worden voor het te vroeg afgebroken Jim Cutlass van Jean Giraud, Christian Rossi en Jean-Michel Charlier.

E-mailadres Afdrukken