Eisner #1

Joris Vanden Broeck - 12 januari 2009

Met het lanceren van Eisner springen uitgeverijen Podium en Vrijdag op de trein van de graphic novel. Ondanks de barre economische tijden, zou het blad wel eens een blijvertje kunnen zijn: Eisner is immers een parel die niet alleen met fijne dingen gevuld is, maar er bovendien heel mooi uitziet.

Het is misschien ironisch om het in, of zo u wil op, een online magazine te schrijven, maar ondergetekende is een fan van tijdschriften. Gedrukte, that is. Al is er vanzelfsprekend niets mis met onlinepublicaties, want wat geschreven staat is nog altijd doorslaggevender dan waar het geschreven staat. Maar toch heeft het iets, zo’n blad. Zeker stripbladen. Niets fascinerender dan een plank met hele jaargangen van (A Suivre), Zone 5300 of desnoods oude Robbedoezen of Kuifjes.

Bovenstaand rijtje geeft al een vermoeden van het probleem waar menig tijdschriftliefhebber al eens op stoot, wanneer hij of zij in een kiosk op zoek gaat naar leesvoer. Vrouwen-, voetbal- en bejaardenbladen bij de vleet. Maar een degelijk stripblad? Ho maar! Die tijden lijken lang voorbij. Ink was enkele jaren geleden nog een verdienstelijke poging, maar belandde ondertussen ook alweer op het grote stripkerkhof.

Met Eisner ondernemen uitgeverijen Podium en Vrijdag een nieuwe poging om een stripblad op de markt te plaatsen. ’Dapper’ is het woord dat dan voor de geest springt, zeker gezien het huidig economisch klimaat. Zeker gezien Eisner resoluut kiest voor een koers die afwijkt van wat we van stripbladen in dit taalgebied gewoon zijn. Zone 5300 en Ink lieten weliswaar bij momenten ook al een nieuwe wind door de wereld van het beeldverhaal waaien, maar Eisner lijkt ambitieuzer uit de hoek te komen.

Eisner profileert zich namelijk niet als een stripblad, maar als een bundel van beeldverhalen, met een focus op de zogenaamde graphic novel. Al is het best vreemd om, aangetrokken door het concept graphic novel, met kortverhalen — want dat is eigenlijk wat Eisner te bieden heeft — geconfronteerd te worden.

Eens die initiële verbazing weggeëbd is, blijkt het met het nieuwe blad best snor te zitten. Het fraai vormgegeven eerste nummer bevat nagenoeg alleen afgeronde verhalen, wat gezien de frequentie van drie nummers per jaar geen onverstandige keuze van de redactie is. Naast vertrouwde auteurs en tekenaars uit de lage landen, zoals Peter Pontiac, Marcel Ruijters en Jeroen De Leijer, kan Eisner uitpakken met werk van Daniel Clowes, van wie een oud verhaal uit Eightball hernomen wordt, en Milt Grosse, de in 1953 overleden auteur die bekend werd door in Ken hele romans te recenseren in enkele plaatjes, hetgeen hier dan ook gebeurt met Steinbecks Grapes Of Wrath.

Hoewel er bedenkingen gemaakt kunnen worden bij het publiceren van zoveel oud werk, is de eerste Eisner een klepper en doet het hopen dat het blad het een hele tijd volhoudt. Want zelfs al verschijnt het slechts drie keer per jaar, een écht goed stripblad is meer dan welkom. Zeker eentje dat zich, het te vroeg opgedoekte (A Suivre) in gedachte, richt op de betere beeldverhalen. Door in het gat tussen small press en grapic novel te springen, waagt Eisner een serieuze gok, maar wij blijven alvast geloven in de kansen van kwaliteit.

E-mailadres Afdrukken