Cosa Nostra 6

The Big Seven (Le Saëc & Chauvel)

Marc Bastijns - 10 maart 2008

Na een eerste gunstig onthaalde cyclus beginnen David Chauvel en Erwan Le Saëc aan een tweede tijdsperiode in hun geschiedenis van de Amerikaanse maffia. Nu zijn we in de meest iconische periode beland. Voor de liefhebbers van een zwaar gedocumenteerd avonturenverhaal.

New York, 1928. De drooglegging doet de illegale handelspraktijken in de Verenigde Staten de pan uit rijzen. Het smokkelen van alcohol is aan de orde van de dag en natuurlijk ziet ook de georganiseerde misdaad in dat er grote winsten te rapen vallen. Onder deze omstandigheden besluiten een aantal kleinere leiders hun krachten te bundelen. Charlie Lucania is de drijvende kracht achter deze "Big Seven". Het spreekt voor zich dat deze machtsconcentratie al snel de jaloezie van de concurrentie opwekt.

In Cosa Nostra vermengt scenarist David Chauvel op een ingenieuze manier historische feiten met fictieve aanvullingen. Met een uitgebreid notenapparaat aan het einde van elk album maakt hij aan de lezer duidelijk waar de grens tussen geschiedenis en fantasie precies ligt. Het is een aanpak die maar heel sporadisch in strips gebruikt wordt. Het was nota bene Alan Moores From Hell waarin de rol van de voetnoten die van de strip bijna oversteeg. Het nadeel van deze aanpak blijft evenwel het statische en kabbelende karakter dat het verhaal zo onvermijdelijk krijgt.

Het surplus krijgen we echter ook niet van tekenaar Erwan Le Saëc, die Chauvels historiek voorziet van efficiënte maar grijze tekeningen. Vaak viel het ons moeilijk de verschillende personages van mekaar te onderscheiden, wat in een maffiaverhaal met al die kleurrijke karakters toch een vereiste mag genoemd worden. Het is dan ook dubbel jammer met een intrigerend verhaal als dat van de cosa nostra.

Uitgeverij Silvester houdt er met de vertalingen overigens een strak tempo op na. In minder dan een jaar tijd is The Big Seven nu al het zesde deel dat verschijnt. Deze strakke regelmaat zorgt ervoor dat we als lezer nooit de draad van dit fresco kwijt raken. In het Frans zitten ze overigens al enkele delen verder, dus die tweede cyclus (met de overkoepelende titel Auri Sacra Fames) zal zeker en vast in 2008 voltooid raken.

Cosa Nostra lijkt dan ook een half gemiste kans om op basis van een belangrijk thema uit de (Amerikaanse) geschiedenis een uniek stripverhaal te maken dat ons iets bijbrengt én tegelijk een half uur lang kan doen ontspannen.Zowel het scenario als de tekeningen zitten echter te houterig in elkaar om volledig te overtuigen. Resultaat is een verdienstelijke reeks, die echter zo veel meer had kunnen zijn.

E-mailadres Afdrukken