Peanuts

de jaren 1950-1954 (Schultz)

Marc Bastijns - 10 januari 2007

In 2000 overleed Charles M. Schultz, de geestelijke vader van de krantenstrip Peanuts. Met figuren als Charlie Brown en vooral het hondje Snoopy had hij een klassieker gecreëerd. Zopas verscheen het eerste deel in een chronologische uitgave.

Zelden werd een stripfiguur zo gereduceerd tot een merchandising-icoon als Snoopy. Geen enkel voorwerp leek veilig voor de witte hond met de zwarte neus die regelmatig lag te slapen op zijn hok. Peanuts evolueerde in de perceptie dan ook tot een verre van interessant lijkende strip die al sinds 1950 verscheen en na al die tijd dus zeker tot niet meer dan een verwaterd afkooksel kon verworden zijn. Wanneer schepper Charles Schultz in 2000 overleed, startte een grote kentering.

Al snel bleek dat Schultz’ oeuvre zowel kwantitatief als kwalitatief buitengewoon was. Tal van collega-auteurs spraken vol bewondering over de man en zijn oeuvre. Al snel begon uitgeverij Fantagraphics met de voorbereidingen van een complete editie van alle Peanuts-strips. In 2004 begon men dan met het uitbrengen van twee volumes per jaar, zodat na een slordige twaalf jaar de reeks compleet zou zijn. Oog & Blik en Atlas hebben voor ons taalgebied de handen in mekaar geslagen om ook hun duit in het zakje te doen. Ze kozen ervoor om een selectie te maken uit al het beschikbare materiaal en de reeks albums zo te beperken tot tien.

Het eerste deel omvat de jaren 1950 tot en met 1954. Het merendeel van de gekende figuren wordt hier meteen geïntroduceerd. Charlie Brown is van bij het begin de centrale figuur. Als zachtaardige filosoof krijgt hij voldoende tegenwicht van de hectische meisjes Patty en Violet. Ook de muzikaal buitenmaats getalenteerde Schroeder komt al op de proppen, evenals het ettertje Lucy en haar kleine broertje Linus. Dé meest gekende figuur in Peanuts blijft natuurlijk het hondje Snoopy. In de eerste jaren komt deze nog wat minder in het stuk voor, hoewel je vanaf 1953 toch al voelt dat hij vaker opduikt.

Schultz bezat het unieke talent om binnen de beperkte omgeving van een gagstrip voor kranten, toch heel wat boeiende karakters te brengen en ook zijn humor is rijk geschakeerd. Hij wisselt absurde woordgrapjes af met pure fysieke slapstick. Je merkt meteen waar latere cartoonisten als Jim David (Garfield) of Bill Watterson (Calvin & Hobbes) veel van hun inspiratie haalden. Tekentechnisch evolueert Schultz langzaam naar de meer krasserige en vrije variant die de latere strips zo herkenbaar maakte. Met deze eerste bundel kan de hedendaagse liefhebber kennis maken met één van de mijlpalen van het stripverhaal, een mijlpaal die overigens heel wat minder gedateerd is dan eerst gevreesd werd. Het wordt dan ook uitkijken naar volgende delen om zo opnieuw enthousiast te worden over Snoopy en vriendjes, alle boekentassen, koffiemokken en tandenborstels ten spijt.

E-mailadres Afdrukken