Beerschot (Jeroom)

Joris Vanden Broeck - 29 december 2006

Mannen met afzuigmachines, de praktische voordelen van witverlies, Moeder Theresa die poseert met een geschoren poes: Reetman mag dan afgevoerd zijn, in het universum van Jeroom is het nog steeds aangenaam toeven voor wie niet vies is van enige gortigheid en humor zonder grenzen. Voeg daar een gestileerd decor aan toe en je hebt het summum van de vaderlandse humor.

Zouden er nog moraalridders zijn? Het is een vraag die we onszelf af en toe stellen wanneer we een onafhankelijk weekblad voor radio en televisie doorbladeren en daarbij — tussen de tegenwoordig vaker melige dan grappige cartoons van Kamagurka— stoten op het werk van Jeroom. Vaagweg kunnen we ons een sporadische opstoot van morele verontwaardiging voor de geest halen, maar deze lijkt —een verwaarloosbare zucht uit extreem rechtse hoek daargelaten— zich geconcentreerd te hebben rond lezers van Deense dagbladen, buurtbewoners van de Roma en, klassiekers moeten er zijn, puriteins Amerika.

Globaal genomen lijkt het wel of er een tolerante wind opgestoken is, of hebben de zure geesten de strijd gestaakt? Het gevolg is alvast dat iemand als Jeroom zonder al te veel hinder te ondervinden, kan grossieren in wansmakelijkheden en in humor die van de platgetreden paden afwijkt. En zoiets kan, Comedy Casino nog aan toe, volmondig op onze goedkeuring rekenen. Al blijft er een beetje een wrange smaak achter: net als bij kattekwaad kunnen, met een beetje kwaaie wil, cartoons die de grenzen van het welvoegelijke aftasten pas als écht grappig beschouwd worden als iemand zich op de tenen getrapt voelt. Maar die bedenking kan met ons slecht karakter te maken hebben.

Beerschot dan maar, een titel waarvan je evengoed kan denken dat hij is ingegeven door een slecht karakter, hetzij bij auteur of uitgever, maar zolang daar geen bewijzen van op tafel liggen, zullen we het beschouwen als een vorm van humor. En humor, dames en heren, is wat massaal te vinden is in Beerschot, Jerooms derde bundeling. In ’s mans universum is weinig of niets veranderd sinds voorganger In Het Hol Van De Reet, maar dat blijkt geen domper te zetten op de pret die onstaat bij het lezen van de bundel. Zolang Jeroom kleurrijke figuren — van de naamloze, aan borstfixatie lijdende wetenschapper tot Jezus zelve — in de meest bizarre situaties blijft opvoeren, weet hij zich verzekerd van onze opperste aandacht.

Jeroom mag dan in interviews het tegendeel beweren, de grote kracht van zijn werk schuilt wel degelijk in het contrast tussen een op het eerste zicht lieflijk of onschuldig tafereel en de aanwezige donkere kant. Massa’s overleden Smurfen die met een buldozer opgeruimd worden: het hoort niet, maar het is onweerstaanbaar grappig. Net zoals Jezus die aan het kruis hangt en Lassies hulp inroept. Of het stereotiepe, onschuldige jaren vijftig gezinnetje waarbij het zoontje cocaïne in zijn kont verstopt blijkt te hebben. Voorbeelden zat van Jerooms sublieme humor waarbij hij alles wat zich aandient gebruikt en in een context plaatst waarin het onwaarschijnlijk hilarisch wordt. En dat kunnen, helaas, slechts weinigen.

E-mailadres Afdrukken