Ladrönn & Jodorowsky:: De zonen van El Topo

1. Kaïn

7.0
Eric d’Hooghe - 02 oktober 2016

Je maakt een cultfilm en je vindt 45 jaar lang geen producer. Maar dan komt er een tekenaar langs die de film in je hoofd op papier zet. Ziedaar: El Topo, the sequel

Het verhaal lijkt onwaarschijnlijk, maar met een beetje zoekwerk kom je er achter dat het allemaal waar is. In 1970 maakt de Chileen Alejandro Jodorowsky een spaghettiwestern: El Topo. Jodorowski schrijft het scenario, regisseert, componeert de soundtrack én speelt de hoofdrol. Geen enkele zaal wil de film uitbrengen. Enkel een bevriende uitbater van een pornofilmzaaltje in New York wil hem ’s nachts vertonen. El Topo krijgt een cultstatus en Jodorowski schrijft een vervolg: Abelcain. De faam van El Topo was echter onvoldoende om een producer te vinden voor dit te dure vervolg.

Maar dan ontmoet Jodorowsky José Ladrönn en ziet in zijn tekentechnische kwaliteiten de ideale man om zijn film vorm te geven, maar dan in stripvorm. Hij geeft hem enkele tips zoals het werken met drie stroken per pagina, omdat het de lezer de indruk geeft dat hij in een film zit, en zijn originele El Topo-filmbeelden. Ladrönn gebruikt heel wat shots van de film in dit eerste deel. Zowel in de flashbacks als in de vormgeving van de personages. Het verhaal trouwens waar de film stopt. Letterlijk zelfs, want het beginbeeld van de strip is het eindbeeld van de film. Maar De zonen van el Topo vraagt wel wat geestelijk inlevingsvermogen van de lezer. Het is zelfs aan te raden om je even te documenteren over het verhaal van de oorspronkelijke film. Of bekijk de film op voorhand. Met een beetje googelwerk is hij zeker te vinden.

De strip zit, net als de film, vol bijbelse annotaties en surrealistische personages. Het hoofdpersonage is Kaïn die als kind door zijn vader, El Topo, samen met zijn moeder in de steek gelaten werd. El Topo vertrok op een queeste om de ultieme revolverheld of de God van het Westen te worden. Tijdens de queeste ondergaat hij zulk een metamorfose dat hij een heilig man wordt. Je herkent meteen een verwijzing naar Kung Fu de cult televisieserie uit de jaren 70 met David Caradine als de spirituele Cane die ook op een queeste door de Far West trekt. El Topo is er duidelijk op gebaseerd. Hij komt terecht in een grot met een kolonie gehandicapte personages. Een goddelijke ingeving geeft hem de opdracht om een tunnel te graven waardoor de tunnelbewoners toegang zouden krijgen tot de nabijgelegen stad om zich te vermengen met de bevolking. In het begin van het verhaal lukt hem dat ook, maar ze worden allemaal doodgeschoten door de stedelingen. El Topo steekt zichzelf in brand wat een bekend nieuwsbeeld oplevert en wordt begraven in een graf dat bestaat uit honingraten. In een flashback zien we zoon Kaïn die op zijn beurt ook op een queeste is. Hij wil wraak voor wat zijn vader hem heeft aangedaan. Zijn ultieme plan is om in plaats van zijn vader zijn jongere halfbroer Abel te vermoorden. Maar El Topo vervloekt Kaïn waardoor hij niet kan aangekeken of aanhoord kan worden.

Wat volgt is een wervelwind van extreem geweld, meestal het gevolg van de frustraties van Kaïn die niet in staat is om te communiceren met anderen. Daarnaast worden we getrakteerd op een mengelmoes van godsdienstkenmerken, verheven maar ook van de pot gerukte personages. Aan de andere kant zorgt Ladrönn ook vooridyllische taferelen en vooral veel filmische settings.

De zonen van El Topo zal een drieluik worden. De term ‘less is more’ is hier echter niet op zijn plaats. De gedachtegang van Jodorowski is te moeilijk om volgen waardoor je nooit echt in het verhaal geraakt. Het bezit anders alle eigenschappen om een interessante sage te worden met heel wat potentieel om verfilmd te worden en misschien is het dat wel. De strip is te veel storyboard voor een film en te weinig verhalend. Misschien dat deel 2, Abel meer verheldering brengt.

E-mailadres Afdrukken