Franquin

Robbedoes en Kwabbernoot – Integraal

8.0
Marc Bastijns - 18 april 2016

Neen, een echte integrale van Robbedoes en Kwabbernoot is er (nog) niet. Met deze nieuwe reeks verzamelt Dupuis wel al het werk van André Franquin. Bundels één en twee zijn er nu en maken alvast indruk.

Er waait een nieuwe wind door de stripwereld. Niet dat het gaat om vernieuwende creaties, maar eerder om een nieuw soort omgang met het erfgoed aan stripverhalen. Waar liefhebbers van oudere strips tot voor kort aangewezen waren op het afschuimen van tweedehandsbeurzen, verschijnen er sinds enkele jaren steeds meer integrale bundelingen op de markt. In hun luxueuze uitvoering, met gerestaureerde pagina’s en een achtergronddossier bieden deze integrales heel wat extra’s bovenop het eigenlijke stripverhaal. De ontstaansgeschiedenis van het verhaal met biografische informatie over de auteurs spreekt bovendien ook het wat oudere strippubliek aan. De stukgelezen albums uit de collectie worden dan meteen vervangen door mooi uitgevoerde hardcovers die de nostalgische jeugdherinneringen eindelijk een passender jasje geven.

Nu verschenen recent de eerste twee delen van een integrale bundeling van de verhalen van Robbedoes en Kwabbernoot, door André Franquin. Het gaat dus niet om een volledige heruitgave van de reeks. De focus ligt op het werk van Franquin. Laat nu net die man ook aan een grote heropleving bezig zijn de afgelopen jaren. Zijn werk wordt op alle mogelijke manieren gebundeld en verzameld. Zo gaf Dupuis de afgelopen jaren ook de korte verhalen die hij over Robbedoes en Kwabbernoot maakte, uit in luxueuze hardcovers met dossier. Deze albums kenden een aanzienlijk succes en nu krijgen dan ook de lange verhalen (samen met nog maar eens die kortverhalen) hun eigen integrale uitgave.

In de eerste bundel staan de eerste albumverhalen die André Franquin aan het begin van de jaren ’50 tekende: Er is een Tovenaar in Rommelgem (1951) en Robbedoes en de Erfgenamen (1952). Na enkele kortere verhalen, maakte Franquin in 1950 een lang verhaal over Robbedoes en Kwabbernoot, twee figuren die hij voor het tijdschrift Spirou had overgenomen van zijn mentor Jijé. Tot dan toe waren de verhalen beperkt tot korte, grappige verhaaltjes. Er is een Tovenaar in Rommelgem brak met die traditie en introduceerde een aantal van de kernfiguren van het universum van Robbedoes en Kwabbernoot. De graaf en diens kasteel groeiden bijvoorbeeld uit tot echte pijlers van de reeks. Zo gaf Franquin de reeks een echt gezicht. Aansluitend tekende hij Robbedoes en de Erfgenamen, dat eveneens wekelijks voorgepubliceerd werd in Spirou. In dit verhaal speelt Kwabbernoot de hoofdrol en wordt diens personage sterker uitgewerkt. Franquin geeft hem op sublieme manier zijn trots en koppigheid in dit verhaal waarin hij met zijn neef Wiebeling om een erfenis moet strijden via een aantal heroïsche opdrachten.

Het tweede deel bevat dan weer De Roof van de Marsupilami (1954) en De Hoorn van de Neushoorn (1955). In deze periode hield Franquin een strak tempo aan van wekelijkse publicatie, zonder enige pauze tussen twee verhalen. De verhalen in deze bundel zijn vooral vermaard geworden omwille van hun introductie van de Marsupilami. In het dossier bij de albums wordt verteld hoe toevallig diens creatie was. Franquin geloofde echter al van bij aanvang in de commerciële kracht van het personage. Tussen al deze wonderlijke creaties door, ontwikkelde Franquin zijn elegante lijnenspel van week tot week. Het bleef wonderlijk hoe hij de zwaarste deadlines kon combineren met afgewerkte pagina’s die bulkten van beweging en details.

Met deze eerste twee bundels kunnen we meteen een eerste evolutie van Franquin herbeleven. Van een aarzelende start evolueerde hij in De Hoorn van de Neushoorn tot een zelfbewust verhalenverteller met een serieuze bagage aan personages die de wereld van Robbedoes en Kwabbernoot zouden blijven bevolken. Met deze verhalen vestigde hij meteen zijn naam als één van de beste stripmakers van zijn tijd.

E-mailadres Afdrukken
 
Franquin
2016
Tekeningen: André Franquin
Scenario: André Franquin, met hulp van o.a. Henri Gillain

Advertentie
Banner
Advertentie