Sokal

''Mensen missen hun jeugd''

Joris Vanden Broeck - 18 mei 2015

Net zoals zijn créatie Canardo is stripmaker Sokal geen vrolijke spraakwaterval. In tegenstelling tot de kettingrokende en -drinkende eend geeft Sokal, ook al is hij dan spaarzaam in zijn antwoorden, blijk van een heldere kijk op de wereld. Zijn nieuwste album, Moord op het meer, werd door een cynische speling van de geschiedenis zeer actualiteitsgebonden.

Enola: Moord op het meer is het 23ste album rond Canardo. Had u eind jaren zeventig, toen het eerste album verscheen, durven hopen dat Canardo vandaag nog zou bestaan?
Sokal: “Oh neen, zoiets denk je absoluut niet. Zelfs tien jaar geleden durfde ik zoiets niet denken. Eigenlijk is het zelfs het 24ste album, als je het nulnummer meetelt. Maar ik vind het een mooi aantal, 23. Er zijn 23 voltooide Kuifjes. Maar er zijn ook mensen die op minder tijd meer albums maken. Soit, er borrelen nog ideeën en voor het volgend album zijn die al redelijk uitgewerkt. Dat wordt een vervolg op Moord op het meer”.

enola: Wat was de aanleiding tot dat album, dat de sociale kritiek niet schuwt?
Sokal: “Goh, er zijn redelijk wat ideeën die samenkomen nadat je ze oppikt van de radio en uit wat je leest, via gesprekken met mensen die je ontmoet. Heel wat verschillende invalshoeken dragen bij aan een verhaal. Hier waren het de Kosovaren die in Frankrijk stranden, de bootvluchtelingen en de identiteit van België, de problematiek met de Vlaamse separatisten.”

enola: Die dragen niet bepaald uw sympathie weg.
Sokal: “Van waar komt toch steeds die neiging om alles op te splitsen tot er een zo klein mogelijk groep over blijft? Dat gebeurt niet alleen in België hoor, net zo goed in Frankrijk. Maar België is een geval apart. Het drijft op clichés: Vlamingen zijn katholiek, extreem rechts en hardwerkend terwijl Walen socialistisch en werkloos zijn. Dat is een simplistisch idee, uiteraard. Maar je kan er als auteur wel mee aan de slag, want zo'n ideeën leven.”

enola: Waarom kiest u daarbij voor Waalse vluchtelingen en bijvoorbeeld geen Belgen?
Sokal: “Omdat van buitenaf gezien België niet meer bestaat. Ik ben Belg, maar woon al 35 jaar in Frankrijk en dan krijg je een andere kijk. Kijk: Vlamingen noemen de Walen communisten. Maar wie in de Franse Ardennen woont, beschouwt Wallonië als een rijk gebied, een plaats met veel toerisme, waar zaken te doen vallen, waar de huizen goed onderhouden zijn. Een heel andere kijk dan in Vlaanderen. Alles hangt er dus maar vanaf wat je standpunt is.
Een bijkomende vraag die me daarbij bezig houdt, is waarom het noorden het steeds beter lijkt te doen dan het zuiden. Dat is in België zo, maar ook in Italië, India en de Verenigde Staten. Maar soit, het album is vooral een karikatuur van een klein land en van het egoïsme van de rijken.”

enola: Het is bijna een pamflet.
Sokal: “Ja. Misschien zien ze het zelf niet, maar de Belgen leven in een land waar mensen heel gelukkig zijn. Het is een gepriviligeerd land, zeker in vergelijking met de rest van de wereld. Het is een plaats waar het leven zacht is. In Italië heb ik bootmensen gezien. Daar liggen dus mensen te zonnen op het zand en even verderop strandt een boot met vluchtelingen zonder dat iemand zich daar iets van aantrekt.” (het interview vond plaats voor de scheepsrampen van dit jaar, red.)

enola: Door zijn inhoudelijke sterkte lijkt het album ook een kritiek op de vaak gehoorde commentaar dat de eerste albums de beste waren.
Sokal: “Je hoort zo'n geluiden inderdaad vaak, maar dat is altijd achteraf. Als mensen echt van iets gehouden hebben, zoeken ze immers altijd naar souvenirs. Een soort van houvast, naar dingen die misschien zelfs mooier zijn dan de werkelijkheid. Na meer dan twintig albums is het niet onlogisch dat er gezegd wordt dat het vroeger beter was. Maar eigenlijk is het de lezer die vroeger beter was. Wat de mensen immers missen, is hun jeugd. Ze waren gevoeliger, jonger en misschien zelfs armer toen ze de eerste albums kochten -- allemaal redenen waarom die voor hen waardevoller zijn dan de latere.”

enola: Wordt het als maker met het verglijden van de jaren niet moeilijk om steeds met dezelfde karakters aan de slag te gaan? De speelruimte die u in de beginjaren had om de figuren vorm te geven, is verdwenen eens het publiek hun karakter kent.
Sokal: “Het is geen vraag van moeilijk of makkelijk. Het gebeurt gewoon. Het is helemaal niet moeilijk. Als je aan een wielrenner vraagt of het moeilijk is om een col te beklimmen, zal hij antwoorden dat je gewoon moet trappen. Ik zeg niet dat het makkelijk is, maar het is een metier. Je moet de tijd nemen om ideeën te vinden en ze uit te werken.”

enola: Zit er vandaag veel van u in Canardo?
Sokal: “Ik ben hem niet. Maar hij vertrekt van mij. Als je een verhaal vertelt, kom je met iets dat je kent. De dingen die je als auteur oppikt, verwerk je in je verhalen en je personages. Voor de albums vertrek ik van wat ik hoor, van mensen die ik tegenkom uit heel verschillende milieus. Je registreert wat ze zeggen en vooral hoe ze dat doen. Een pastoor praat anders dan een groenteverkoper en die zegt op zijn beurt dingen op een andere manier dan een ingenieur. Tijdens alle momenten van mijn leven ben ik aan verhalen aan het denken. Momenteel helpt mijn zoon mee aan de scenario's, dat klopt. Hij komt aanzetten met dingen die ik niet ken. Het is interessant. Soms wil je alleen werken, soms niet. Maar wat Canardo en de anderen, zoals commissaris Garenni, betreft: ik hou ervan om meerdere jaren met verschillende personages te werken. En als ze me niet meer meevallen, dan dood ik ze. Dat is niet erg, ik vind er wel nieuwe.”

E-mailadres Afdrukken