Robertson & Ellis

Transmetropolitan 1 - 10

9.0
Matthieu Van Steenkiste - 12 januari 2015

Een onbehouwen, razend intelligente, drugsverslaafde journalist. Een moreel corrupte president. Een volstrekt ontspoorde maatschappij, ergens in een onbestemde en toekomstige Amerikaanse stad, die zijn laatste laagje beschaving is verloren. Transmetropolitan is wat je krijgt als een sciencefictionscenarist zijn woede over de eigen omgeving de vrije loop laat: een in alle richtingen tegelijk schietend meesterwerk.

alt

Het is al ver in het verhaal wanneer de crux van Transmetropolitan wordt onthuld. "Ja, het is net alsof je werkt voor 'n kleuter met 'n cafeïneverslaving en 'n permanente maar toch ook heel kleine erectie. En weet je wat nog 't ergste van alles is? Hij is één van de goeien." "Hij" is Spider Jerusalem, topjournalist met een wekelijkse column in de gerespecteerde krant The Word, maar ook een drugsverslaafde die zijn achterste veegt aan elke regel en een man met maar één missie: de waarheid vertellen, kost wat kost. En dat wordt niet evident wanneer de corrupte president het onderspit moet delven voor zijn nog minder sporende opvolger.

"The Beast" en "The Smiler" worden ze haatvol gedoopt door Jerusalem, en dat die laatste niet eens subtiel doet denken aan een zekere Britse ex-premier mag visionair worden genoemd van Warren Ellis. Toen hij met Transmetropolitan begon, verkeerde de net voor het eerst verkozen Tony Blair nog in een staat van genade, maar de Britse scenarist had diens spin politiek al lang doorzien. Onder de doorzichtige vermomming van Spider Jerusalem gaat Ellis de strijd aan met deze pathologische leugenaar die de macht wil, enkel en alleen omdat hij vindt dat hij die verdient.

Tot zover het verhaal dat Ellis en tekenaar Darick Robertson -- een degelijke comic-artiest zonder meer -- in tien delen zijn beslag laten krijgen. Het hele verhaal? Neen. Het hele conflict tussen politiek en vierde macht is niet meer dan een alibi voor Ellis om ons de spiegel van onze tijd voor te houden. Eén met een zwaar vervormde reflectie, maar toch: een spiegel. En wat we te zien krijgen is niet mooi. Jerusalem banjert rond in een wereld waarin hersendode zombies zich 24/7 aan infotainment laven, smartphone-achtige technieken altijd bij de hand zijn, consumptie het hoogste goed is, en armoede en ellende zich altijd nét in de blinde hoek van de doorsneeburger, die niet doorheeft hoe hard hij zelf wordt genaaid, schuilhouden. Het is een wereld die maar net dat beetje verder ligt dan die van ons, waarin de goeie smaak maar een tikje verder is opgeschoven en het dus oké is dat een politieke advertentie eindigt met "deze overleden senator zou dit hebben goedgekeurd als hij nog leefde".

Het is hartverwarmend, en bijna naïef, hoe Ellis vanuit een alles verterende woede zijn hoop in de handen van échte journalistiek -- het soort dat vragen stelt die pijn doen -- legt. "Dat is betrokken journalistiek", laat hij Jerusalem razen: "Geven om de wereld waar je verslag van doet. Sommige mensen vinden dat slechte journalistiek. Zij vinden dat de media ‘t wereldnieuws onbevooroordeeld, kil en afstandelijk moet brengen. En als je dat wil, moet je maar naar de beelden van beveiligingscamera's op straat kijken. Ik wil mensen met hun persoonlijke levensverhalen. Ik wil mensen die 't nog wat kan schelen wat er gebeurt." Geen wonder dan ook dat Transmetropolitan pas helemaal doel treft wanneer Ellis de tijd neemt om Jerusalem verslag te laten uitbrengen van die wereld-van-de-toekomst.

In die episodes krijgen we een verhaal over laat-twintigste-eeuwse mensen die zich lieten invriezen om in de toekomst ontdooid te worden, en daar na de contractuele verplichtingen aan hun lot worden overgelaten. In een andere aflevering registreert Jerusalem het bestaan van kinderprostitutie. "Voor veertig mag je hem tussen mijn benen stoppen. De rest doe ik allemaal niet. Het leven is te kort, weet je?", laat Ellis een jongentje van nauwelijks negen uitleggen. Waarna het met een speelgoedaansteker een sigaret opsteekt en in een waanzinnige schater uitbarst bij die laatste opmerking. Het effect is dat van een uppercut; je hangt even in de touwen.

Het is een teken van vakmanschap hoe Ellis ook dat soort verhalen een functie in zijn overkoepelende intrige weet te geven. Mary, die ontdooid werd en doelloos rondzwerft in een wereld die ze niet begrijpt, zal later essentieel blijken in de afwikkeling van de strijd tussen Spider Jerusalem en The Smiler. Want die finale confrontatie komt er, na tien delen. Goed overwint kwaad, zoals dat hoort, maar het onbehagen dat die rotte wereld, waarin het zelfs even zo zuur heeft geregend dat je er beter niet onderdoor liep, niet eens zo ver af ligt, raak je niet kwijt. En zo ziet ook Ellis het. "Ik zie The City waarin Transmetropolitan zich afspeelt niet als een dystopie", liet hij ooit optekenen. "Het is net als waar we nu zijn; er bestaan vreselijke dingen, en er zijn zaken van sublieme schoonheid, en ze bestaan op dezelfde plek."

Misschien moeten we Transmetropolitan dus maar zien als een utopie. Eén waarin journalistiek er nog toe doet, en vermag de dingen te veranderen. We citeren nog een keertje Spider Jerusalem, en dat in het Engels, want dat het idioom van Ellis onvertaalbaar is, blijkt uit de Nederlandse versie ook wel: "Journalism is for the madly passionate. It's for the intense and the half fucking mad, and the people who give a shit." Van een droom gesproken.

E-mailadres Afdrukken